48 uur in Marrakech

Herfst? Zoek de zon op! Michel Krielaars voelde zich afwisselend Ali Baba en Graham Greene in Marokko.

Wanneer gaan?

's Zomers is het bloedheet in Marrakech. Als je daar tegen kunt is er niets aan de hand. Maar je kunt beter in de lente of de herfst gaan, want dan is het klimaat heerlijk en de stad op zijn mooist.

De oude stad

De oude stad, de medina, wordt omringd door een sprookjesachtige, kilometerslange stadsmuur met imposante poorten die je een heus Ali-Babagevoel geven. Het beste moment om over de muur te wandelen is tegen zonsondergang, als de stad in een betoverende bruinrode gloed baadt.

Binnen de muren is het op het eerste gezicht een openluchtcircus, dankzij de drukte in de soeks – de overdekte steegjes met bazaars en werkplaatsen, gegroepeerd naar de producten die er verkocht worden. Als je de toeristenstroom en de souvenirverkopers wilt ontvluchten, moet je naar de noordelijke soeks gaan waar levensmiddelen worden verkocht en het Volendam-effect afwezig is.

Niet te missen

In het centrum van de medina ligt de Place Jemaa el-Fna. Overdag staan er marktkraampjes en sinaasappelsapstalletjes, maar 's avonds wemelt het er van de muzikanten, slangenbezweerders, verhalenvertellers, tanden- en kiezentrekkers en helverlichte eetstalletjes. De meeste gidsen raden het af er te gaan eten, maar alles ziet er zo vers uit dat hun advies kan worden genegeerd. Voor de fijnproevers zijn er enorme hoeveelheden slakken en schaapskoppen, die op een klein krukje met een lepel verorberd moeten worden.

Architectuur

Voor een niet-islamitische toerist zijn religieuze gebouwen niet toegankelijk. Wel word je toegelaten tot de koranschool Medersa Ben-Youssef, een van de mooiste uit de Magreb. De mozaïeken zijn er net zo mooi als in het Alhambra van Granada. Indrukwekkend is ook de Koutoubia-moskee uit 1162. Vooral de minaret – het hoogste gebouw van de stad – is het bekijken waard, omdat iedere zijde op een andere manier is gedecoreerd. Als je vervolgens ook nog het 19de-eeuwse Palais Bahia hebt gezien, kun je de rest van de historische gebouwen overslaan.

Verkoeling

Lekker koel is het in de stadsparken die op een steenworp afstand van de medina liggen. Mooi is La Palmeraie, een gigantische palmentuin ten noorden van het centrum met uitzicht op de besneeuwde bergtoppen van de Hoge Atlas. Veel leuker is echter de Majorelle-tuin in de Ville Nouvelle. Het is een botanische tuin met bamboebomen, bougainville, cipressen en honderden palmen- en cactussoorten, aangelegd in de jaren twintig door de Franse kunstschilder Jacques Majorelle. In de tuin staat ook de blauwgeverfde art-deco villa die Majorelle in 1931 liet bouwen. Het complex is jaren geleden aangekocht door de modeontwerper Yves Saint-Laurent, die zelf in een gigantisch privé-park naast de Majorelle-tuin woont.

Verhitting

Een bezoek aan de hammam, het badhuis, is een hele belevenis. De heren- en damesafdeling zijn er gescheiden. Vrouwen worden er ingezeept en met een ruig washandje schoongeschrobd en vriendelijk gemasseerd. Bij de mannen daarentegen rekt de masseur eerst de ledematen hardhandig op, waarna hij hun hele lichaam wast om te eindigen met een uitvoerige hoofdmassage. Het gepuf en gesteun van andere `gemasseerden' is aanvankelijk nogal beangstigend en doet de behoefte opkomen om zo snel mogelijk uit de schaars verlichte stoomruimte te ontsnappen. Maar achteraf voel je je als herboren.

Kijken, maar niet kopen

In de Rue Dar el-Bacha is de Khalid Art Gallery te vinden, een deftige antiekwinkel gevestigd in een voormalig stadspaleis, een ryad. Als gewone toerist kun je er zonder verplichtingen naar binnen. Het oriëntaalse interieur is mooier dan dat van menig museum. Zo zijn er schitterende 18de- en 19de-eeuwse kunstvoorwerpen, koranmanuscripten en tapijten te zien. Doordat de architectuur van de ryad is gehandhaafd heb je het gevoel bij een pasja op de thee te zijn. De verkopers vinden het helemaal niet erg als je met lege handen vertrekt, zo trots zijn ze op hun winkel.

Eten

Behalve óp de Place Jemaa el-Fna, zijn er ook rondom dit plein genoeg plaatsen waar je goed kunt eten. Op het dak van Hôtel de Foucauld is een voortreffelijk restaurant waarvandaan je een mooi uitzicht hebt, vooral bij zonsondergang. In het iets verderop gelegen Hôtel du Café de France is het eten minder goed en duurder, maar krijg je wel het echte Graham-Greenegevoel over je. Op het linkerterras, waar veel Marokkanen thee drinken, kun je de hele dag blijven zitten zonder je ook maar één minuut te vervelen. In de Rue Bani Marine, achter het postkantoor, zijn een paar gewone restaurantjes waar vrijwel alleen Marokkanen komen. Restaurant Chez Achmed met zijn betegelde muren verdient een aanbeveling.

Slapen

Hôtel La Mamounia is het duurste en meest chique hotel van Marokko. Het heeft een 130.000 vierkante meter grote tuin vol olijf- en sinaasappelbomen en een magnum-zwembad. Winston Churchill en Orson Welles verbleven er regelmatig. De architectuur van het hotel is een mengsel van art-deco en moorse bouwstijlen. Het geheel ademt echter iets van oosterse kitsch. De opdringerige rijkdom van het gebouw en zijn gasten staat lijnrecht tegenover de armoede van veel Marokkanen.

Een alternatief: achter de muren van de talloze steegjes in de medina liggen mooie huizen met koele, rustige binnenplaatsen. Ze tellen zo'n drie verdiepingen, met elk één kamer. Als je met een paar vrienden reist is het heel aantrekkelijk om zo'n hele ryad af te huren. Je krijgt er een huishoudster bij die ook voor je kan koken. Na een dag in de stoffige stad is het een verademing om in een koele nis op de binnenplaats bij te komen.

Uitstapje

In het weekend gaan veel inwoners van Marrakech de stad uit en begeven zich per auto in de richting van het stadje Asni om langs een riviertje te picknicken, te baden en geamuseerd te worden door plaatselijke musici en acrobaten.

Hoe er te komen

Dagelijks zijn er charters van Royal Air Maroc. In Marokko gespecialiseerde reisbureaus zijn Heritage Travel en Nova Tours in Amsterdam en Meditours in Den Haag.