`Wij Fransen zijn de banaliteit verleerd'

Lydie Salvayre is behalve schrijfster ook kinderpsychiater in een buitenwijk van Parijs. Deze week verscheen haar achtste roman, `Passage à l'ennemi', die zich opnieuw afspeelt in de banlieue. Een satire over hangjongeren en over de politie die hen bestrijdt.

Lydie Salvayre is meisjesachtig, kettingrookster en ze heeft lang, roodgeverfd haar. Ze praat net zo makkelijk over Big Brother als over het evangelie van Mattheüs. Zelf noemt ze dat haar 'ordinaire' kant, en ze zegt dat ze die bewust cultiveert.

Daarmee lijkt Salvayre op haar eigen boeken: intelligent met een picareske ondertoon. Haar meest geslaagde romans gaan uit van de hedendaagse Franse werkelijkheid, en trekken die vervolgens in het absurde. In Salvayres nieuwe boek dat vorige week verscheen, Passage à l'ennemi, is dat meer dan ooit het geval. Het is een roman in de vorm van (niet altijd verstuurde) rapporten van de politieagent `A.A', die infiltreert bij een groepje hangjongeren in een van de troosteloze cités rond Parijs. Binnen de kortste keren wordt de agent van iemand `met respect voor zijn superieuren en rode stoplichten', tot iemand die `om alles lacht, met zijn handen praat, in wanorde leeft en de onmatigheid beoefent'. Vooral door de vele jointjes die hij te roken krijgt van de groep waarin hij infiltreert, worden zijn rapporten steeds onsamenhangender en poëtischer. Van een anonieme, autoriteitsgevoelige `ondergetekende' wordt hij langzamerhand een denkend mens, die meer en meer gaat lijken op de `delinquenten' tussen wie hij leeft.

Behalve het verhaal van deze poëtische agent, is de roman ook een parodie op de huidige Franse regering en de nadruk op `veiligheid'. De minister van Binnenlandse Zaken, Sarkozy, presenteerde dit voorjaar een wet om hangjongeren aan te kunnen pakken: tegen `de illegale bezetting van de gemeenschappelijke gedeeltes van een gebouw'. Er zijn zelfs twee jongens veroordeeld tot een maand gevangenisstraf, nadat de hal van een flat onder surveillance was geweest. In hoeverre is uw roman daar een commentaar op?

,,Ach, ik speel daar een klein beetje mee, maar het gaat me om veel meer. Ik ben doodsbang dat men mijn boek reduceert tot een politiek pamflet, terwijl ik het politieke discours juist wil aanpakken, het discours van het politierapport, van de veiligheid. Het voortdurend najagen van veiligheid beschermt ons niet tegen de angst zelf, maar voedt die juist. Waar ik op wijs, is al zo oud als de wereld: de stoïcijnse filosofie waarschuwde al tegen de angst, net als het evangelie van Mattheüs.''

Literatuur en politiek lijken in Frankrijk nauwer verbonden dan in Nederland. In Frankrijk vindt niemand het vreemd wanneer de hoogleraar in een literatuurcollege oproept om te demonstreren tegen extreem-rechts, of wanneer de minister van Buitenlandse Zaken een vuistdikke studie over poëzie publiceert, zoals De Villepin onlangs deed. Hoe ziet u de verhouding tussen literatuur en politiek?

,,Het kan geen kwaad om die twee te vermengen, zolang je het gevoel voor humor niet uit het oog verliest. Daarom neem ik graag een omweg via de satire. Dante zei ook al dat de triestheid een zonde was, de vrolijkheid een deugd. En kijk maar naar Swift: wat hij schreef was hartstikke politiek, maar van een fantastische lichtheid. Woede wordt snel tot comfortabele verontwaardiging: de lach heeft meer betekenis, is interessanter en efficiënter. Ik heb dan ook spijt van mijn enige boze roman, Nobele zielen. Dat is een streng, slagvaardig boek zonder poëzie. Het is belangrijk dat je als auteur oppast dat je niet je eigen teksten uitwist met je kwaadheid. Alle ambiguïteit en subtiliteit van de tekst verdwijnt op die manier. Bovendien is het niet goed om dienstschrijver te zijn voor een bepaald politiek standpunt, en iedere twee jaar je makkelijke verontwaardiging uit de kast te halen.''

Toch schreef u vorig jaar mei een vlammend stuk in Le Monde, waarin u Le Pen `een varken' noemt, `een profeet omringd door agenten'. U waarschuwde de rechtse stemmers `dat Le Pen slechts `haat biedt als programma, fluimen in plaats van woorden, de dood in plaats van de muze'.

,,Toch probeerde ik in dat stuk niet te vooringenomen te zijn, maar de Le Pen-stemmers te begrijpen en vanuit hun gezichtspunt naar de zaken te kijken. Ik wilde hen niet zomaar veroordelen, zoals de intellectuelen massaal deden. Het ging mij erom te weten hoe die mensen zo ver kwamen. Zijn ze wel zo anders dan wij?''

U wekt de indruk heel goed te weten hoe het is om zeventien te zijn in een arme buitenwijk, en de ringweg als mentale horizon te hebben. Het gezin is in uw romans geen thuishaven maar een strijdperk: de moeders zijn grijze mussen in ochtendjassen, vaders zijn bruten, als ze er al zijn.

,,Dat heeft natuurlijk met mijn beroep te maken. De verhalen die ik op mijn werk te horen krijg, zijn extreem gewelddadig. Kinderen zijn de politieke gevangen van hun ouders, overgeleverd aan hun grillen. Ik zie nooit gelukkige kinderen. Tegelijk zal ik niet ontkennen dat ik dat beeld van het gezin baseer op mijn eigen jeugd. Als mijn romans over mezelf gaan of over mijn familie, is dat niet omdat ik het wil, maar omdat het gewoon gebeurt. Als psychiater heb je het natuurlijk nooit over jezelf, dus misschien gebruik ik mijn boeken wel om mezelf te hervinden. Hoewel je jezelf ook heel goed kan vinden door naar anderen te luisteren.''

Wie de feiten van Salvayres leven kent, de vlucht van haar ouders uit Franco's Spanje in 1939, de executie daar van haar oom, de verwekking van haar zusje in het vluchtelingenkamp, haar eenzaamheid tijdens de medicijnenstudie, waar zij zich als arbeiderskind een buitenstaander voelde, en ten slotte de jaren als interne arts in een psychiatrische kliniek, ziet in ieder van haar boeken autobiografische elementen terugkeren. Veel personages zijn van Spaanse afkomst, maar u noemt dat ergens `een ware handicap'. Waarom?

,,Dat moet je allemaal niet zo serieus nemen, net zo min als de schrijvers en psychiaters die ik in ieder boek wel te kakken zet. Dat amuseert mij. Je kan het beste de dingen belachelijk maken die je kent. Hoewel ik een hekel heb aan de Spaanse machocultuur, ben ik wel dol op hun banaliteit. In Frankrijk is men dat een beetje verleerd. Het vrolijke en carnavaleske gedeelte van de cultuur is hier verwaarloosd. De vulgaire kant van Rabelais, het scatologische, is in de literatuur beteugeld door een al te ver doorgevoerd classicisme.Ik heb me laten beïnvloeden door het picareske van de Spaanse literatuur. Cervantes, vooral. Dat is on-Frans aan mij. Vanmorgen was hier een Franse journaliste die mij aanviel omdat ik schrijf dat vrouwelijke politieagenten scheten laten. Oh la la, dat kon echt niet, vond zij.''

Dat picareske bestaat inderdaad in uw nieuwste boek, dat veel weg heeft van een fabel. Maar in Nederland verscheen onlangs uw vierde roman in vertaling: De macht van de vliegen. Een stuk minder vrolijk, over een moordenaar die in de gevangenis zijn levensverhaal vertelt. Hij is als kind zo mishandeld dat hij zelfs geen zoen meer kan verdragen, omdat hij het ervaart als `prop in de mond'.

,,Toch is ook De macht van de vliegen wel degelijk een optimistisch boek. Het gaat me altijd om de vraag: Hoe word je wie je bent? Hoe verraad je jezelf niet? Hoe word je je leven meester?''

De hoofdpersoon was ooit gids, maar hij raakte zelf de weg kwijt. Loopt het niet slecht met hem af, juist omdat hij Pascal is gaan lezen?

,,Boeken kunnen alleen maar goed doen. Voor de gids is Pascal zijn redding, het helpt zijn onderscheidingsvermogen. Pascal komt, in zijn frisse lectuur, neer op het idee dat ieder mens zijn leven kan denken. De macht van de vliegen is het verhaal van een man die begint te denken. Hij begint zich te denken. Het gaat erom dat hij zich gaat afvragen hoe je een steunpunt kan vinden in de leegte.''

De gids houdt zijn verhaal tegen zijn rechter, zijn cipier en zijn psychiater. Uw romans hebben vaker die vorm van monologen tegen zwijgende derden; een soort tussenfiguren. U bent zelf ook een dergelijke tussenfiguur. Is er niet een enorme kloof tussen uw werk in de voorstad, en het werk hier, interviews gevend in een chique uitgevershuis?

,,Enorm, ja, maar dat is heel goed. De families waar ik morgen weer mee praat, hebben hier geen weet van. Het was niet eens nodig om een pseudoniem te nemen. Hoewel ik inmiddels een redelijk bekend auteur ben, is het me nog nooit gebeurd dat een van mijn cliënten mij op televisie of in de krant heeft gezien. Dat zorgt voor een gezonde relativering van mijn literaire leventje.''

Passage à l'ennemi. Seuil, 199 blz, €15,–

De macht van de vliegen. Vertaald door José Rijnaarts. De Geus, 157 pagina's, €19,90

Lydie Salvayre is 15 november te gast in het festival 'Tour de France' bij de SLAA in Amsterdam.