VN-tribunaal: méér bekentenissen

Dragan Nikolic, de eerste verdachte die door het Joegoslavië-tribunaal werd aangeklaagd, heeft gistermiddag schuld bekend. Voor het VN-hof bekennen de laatste tijd meer verdachten schuld.

Op 4 november 1994 werd de Bosnische Serviër Dragan Nikolic aangeklaagd door het Joegoslavië-tribunaal. Die aanklacht kwam anderhalf jaar nadat het hof was opgericht door de Veiligheidsraad van de VN. Doel was de berechting van oorlogsmisdadigers in ex-Joegoslavië. Nikolic was een `kleine vis', erkent Richard Goldstone, de man die hem in naam van de wereldgemeenschap aanklaagde. Maar het tribunaal móest in 1994 met een aanklacht komen, anders dreigden de VN volgens Goldstone de geldkraan dicht te draaien. ,,Tegen Nicolic was genoeg materiaal gevonden voor een aanklacht'', zei hij indertijd tegen deze krant. ,,Ik was natuurlijk liever met een grote naam gekomen. Het was immers de eerste aanklacht van een internationaal oorlogstribunaal, en Nikolic kwalificeerde zich nauwlijks voor die eerste aanklacht.''

Gisteren bekende Nikolic dat hij schuldig was aan etnische vervolging, moord, verkrachting en marteling. De aanklagers stelden de rechters voor hem te veroordelen tot vijftien jaar gevangenisstraf. Nikolic (46) werd in april 2000 gearresteerd door SFOR (de door de NAVO geleide vredesmacht in Bosnië). Kort na zijn aankomst in Den Haag verklaarde hij in de rechtszaal dat hij onschuldig was. De aanklacht tegen hem bestond toen nog uit tachtig punten.

Het duurde lang voordat zijn proces kon beginnen, onder meer omdat hij onder onrechtmatige omstandigheden zou zijn gearresteerd. Zijn advocaat, de Brit Howard Morrison, onderhandelde intensief met de aanklagers over deze zaak. Het aantal punten in de aanklacht werd daarbij teruggebracht tot vier.

En zo kon het tribunaal gisteren een triomfantelijk persbericht doen uitgaan: Nikolic had op ,,alle vier de punten uit de aanklacht'' schuld bekend. Begin november, precies zeven jaar nadat de aanklacht tegen hem werd gepubliceerd, zullen de rechters bepalen welke straf de Bosnische Serviër gaat krijgen.

Nikolic was in 1992 een paar maanden commandant van het kamp Sušica in Oost-Bosnië. Sušica, enkele tientallen kilometers ten westen van Srebrenica, was een kamp waar tussen mei en oktober 1992 in totaal 8000 moslims en andere niet-Serviërs werden vastgehouden. Er werden steeds zo'n 300 tot 500 mensen gevangen gehouden. Vrouwen en kinderen werden meestal maar kort vastgehouden en daarna naar gebied gestuurd dat onder controle stond van de regering in Sarajevo. In het kamp was weinig eten, er waren geen douches en geen bedden om in te slapen. De gedetineerden werden mishandeld, mannen en jongens vermoord, vrouwen werden door bewakers verkracht.

Nikolic zei gisteren dat hij hoopte met zijn bekentenis een bijdrage te leveren aan een vreedzame wederopbouw op de Balkan. Het is een zin die de laatste tijd vaker is te horen in het VN-hof – er bekennen nu relatief veel verdachten schuld. Vorige week nog verklaarde Miodrag Jokic, een 68-jarige Servische oud-vice-admiraal, dat hij gedeeltelijk schuldig was. Jokic is aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden tijdens de beschietingen, door Serviërs en Montenegrijnen, van de Kroatische havenstad Dubrovnik in de herfst van 1991. In juli gaf de vroegere Bosnisch-Servische politieman Darko Mrdja toe dat hij had meegedaan aan een massaslachting in Bosnië. Bij dat bloedbad, in de zomer van 1992, werden meer dan tweehonderd Bosnische Kroaten en moslims vermoord.

Spectaculair was de bekentenis van de Bosnische Serviërs Momir Nikolic en Dragan Obrenovic. Zij hebben schuld bekend aan de massamoord in Srebrenica in ruil voor strafvermindering. Ze deden deze schuldbekentenis in mei van dit jaar, en daarna werden een paar grote massagraven ontdekt in Bosnië.

Volgens medewerkers van het tribunaal is dat geen toeval – de verdachten werken mee aan het onderzoek. Maar de officiële reactie van de tribunaal-woordvoerder is dat er geen direct verband is.