Van der Laan bezuinigt op diensten

Om de kunstmakers te ontzien wil staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur) de bezuinigingen in de cultuursector van de komende jaren vooral halen bij de ondersteunende instellingen.

Dat zei Van der Laan gisteravond in de `State of The Union' op de opening van het Theaterfestival in Amsterdam. In deze jaarlijkse toespraak is het gebruikelijk dat politici hun visie op de kunsten uiteenzetten.

Van der Laan moet in de nieuwe Cultuurnotaperiode 19 miljoen euro per jaar bezuinigen en wil dat bedrag halen uit ,,de wereld van de `institutionele overhead'. Niet die van het spelen van voorstellingen, het geven van concerten, het maken van kunst, maar die van onderzoek, documentatie, voorlichting, advies, bemiddeling, debat en het behartigen van belangen.'' Van der Laan vindt dat de gebruikers van deze instituten voortaan meer zelf voor de kosten moeten opdraaien. Concrete voorbeelden van instellingen wilde de staatssecretaris nog niet noemen. Volgens het ministerie van OCW krijgen kunstondersteunende instellingen als bijvoorbeeld het Theaterinstituut, MuziekGroep Nederland (met daarin Donemus) en het Nationaal Popinstituut in totaal 50 miljoen euro per jaar aan subsidies.

Van der Laan wil ook de band tussen stad, regio en kunsten versterken. Zij denkt daarbij aan het stimuleren van het stedelijk productieklimaat en van de regionale voorzieningen. Als goed voorbeeld noemde ze Utrecht waar de theaters, de toneelgroepen en de gemeente goed zouden samenwerken. Van der Laan vraagt aan de Raad voor Cultuur om in het Cultuurnota-advies niet alleen analyses van kunstdisciplines, maar ook van steden en regio's te geven.

Verder herhaalde Van der Laan dat ze de kunstsector niet, zoals haar voorgangers, haar visie of gedragsregels wil opleggen. Procedures als die van de Cultuurnota, ,,waarin de zon nooit onder gaat'', wil ze vereenvoudigen. Ze wil dat de overheid ,,korter, bondiger en concreter'' wordt. Over de bureacratie rondom de Cultuurnota zei ze: ,,Met de correspondentie die mijn departement en de culturele instellingen daar in de loop van zo'n periode met elkaar over voeren, is een archief te vullen dat in omvang het VOC-archief in zijn schaduw plaatst.''