Utrechtse raad hoort Opstelten over fraudezaak

Burgemeester Ivo Opstelten van Rotterdam is gisteren gehoord door een speciale commissie van de gemeenteraad van Utrecht.

Deze commissie onderzoekt hoe Opstelten als toenmalig burgemeester van Utrecht heeft gehandeld op het gebied van ambtelijke integriteit. Aanleiding is vermeende fraude van twee ambtenaren die mogelijk met voorkennis in huizen handelden. Opstelten vindt dat hij juist heeft gehandeld.

De commissie wilde gisteren van Opstelten horen waarom hij niet heeft ingegrepen toen hij hoorde over de affaire. In 1997 vernam de burgemeester van een districtschef van de politie dat twee Utrechtse ambtenaren handelden in dure stadspanden. Door in de monumentale panden appartementen te bouwen, konden ze de woningen met winst verkopen. Bij de aankoop van ten minste één pand heeft het duo mogelijk met voorkennis gehandeld. Een van hen werkte op de afdeling bouwbeheer.

Opstelten hoorde in 1997 van de politie dat er een onderzoek gaande was naar de twee ambtenaren. Ook verscheen er een rapport van het ministerie van VROM met de aanbeveling iets te doen aan de nevenhandel die de schijn wekt van belangenverstrengeling. Pas vorig jaar werd er een ontslagprocedure gestart tegen de twee.

De commissie vroeg Opstelten waarom hij geen gehoor heeft gegeven aan de aanbeveling van VROM. Opstelten verklaarde gisteren voor de commissie dat het ministerie van VROM bij hem of bij de politie niet had aangedrongen op een vervolgonderzoek. ,,Strafrechtelijk was er geen sprake van fouten, geen sprake van misbruik van bevoegdheid. Dat betekent dat er ook rechtspositioneel geen aanleiding was om zelf actie te ondernemen.'' Opstelten vindt het juist ,,een teken van integriteit'' dat hij de politie het onderzoek liet doen. ,,Wie is er onafhankelijker dan de politie?''

Dit voorjaar verscheen een rappport, opgesteld door Cap Gemini Ernst&Young;. Dat rapport stelde dat er weliswaar ,,onvoldoende en gefragmenteerd'' met het `integriteitsbeleid' van de gemeente Utrecht is omgegaan, maar dat er geen sprake is geweest van ,,structurele integriteitsschendingen''.

De commissie wil van voormalige bestuurders weten hoe zij met de schendingen van het integriteitsbeleid zijn omgegaan. Het rapport kon hierover geen duidelijkheid geven, omdat er weinig over de zaak op papier is vastgelegd.

Behalve Opstelten werden drie oud-wethouders, G. Mik, J. Zwart en A. Rijckenberg, ondervraagd over hun aandeel in het Utrechtse integriteitsbeleid. Rijckenberg, die pas na haar vertrek als wethouder hoorde van de affaire, verklaarde dat ze de gang van zaken ,,niet verstandig'' vond. Zwart, die ook niet was ingelicht door de burgemeester, zou in deze situatie ,,een potentieel misverstand'' voor de buitenwereld hebben willen voorkomen.

De raadscommissie presenteert aan het einde van dit jaar haar bevindingen.