Scheidende Spaanse premier zit nog barstensvol energie

Het zal voor Mariano Rajoy, de nieuwe leider van de Spaanse conservatieven, niet meevallen uit de schaduw van José María Aznar te treden, die een duidelijk, welhaast presidentieel, stempel op zijn politiek drukte.

De Spaanse conservatieve Partido Popular heeft dezer dagen de opvolging van partijleider José María Aznar afgerond met de herschikking van enkele ministersposten. Na veertien jaar Aznar wordt de partij nu aangevoerd door voormalig vice-premier Mariano Rajoy. In een sfeer van bijkans evangelische blijheid werden Rajoy ingezegend en Aznar uitgeluid. De doorgaans onbewogen premier moest er zelfs een traantje bij wegpinken. ,,Dit is geen halve opvolging, maar een afscheid met alle consequenties'', zo meldde Aznar terwijl het partijbestuur ovatie op ovatie liet volgen.

Als Aznar conservatief Spanje iets heeft gegeven dan is het wel een stevig herwonnen zelfvertrouwen. ,,Ik heb geen last van complexen'', zo liet de vers gekozen Rajoy in zijn dankwoord weten. Net als Aznar heeft hij `geen complexen' over het sombere verleden van de dictatuur van Franco, waarin menig partijganger – niet in de laatste plaats de scheidende leider zelf – ooit hun ideologisch vertrekpunt vonden. En hij heeft ook `geen complexen' om de nationale eenheid van Spanje te verdedigen tegen de verschillende aanspraken op meer regionale onafhankelijkheid.

In Spanje's prille democratie hebben leiders het er vaak moeilijk mee op te stappen. Vijf jaar na zijn vertrek als leider van de sociaal-democraten speelt Felipe González in zijn partij nog altijd nadrukkelijk een rol achter de schermen. Aznar is evenwel de eerste politieke leider die uit eigen beweging opstapt. Hij kwam keurig zijn belofte na niet langer dan acht jaar het land als premier te leiden en voorkwam zo onnodige spanningen. Met Aznar vertrekt een man die respect wist af te dwingen, maar er door zijn starheid en autoritaire karakter nooit in slaagde de harten van de Spanjaarden te winnen.

Belangrijke onderdelen van Aznars politieke erfenis zijn de strijd tegen de terreur van de ETA, de onvoorwaardelijk alliantie met de Verenigde Staten van George W. Bush en het liberale economische beleid. Acht jaar van economische voorspoed gaven hem een steuntje in de rug. España va bien, het gaat goed met Spanje, werd lange tijd de slogan waarmee hij de kiezers wist te winnen.

Op het gebied van sociale politiek en cultuur was de vooruitgang minder duidelijk en drukte Aznar eerder een conservatief stempel: katholiek geloof als examenvak, geen gelijke rechten voor homoseksuelen en onderwijs en onderzoek dat als vanouds in de staart van de Europese liga verkeert. Ook ontbrak een effectieve aanpak van de explosief gestegen emigratie naar Spanje.

Of Aznar – afgezien van zijn nagekomen belofte om te vertrekken – Spanje ook democratischer achterlaat dan hij het aantrof valt te betwijfelen. Het behalen van de absolute meerderheid bij de vorige verkiezingen liet zijn sporen na. De premier kreeg steeds meer last van machtsverzuring. In belangrijke kwesties, zoals de rampzalige aanpak van de olieramp met de tanker `Prestige' en de uiterst omstreden steun aan de oorlog in Irak, weigerde hij simpelweg verantwoording af te leggen in het parlement. De nieuwsvoorziening op de staats-radio en -tv werd schaamteloos – `geen complexen' – gemanipuleerd. Als de oppositie kritiek leverde werd zij uitgemaakt voor ,,staatsgevaarlijk''. En de politiek benoemde hoofdaanklager wendde zijn invloed aan om voor de regering onwelgevallige justitiële onderzoeken in de kiem te smoren.

De premier houdt niet van verrassingen of tegenspraak. Het gevolg was een partijdril naar klassiek sovjetrecept, die de afgelopen dagen zijn onmiskenbare hoogtepunt kende. Nadat Aznar hem tot zijn kroonprins had uitverkoren werd Mariano Rajoy met 503 van de 504 stemmen door het partijbestuur gekozen. Eén stem was blanco en die was vermoedelijk van Rajoy zelf. Zoveel eendracht maakt elke discussie overbodig.

Na afloop buitelden de partijcoryfeeën over elkaar heen met loftuitingen over Aznar en diens opvolger. De vreugde kon evenwel niet verhullen dat er misschien wel capabeler opvolgers zijn. De door de wol geverfde tweede vice-premier Rodrigo Rato, bijvoorbeeld, die als minister van Financiën en Economische Zaken Spanje's economische succes op zijn naam heeft staan, en die zich, als beloning daarvoor, tevreden moet stellen met promotie tot eerste vice-premier. Of de ambitieuze burgemeester van Madrid, Ruiz-Gallardón, die mevrouw Aznar op zijn kieslijst accepteerde in een – naar nu is gebleken: vergeefse – poging om tot het hoogste ambt te worden geroepen.

Anders dan deze twee rivalen, die er in het verleden uitgesproken andere meningen op nahielden dan de premier, was Mariano Rajoy altijd een nauwgezet uitvoerder van de orders van Aznar. Bovenal geldt de nieuwe PP-leider echter als diplomatiek en vriendelijk, wat zeker een opluchting is na de disciplinaire stijl van zijn voorganger. Of hij Aznar ook als premier kan aflossen, zal hij volgend voorjaar bij de verkiezingen moeten bewijzen.

Als dat mocht lukken, kan Rajoys meer ontspannen stijl hem bijvoorbeeld goed van pas komen om de verstoorde verhoudingen met de regio Baskenland te verbeteren (Aznar heeft al jaren niet meer gesproken met de nationalistische regio-president Ibarretxe). Maar het zal voor de 48-jarige Rajoy niet eenvoudig zijn om zelf een duidelijk stempel op het beleid te drukken na het vertrek van zijn illustere voorganger. Die zit, 50 jaar jong, nog barstens vol energie. ,,Aznar mag binnen de partij gaan doen wat hij wil'', zo verklaarde de nieuwe PP-leider deze week voor de staats-tv.