`Principes werken beter dan regels'

Vandaag loopt de termijn af waarbinnen ondernemers, commissarissen en aandeelhouders kunnen reageren op de code voor goed bedrijfsbestuur. Van de resultaten van deze inspraakronde moeten critici niet veel verwachten. Tabaksblat: `Inhoudelijk zullen de aanpassingen minder zijn dan tekstueel.'

Eigenlijk had Morris Tabaksblat (66) er helemaal geen zin in, toen hij begin dit jaar door VNO-NCW-voorzitter Jacques Schraven werd gepolst voor de adviescommissie corporate governance. Even later kreegt Tabaksblat weer een signaal. ,,Op een congres waar ik aanwezig was liet Hans Hoogervorst als minister van Financiën weten dat de Tweede Kamer zon op wetgeving. `Als het bedrijfsleven nog zelf iets wil doen, moet het nu gebeuren. Anders is het te laat', zei hij'', vertelt Tabaksblat.

Corporate governance, de wijze waarop ondernemingen worden bestuurd, heeft al lang zijn interesse – al in de tijd (1994-1999) dat hij nog bestuursvoorzitter was van Unilever. De discussies in Engeland en de Verenigde Staten volgde hij op de voet. Bovendien zit hij in de stichting die de veertig aanbevelingen van de commissie Peters voor verbetering van het ondernemingsbestuur uit 1997 levend moet houden.

Maar om nu in Nederland nieuwe gedragsregels te verzinnen? En dat na de mislukking van de commissie Peters, wier aanbevelingen door bedrijven nauwelijks werden overgenomen? En dan dat gedoe eromheen. ,,Dan moet er een commissie komen, dan moet je leden zoeken. Het is zo polderachtig. In Engeland stellen ze een meneer aan met een paar adviseurs en die gaat aan de slag. Die stijl van werken staat mij meer aan'', zegt Tabaksblat.

Toch verscheen twee maanden geleden de concept-code corporate governance, die leeft onder de naam code Tabaksblat. Hij ging het elfkoppige comité na aanvankelijke aarzeling leiden. ,,Toen de commissie was samengesteld – dat heb ik zelf niet gedaan – heb ik met een aantal leden een gesprek gehouden over hun visie op ondernemingsbestuur. Mijn uitgangspunt was dat mijn visie ook hun visie was. Dat wilde ik eerst toetsen.''

De code moet de remedie zijn voor het ongenoegen en het wantrouwen dat is ontstaan rond het Nederlandse bedrijfsleven. De deconfiture van supermarktconcern Ahold, het voormalige succesnummer dat een deel van zijn omzet gefingeerd bleek te hebben, heeft het vertrouwen van de financiële wereld diep geschokt. De royale vertrekregelingen en inkomens van topbestuurders – zoals Aholds eigen topman Anders Moberg – zijn slecht gevallen in een land dat wordt geteisterd door economische tegenspoed, stijgende werkloosheid en dalende koopkracht. Vergroting van doorzichtigheid en controle staat centraal in de code, die vooral de positie van de aandeelhouder moet versterken.

De afgelopen weken brandde vervolgens de kritiek los, met als hoogtepunt van verzet de samenkomst van 28 president-commissarissen in het Amsterdamse Hiltonhotel, die onderling en met Tabaksblat – zelf ook meervoudig president-commissaris – wilde discussiëren over zijn code. ,,Ik heb mij een slag in de rondte gewerkt de afgelopen tijd. Ik heb de code moeten verdedigen, of beter gezegd: moeten toelichten. Maar dat is denk ik goed gelukt.''

Vandaag is de laatste dag dat ondernemers, commissarissen, aandeelhouders en andere belanghebbenden kritiek kunnen inleveren bij Tabaksblat. Vervolgens gaat de commissie zich daar over buigen en half december moet de definitieve code klaar zijn, zodat deze per 1 januari van kracht kan worden. Nu Tabaksblat het merendeel van de reacties binnen heeft, wil hij graag nog wat zaken toelichten. In zijn woning in Wassenaar, naast een grote kast vol zichtbaar gelezen literatuur, kunstboeken en theologische werken.

Zo'n 150 reacties heeft de commissie gekregen. ,,Variërend van drie regels tot epistels van veertig pagina's'', zegt Tabaksblat. ,,Sommige reacties zijn uit de heup geschoten, andere zijn zeer doordacht. En er zijn natuurlijk de bekende reacties waarbij mensen hun stokpaardje berijden.'' Voorbeelden daarvan wil hij niet geven.

De manier waarop kritiek in de media is gekomen, doet Tabaksblat ogenschijnlijk weinig – ook al is soms geschoten met scherp. Zo noemde de bestuursvoorzitter van Van Lanschot Bankiers de code een `studeerkamerproduct'. ,,Nou, dan weet hij niet dat dit vooral in de directiekamers speelt'', reageert Tabaksblat. De opmerking van werkgeversorganisatie VNO-NCW dat de code op enkele punten `typisch Hollandse makelij' is doet hem slechts glimlachen. ,,Dat is de manier waarop het Nederlandse bedrijfsleven zegt dat hun iets niet bevalt.'' Op de reactie, gisteren, van acht grote multinationals als Shell, Philips en Unilever, wil hij niet expliciet reageren.

De meeste reacties gaan volgens Tabaksblat over de onderwerpen, die ook in de media breed zijn uitgemeten: de beperkte hoogte van gouden handdrukken, het maximale aantal commissariaten dat een toezichthouder mag bezitten, en de verhouding tussen vaste en variabele beloning van bestuurders. ,,Het zijn een stuk of 10 van de 124 regels die iedere keer terugkomen.'' Waarmee Tabaksblat maar wil zeggen dat voor ruim 90 procent van de code groen licht is gegeven.

Dat wil niet zeggen dat er niets verandert, maar veel zal het niet zijn. ,,Inhoudelijk zullen de aanpassingen minder zijn dan tekstueel'', zegt hij. ,,Er zijn bijvoorbeeld enkele goede voorstellen gekomen om bepaalde zaken samen te voegen, dat maakt de code minder omvangrijk. Verder kunnen sommige regels onbedoelde effecten veroorzaken, grote en kleinere beursgenoteerde bedrijven verschillen nu eenmaal, maar met een kleine aanpassing is dat verholpen.'' Tabaksblat wil zich nu nog niet uitspreken over de aanpassingen van de code – op één punt na.

Veel misverstanden zijn namelijk ontstaan over het principe van comply or explain, een van oorsprong Brits beginsel dat de kern vormt van de code. In de wet wordt namelijk vastgelegd dat een bedrijf in zijn jaarverslag moet aangeven welke punten uit de code het overneemt. Bij punten die niet worden overgenomen, moet het bedrijf uitleggen waarom niet. ,,Ik heb comply or explain vertaald als `pas toe of leg uit', maar dat is niet helemaal duidelijk'', erkent Tabaksblat.

De indruk bestaat dat als een bedrijf een regel met redenen omkleed niet overneemt, het zich niet houdt aan de code. Werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft daarop gewezen, terwijl ook sommige juristen de tekst zo interpreteren dat een bedrijf in beginsel niet kan afwijken van de code. Dat laatste zou weer de weg openen naar juridische procedures bij bijvoorbeeld de Ondernemingskamer, de rechtbank voor bedrijven. ,,Nee, nee'', zegt Tabaksblat. ,,Het ligt aan de Engelse uitdrukking. Het is eigenlijk apply or explain. Als de aandeelhouders de uitleg van het bestuur aanvaarden, dan voldoe je daarmee aan de code. Deze tekst zullen we verduidelijken.''

Er kunnen namelijk wel degelijk goede redenen zijn om af te wijken, vindt Tabaksblat: ,,Een groot bedrijf als Shell is natuurlijk wat anders dan een bedrijf dat net naar de beurs is gegaan''. Als voorbeeld geeft Tabaksblat een constructie bij zijn oud-werkgever Unilever, waar twee holdings – een Britse en een Nederlandse – juridisch met elkaar verbonden zijn. Er zijn twee exact dezelfde raden van advies en dezelfde raden van bestuur. Deze structuur, er zijn inmiddels enkele kleine aanpassingen geweest, stamt uit 1930, toen het Britse Lever Brothers en de Nederlandse Margarine Unie samengingen. ,,Unilever moet aandeelhouders kunnen uitleggen dat een fusie van die twee holdings tot één holding minder aantrekkelijk is dan de huidige structuur.''

Maar hoever moet een bedrijf daarbij gaan? Is bijvoorbeeld de frase ,,we wijken van de regel af wegens historische redenen'' voldoende? Tabaksblat vindt van niet. ,,Als een bedrijf iets al heel lang doet dat goed werkt, kan dat een prima reden zijn. Maar de onderneming moet de aandeelhouders kunnen aantonen waarom deze keuze beter is dan een alternatief dat bijvoorbeeld een concurrent gebruikt.''

De code zou `te gedetailleerd' zijn en naar de smaak van tegenstanders `te juridisch'. Tabaksblat zegt: ,,Als je ervoor bent is het niet uitgebreid genoeg, ben je ertegen dan is de code te gedetailleerd''. En dan: ,,Een code is altijd juridisch, anders is deze te vaag. En wij hebben bewust gekozen om de code met regels handen en voeten te geven omdat Nederland, in tegenstelling tot Engeland, geen traditie heeft van zelfregulering. We zijn daarom aan de veilige kant gaan zitten door duidelijkheid te scheppen.''

Tabaksblat zegt dat de code juist is gebaseerd op principes – het zijn er 24. Hij verwijst naar Amerika, waar de Sarbanes-Oxley Act, ontstaan na de grote boekhoudschandalen, en de bepalingen van beurstoezichthouder SEC, gebaseerd zijn op een woud van regels. ,,Als bedrijf kan je dan voldoen aan alle regels, maar mag je dus ook dingen doen tussen de regels door die misschien niet door de beugel kunnen. Principes werken beter dan regels.'' In Engeland volgt eenderde van de bedrijven de code volledig, de rest legt uit. ,,In Nederland verwacht ik eenzelfde verhouding tussen toepassen en uitleggen'', zegt Tabaksblat.

Met zijn principes raakt Tabaksblat het hart van het Nederlandse structuurregime, dat begin jaren zeventig werd ingericht. Bij dit regime, dat nog bestaat bij voormalige staatsbedrijven zoals KPN, TPG en DSM, maken commissarissen de dienst uit. Deze commissarissen kiezen elkaar (coöptatie), in plaats van dat aandeelhouders dat doen. Met zijn voorstel om aandeelhouders ook voordrachten te laten doen voor commissarisbenoemingen breekt Tabaksblat al in bij dit zeer Nederlandse bolwerk.

Tabaksblat had graag het regime op de helling willen zetten, zegt hij. Maar dit onderwerp lag al bij de politiek. En VNO-NCW had zich al gecommitteerd aan een advies van de Sociaal Economische Raad (SER) rondom wettelijke wijzigingen van het structuurregime. ,,Het was jammer dat we er niets mee konden doen'', zegt hij. Tabaksblat noemt het toeval dat juist afgelopen maandag de wetswijzigingen voor het structuurregime in de Tweede Kamer werden behandeld. Maar hij vindt het een gemiste kans dat het kabinet pas begin volgend jaar met een herziening komt. ,,Waarom wordt dit niet nu meteen gedaan'', zegt hij geïrriteerd. Uiteindelijk denkt Tabaksblat dat het structuurregime geen lang leven meer is beschoren, omdat het een rariteit vormt binnen Europa.

De code van Tabaksblat moet daarentegen een levend organisme worden. Er zal daarom een `bewakingscommissie' komen die de code op gezette tijden wijzigt en aanpast. Een verzanding zoals de regels van de commissie Peters is overkomen, daar gruwt Tabaksblat van. Maar zelf zal de 66-jarige oud-topman er geen deel van uitmaken. Hij zegt het al druk genoeg te hebben met zijn eigen commissariaten bij uitgever Reed Elsevier, verzekeraar Aegon en postbedrijf TPG. Het beeld dat bestaat dat commissarissen nauwelijks wat te doen hebben, ervaart Tabaksblat naar eigen zeggen niet. ,,Het kost tijd om je positie goed te overdenken als je moet stemmen tijdens een commissarissenvergadering. Bovendien moet je als commissaris regelmatig vestigingen bezoeken om daar het management te leren kennen. Daar kan een potentiële opvolger tussen zitten van de bestuursvoorzitter.''

Volgens zijn eigen code zal Tabaksblat één president-commissarisschap moeten opgeven. Hij weet bij welk bedrijf hij gaat stoppen, maar laat zich daar niet over uit. Hij vindt het zichtbaar niet erg. ,,Ik wil nu wel eens wat meer van mijn pensioen genieten.''

Dit is het zesde deel van een serie artikelen over de code Tabaksblat. Eerdere afleveringen verschenen op 23, 27 en 30 aug. en 3 sept. en zijn na te lezen op www.nrc.nl.