Plannenregen

DAT EEN FORS DEEL van het ambitieuze bezuinigingsprogramma van het kabinet-Balkenende bij de sociale zekerheid gehaald zou worden, was van meet af aan duidelijk. Macrobedragen zeggen echter weinig. Het gaat om de concrete onderliggende maatregelen en die worden, nu prinsjesdag dichterbij komt, met de dag duidelijker. Minister De Geus (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) is bijna dagelijks in het nieuws in verband met bezuinigingsvoornemens die op zijn departement circuleren.

De constante plannenregen en de in het verlengde daarvan liggende `nuanceringen' van minister De Geus maken een rommelige indruk. Voor een deel is er sprake van een bekende politieke strategie: een harde maatregel laten uitlekken, deze vervolgens afzwakken zodat het geheel toch wel weer meevalt. Voor een ander deel is de voortijdige openbaarmaking van voorstellen een gevolg van het Nederlandse overlegmodel dat ertoe leidt dat vele maatschappelijke partijen reeds in de voorbereiding worden geconsulteerd. Daarom komt de kritiek van CNV-voorzitter Terpsta op de ,,dagkoersen'' van minister De Geus vreemd over. Die dagkoersen zijn namelijk mede het gevolg van het permanente overleg dat met de organisaties van werkgevers en werknemers wordt gevoerd.

Ook gisteren eiste Terpstra weer op hoge toon betrokkenheid bij de plannenmakerij. In dit geval ging het om de eventuele aanpassing van de criteria wanneer kan worden afgeweken van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. Hiermee geeft Terpsta toch een verkeerde uitleg van het poldermodel. Het zijn niet de sociale partners die regeren, maar de regering.

LOS HIERVAN zit minister De Geus met zijn gisteren bekend geworden idee om de koppelingswet aan te passen natuurlijk wel met een ernstig geloofwaardigheidsprobleem. Een probleem dat hij geheel over zichzelf heeft afgeroepen door zich vanaf zijn aantreden als minister zo nadrukkelijk te verbinden met de koppeling. Het afschaffen van deze systematiek, die het gelijk oplopen van lonen en uitkeringen garandeert, zou hij niet meemaken, heeft De Geus meermaals verklaard.

Door te gaan schuiven met de voorwaarden waaronder er niet meer automatisch hoeft te worden gekoppeld, schaft De Geus de koppeling de facto wel degelijk af. Hij doet er beter aan dat ruiterlijk te erkennen dan zich te verschuilen achter mistige redeneringen. Een statisch instrument als de koppeling is een verbod op nadenken. Dat had De Geus moeten beseffen toen hij minister werd. Dan had hij het nu aanzienlijk minder moeilijk gehad.