Ontroerende Dido van Connolly

Onder Simon Mundy bracht het Utrechtse Festival Oude Muziek acht jaar geleden ook eigentijdse composities en ditmaal was het weer zover. In de Geertekerk ontpopte Guus Janssen (1951) zich als de reïncarnatie van een speelse renaissancecomponist, sterk in suggestieve beelden, op het groteske af. Het herinnerde aan de sfeer van de catch, een gezelschapszang in canonvorm die niet vies is van onbetamelijkheden. Wie dit wil afdoen als een randverschijnsel herinnere zich de petomaan Joseph Pujol die in 1895 een eigen theater oprichtte en niet minder internationale faam genoot dan La Patti of Franz Liszt.

In de Geertekerk ging het om de realistisch beeldende consort song, in de woorden van William Byrd: ,,made for instruments to express the harmony, and one voice to pronounce the ditty''. De instrumenten lagen in de vertrouwde handen van het elegante Brisk blokfluitenkwartet en de ditty werd onnavolgbaar stijlvol gerealiseerd door de veelzijdige counter Michael Chance.

In Janssens Elegy on the Death of a Mad Dog wordt een goeïge man aangevallen door een bijtgraag mormel. We horen de grommende ruzie, gevolgd door menige scherpe beet in de sopraanblokfluit. Uiteindelijk overlijdt de hond en niet de man – het is de vraag of dat in Engeland wordt beschouwd als een happy end. Het geheel had iets weg van een persiflage op de stijl van de opera seria: geëxalteerde ironie, schokkend op een grappige wijze.

Klaas de Vries bleek nog te werken aan zijn opdracht, daarvoor in de plaats kregen we Elvis Costello's stevig gezongen – dat kan Chance ook – Put away forbidden play things, acht jaar geleden gecomponeerd voor Purcells 300ste sterfdag. Vrijwel steeds wordt zijn Dido and Aeneas aansluitend gepresenteerd, in Vredenburg uitgevoerd als een opgeblazen kameropera. Beter is het werk niet zozeer te waarderen als een stevige barokopera dan wel als een luchtige renaissance-masque, een spel binnen een spel. Maar de monumentale grandeur van Dido's Lament benadrukt nu eenmaal die ernstige kant en vergeten is dan de karikaturist van meer dan vijftig catches.

Men heeft Purcells slotkoor wel vergeleken met dat van Bachs Matthäus Passion. Zover zou ik niet willen gaan bij de solide uitvoering onder Richard Egarr waarbij de Orchestra of the Enlightenment en een in een wijde kring daar omheen opgesteld koor dat er stevig strak tegenaan ging.

De solisten daarentegen vibreerden ongegeneerd. Maarten Koningsbergen was een macho-Aeneas en mezzosopraan Sarah Connolly als Dido wist door tijdig terug te nemen op momenten te ontroeren. Een pikant Spaans tintje voegde William Carter toe op zijn barokgitaar.

Holland Festival Oude Muziek. Gehoord: 3/9 Utrecht.