Nachtleven met Bach

Zanger en gitarist zingt gedichten van Charles Bukowski bij J.S. Bachs `Das wohltemperierte Klavier'. ,,Ik laat Bukowski's rauwheid tegen Bachs puurheid opbotsen.''

Eerst klinken de vertrouwde barokklanken van Das wohltemperierte Klavier (1722) van J.S. Bach uit de luidsprekers. Fraaie harmonieën, treffende contrapunten. De linkerhand van de pianist zorgt voor een stuwende ritmiek. Met zijn rechterhand bespeelt hij de hogere toetsen. Licht, helder. De liefhebber van Bach is helemaal gerustgesteld. Dan, onverwacht, begint de pianist te zingen met ruige, lage stem. Hij zingt een gedicht bij Bach. Niet van een tijdgenoot uit de achttiende eeuw, maar poëzie die hoort bij deze tijd van de jungle van de grote stad met zijn eenzaamheid, drank, kapotte liefdes, auto's met sissende banden over natgeregend asfalt. Als geen ander roept de Amerikaanse auteur Charles Bukowski (1920-1994) in zijn gedichtencyclus The Last Night of the Earth Poems een desolate sfeer op, zoals de titel al aangeeft.

Pianist, zanger en gitarist Willem van Ekeren (Wassenaar, 1956) is al jarenlang geboeid door de mathematische, polyfone klaviermuziek van Bach. Een paar jaar geleden speelde hij ter vertroosting en om opnieuw iets van geluk te vinden Bachs preludes en fuga's. Zijn moeder was kort daarvoor overleden, zijn vriendin weggelopen. In The American Book Center in Amsterdam vond hij een exemplaar van Bukowski's gedichten. 's Nachts begon hij te lezen. En al lezend hoorde hij de klaviermuziek van Bach. Hij wist het opeens zeker: het bijna religieuze gedicht `You know and I know and thee know' vraagt om het Preludium in f-kleine terts. De twee kunstvormen leken voor elkaar geschapen.

,,Ik sliep toen ergens anders dan waar mijn piano was'', zegt Van Ekeren in zijn woonplaats Den Haag. ,,Het duizelde me, ik kreeg een ontzagwekkend gevoel alsof ik in een geheime grot belandde waar op de rotswanden wonderlijke tekeningen staan. Langzaam drong ik dieper door in het mysterie van Bukowski's poëzie. De volgende ochtend ben ik vroeg opgestaan en fietste met kloppend hart naar mijn piano. Ik plaatste Bukowski's bundel op de standaard, speelde een prelude en zong `Blasted Apart With The First

Breath' op de Fuga in f-klein. Het klopte meteen. Bukowski heeft een gedicht over Bach geschreven. Mozart stond bij hem hoog aangeschreven, maar Bach het allerhoogst. Helaas is Bukowski overleden, dus ik heb hem mijn gezongen versie van zijn gedichten op Bach nooit kunnen laten horen. Zijn weduwe heeft alle steun gegeven, zijn toenmalige uitgever The Black Sparrow Press ook. Helaas is die uitgeverij opgekocht door een hele grote jongen. Wij hebben zaken gedaan met The Estate of Charles en Mrs. L. Bukowksi. Na onderhandelen hebben we een bedrag van 6.000 dollar moeten betalen voor de rechten gedurende een jaar. Dat is wel veel geld.''

Rauw

Zo rauw als de stem van Van Ekeren op de cd Bach-Bukowski klinkt, zo weinig rauw is die in het echt. Nadat ik dat verschil heb vastgesteld, zegt hij: ,,Dat geldt voor meer zangers met een laag register. Tom Waits of Lou Reed praten heel gewoon, als je het zo zou kunnen zeggen. Je zet eenvoudigweg druk op je keel, je duwt met je adem als het ware bovenop je stembanden en dan krijg je vanzelf dat schurende, ruige timbre. Alle zangers die hun stem willen laten klinken als doorrookt of gelouterd door vele flessen whisky doen dat. Ik vind het passend bij de poëzie van Bukowski, die alles met nachtleven te maken heeft, met de duistere wanhoopsuren tussen twee en drie in de ochtend als het is alsof alle licht is verdwenen. Bukowski noemt dat `In the bottom of the hour'.''

Jarenlang heeft Van Ekeren gezongen en gespeeld in popbandjes, zoals Tutti Frutti. Hij kon daarvan leven en lukte dat niet, dan viel hij terug op een uitkering: ,,Ik had continu krediet. De echte doorbraak is echter niet gekomen, althans tot nu toe. In 1996 maakte ik met twee bevriende muzikanten de cd For the Rich met liedteksten en muziek die ikzelf had geschreven. De groep heette Beatty AcqueMai. Ik dacht dat nu onze grote hit zou komen, maar er gebeurde niets. Ik ben daar boos en verdrietig over geweest. Het was een cd zoals ik die altijd heb gedroomd, een pure en prachtige samenhang van tekst en muziek. Voor mij is dat van begin af aan mijn fascinatie geweest. Hoe giet ik goeie, sterke teksten in een muzikale vorm? Mijn voorbeelden zijn niet zozeer Tom Waits, eerder zoek ik dat in de opera's van Georg Friedrich Händel en Alban Berg. Ook Billie Holiday, Frank Sinatra en zelfs Johnny Jordaan kunnen mij inspireren.''

Jarenlang was Van Ekeren de zaterdagavondpianist van de Haagse bodega De Posthoorn aan het Lange Voorhout. Hier beoefende hij tijdens borreltijd zo'n beetje alle denkbare muzikale stijlen, zoals jazz, bossa nova, latin, Amerikaanse lyrics van Frank Sinatra. ,,Het is eigenlijk het gewone `hotelwerk', maar toch stelt dat spelen in een etablissement hoge eisen. Sla je een paar noten verkeerd aan of bevalt het de gasten niet, dan kijken ze geïrriteerd op. De mensen komen om met elkaar te praten. Sommigen zijn alleen, die luisteren naar de muziek. Die zoeken in de aanwezigheid van een barpianist een alibi om daar alleen te zitten. Als barpianist heb ik de techniek van de jazz geleerd. Het neerzetten van een melodie en daarop improviseren, eromheen spelen, ritmes verschuiven of hoger en dan weer lager inzetten.''

Muziek is altijd Van Ekerens passie geweest, maar de weg die hij heeft afgelegd om de cd Bach-Bukowski te maken was lang en moeizaam. Zijn carrière heeft veel weg van het bekende, bijna romantisch-artistieke idioom: in de goot geweest, er weer uit tevoorschijn gekomen. ,,Als je repeteerde bij een van die vele bandjes waarvoor ik speelde, dan was er alles in overdaad: bier, cocaïne. Ik heb les gehad aan het Haags Conservatorium, maar faalde bij het examen piano. Daarna ben ik aan het zwerven geslagen. Ik heb in de Koninklijke Schouwburg als `volgspotter' en `kluitenlader' gewerkt. Het waren de roemrijke jaren van de Haagse Comedie met Guido de Moor en Anne-Wil Blankers. Tijdens een voorstelling deed ik weleens rare dingen. Ik richtte het licht precies naast mevrouw Blankers en dan moest zij de lichtbron volgen in plaats van dat ik haar volgde. Ik zag dan dat ze een stap opzij deed om in het licht te staan, want een acteur of actrice moet altijd het licht zoeken. `Kluiten' in het theater betekent dat je de decorstukken van een passend contragewicht moest voorzien, zodat je ze met een handbeweging kon laten dalen en weer in het toneelhuis doen verdwijnen. Mijn finest hour als inspeciënt heb ik meegemaakt bij de première van de opera Axel in het Holland Festival van 1977. Dat was in het Circustheater in Scheveningen. Vlak voor de pauze donderde de hele achterwand in elkaar. Ik maakte een vergissing.''

Van Ekeren kreeg les bij de pianovirtuoos Geoffrey Madge. Die stelde buitensporig hoge eisen waaraan zijn leerling niet kon voldoen. Een tijdlang heeft hij toen de piano vaarwel gezegd: ,,Ik verlangde weer naar de gitaar, gewoon naar een stuk hout met jankende touwtjes erop. De vleugel is ook een behoorlijk sophisticated instrument met al die toetsen. Naderhand ben ik toch weer les gaan nemen bij pianist Klaas Trapman, een geweldig musicus, die ten onrechte veel te onbekend is gebleven. Hij heeft mij weer helemaal geïnspireerd piano te gaan spelen en dankzij hem behaalde ik mijn A-diploma. Als kind was ik vooral vingervlug en kon goed noten lezen, maar ik mis een muzikaal geheugen. Eigenlijk nog steeds. Vaak zeg ik tegen mezelf: `Je leert het ook nooit. Je kunt het niet.' Ik ben altijd bang en onzeker en beschik tegelijk over een zekere bravoure. Met die combinatie moet ik het zien te redden in mijn muzikale loopbaan.''

De liefde voor Bach is ontstaan in de katholieke kerk. Van Ekeren zong missen van Mozart in het kerkkoor van de Haagse Parkstraat-kerk, een kerk met een zeer enthousiasmerende pastoor. Het jongenskoor heeft nog eens opgetreden voor de paus in Rome. Voor Van Ekeren vormden de gregoriaanse liturgie en muziek `een ontdekking'. Als jongen raakte hij onder de indruk van de zuivere schoonheid van de religieuze mis en van de versmelting van liedtekst en melodie. Hij zegt: ,,Ik heb er altijd naar verlangd een vaste vorm te vinden voor die vreemde onrust in mij. Speel ik te veel piano, dan wil ik weer terug naar de basic van de gitaar. Ik heb van alles beproefd: theater, film, drugs, rock'n'roll. Het is misschien vreemd, maar toch heb ik dankzij het gitaarspel veel meer greep gekregen op de partituur van Bach. Bij de gitaar doet de linkerhand, de hand die de steel bespeelt, meer dan de rechter. Links zorgt voor de stuwing, het ritme, de kracht. Met rechts maak je de snelle loopjes. Voor Das wohltemperierte Klavier geldt hetzelfde. De drive ligt aan de baskant van de piano, het melodische arsenaal komt voort uit de discant, de hoger gestemde toetsen. Doordat ik op de gitaar mijn linkerhand extra heb ontwikkeld, heb ik veel meer toegang gekregen tot de complexe baslijnen van Bachs klaviermuziek.''

Puurheid

,,Om de gedichten van Bukowski goed tot hun recht te laten komen, moest ik de preludes en fuga's uit het hoofd leren. Echt gecomponeerd heb ik de liederen – want uiteindelijk zijn het songs geworden – niet. Ik maakte pas later een partituur door de dichtregels boven de melodielijnen te schrijven. Soms volgen de regels het patroon van Bachs muziek, vaak ook laat ik Bukowski's rauwheid tegen Bachs puurheid opbotsen. Er zijn een paar Bach-liefhebbers geweest die tijdens een concert wegliepen. Bach is voor hen heilig, daar mag je niet aankomen. Het wonderlijke is dat de meerderheid van de klassiek georiënteerde luisteraars zich heel goed kan vinden in deze combinatie. Bovendien: Gounod heeft met het Ave Maria al een voorsprong genomen. Hij maakte een lied op Bachs klaviermuziek. Het luistergedrag van concertbezoekers is verschillend. De een speurt eerst naar de muziek en gaat daarna pas letten op de poëzie; een ander luistert eerst naar de gedichten en komt daarna toe aan Bach. Ik oefen nog dagelijks aan dit project. Ik werk nu aan een tweede cd met enkele van de hele grote en moeilijke fuga's. Elke keer weer, of ik nu repeteer of optreed, merk ik dat de samenhang steeds groter wordt. Het is of Bach en Bukowski elkaar steeds meer gaan verstaan. De opnamen zijn op één dag gemaakt in de Tuinzaal van sociëteit de Burcht in Leiden. Dat was op 4 oktober 2002. Alles is rechtstreeks opgenomen, dus zang en piano tegelijk. Ik vond dat verschrikkelijk moeilijk. Hoe verder ik in een lied kwam, hoe angstiger ik werd om een fout te maken. Want dan moest alles opnieuw.

,,Ik heb altijd het idee gehad dat ik eens iets moest maken dat niet kapot kan. Als je wat creëert, dan moet dat met de overtuiging zijn dat het uit een stuk is, niet aarzelend of terughoudend. Ik hoop dat het met Bach-Bukowski is gelukt. Uit mijn muzikale angst heb ik ook vaak in andere kunstvormen mijn heil willen zoeken. Ik deed toelatingsexamen voor de Amsterdamse Toneelschool met een monoloog uit Keefman van Jan Arends. Ik zat op hetzelfde lyceum als Theo van Gogh. Voor zijn film Een dagje naar het strand maakte ik de muziek. Ik was van de partij toen hij een screentest voor een van zijn films deed. Hij zei: `Jij bent interessant. Ik zou graag een film met je maken'. Dat werd Luger. Het gaat over een Haagse lefgozer die een achterlijk meisje ontvoert. Dat is absoluut niet autobiografisch, hoor! Een provocerende film. Ik bedankte ervoor, het is een angstaanjagende rol die de hoofdpersoon moet vervullen. Thom Hoffmann tekende wel, en die is er beroemd mee geworden. Ik kon niet het onderscheid maken tussen fictie en werkelijkheid, ik had geen afstand tot die rol. Over dat vermogen beschik ik niet. Ik was bang een mes in mijn rug te krijgen, zomaar, op straat. Ik denk dat ik daarom zoveel herken in Bukowski. Hij heeft een grote angst voor de dingen van het leven, en tegelijk hongert hij ernaar. En Bach heb ik nodig om puurheid te ervaren.''

Willem van Ekeren: Bach-Bukowski. Pearl Productions, Den Haag. e-mail: spark@bach-bukowski.nl. Inl. (070) 3639873. Optreden: 2, 3 en 4 oktober in Theater Branoul, Maliestraat 8, Den Haag. Inl.: www.bach-bukowksi.nl