Man van 10 miljoen

SUPERMARKTCONCERN Ahold trok een lange neus naar iedereen die dacht dat topmanagers zich zouden matigen. En dat uitgerekend bij het aflopen van de termijn waarin nog kon worden gereageerd op de voorstellen van de commissie-Tabaksblat over goed ondernemingsbestuur. De nieuwe bestuursvoorzitter van Ahold, Anders Moberg, blijkt de komende twee jaar minimaal 6 miljoen euro te gaan verdienen. Hij heeft al een pakket aandelen en opties. Bij vertrek krijgt hij 10,5 miljoen mee, of hij nu goed zijn best doet of een wanprestatie levert. Ondernemersrisico heeft hij niet. Moberg is geen ondernemer, maar een manager. Managers zijn vervangbaar, hoe goed ze ook zijn, en hoeven niet tot in de derde generatie financieel onafhankelijk te worden gemaakt. Er is niets tegen een topinkomen, maar een vertrekpremie moet afhankelijk zijn van de geleverde prestatie.

De mooie woorden over zelfregulering, gesproken en geschreven door de critici van Tabaksblats code, blijken in het geval van Moberg een veelvoud van miljoenen waard. Zelfregulering werkt niet als de `ouwe jongens' er onder elkaar om lachen. Het is Moberg moeilijk kwalijk te nemen dat hij bij zijn salarisonderhandelingen het onderste uit de kan heeft gehaald. De commissarissen van Ahold, die de gesprekken met hem voerden, hadden evenwel moeten inzien dat een kruideniersconcern dat vecht voor zijn voortbestaan, op de kleintjes moet letten. Dat Moberg de beste van tien kandidaten is, niet goedkoop is, en dat Ahold zich in een wanhoopspositie bevindt, zoals president-commissaris De Ruiter van Ahold gisteren aanvoerde als argumentatie voor het contracteren van de Zweed, doet niets af aan de absurditeit van de vergoeding. Bij dit soort bedragen klinken oproepen tot matiging of zelfregulering hol en betekenisloos. Het is overigens nog maar afwachten of Moberg in staat is Ahold door het huidige stormtij te loodsen. Als topman van Ikea heeft hij zich bewezen, maar dat is geen garantie voor toekomstig succes. Het verleden toont aan dat managers die als de verlosser bij bedrijven werden binnengehaald, in de praktijk de hooggespannen verwachtingen lang niet altijd konden waarmaken. Een reden te meer om na massale ontslagen voor kostenbesparing de loononderhandelingen met enige bescheidenheid te voeren. Mobergs loonclaim op dit moeilijke moment getuigt van weinig betrokkenheid bij zijn nieuwe bedrijf.

DE ZAAK-MOBERG zal zeker weerslag hebben op de afronding van het politieke en maatschappelijke debat over de code van Tabaksblat. Mobergs exorbitante salaris en vertrekpremie, zo geheel in strijd met de voorgestelde regels, vormen een aansporing om de zinnige maatregelen die oud-Unileverbestuurder Morris Tabaksblat heeft opgesteld, niet alleen over te nemen maar ook van wettelijke verplichtingen te voorzien. De `internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven', nog zo'n loze kreet, wordt hier heus niet door bedreigd. Die ondervindt juist schade van een mentaliteit die een premie zet op graaien.