Hoe Pacino Brando wordt

Het beeld is zwart en daaruit doemt het vermoeden van een gezicht op. Een man, die zegt: ,,Ik geloof in Amerika.''

Zo begint The Godfather en dan weet je dus meteen dat het goed zit. Misschien niet zó goed dat-ie kan worden beschouwd als Beste Film ooit (wat wel gebeurt), maar het is wat je noemt een klassieker. Met scènes die nog altijd worden nagedaan, als persiflage of hommage, en met memorabele citaten die hun weg hebben gevonden naar het dagelijks taalgebruik.

Regisseur Francis Ford Coppola verplaatst de camera naar een Italiaanse familie die niet in Amerika gelooft, maar alleen in zichzelf, de maffiafamilie Corleone. Ze zijn machtig, hun macht wordt betwist, ze vechten terug. De kern van het verhaal is de overdracht van de autoriteit van de vader, `peetvader' Marlon Brando, aan de zoon, Al Pacino. Het is een echte rite de passage, waarin we de zoon eerst aan zijn vriendin horen uitleggen dat híj niet is zoals de rest van zijn familie, om via diezelfde vriendin aan het slot te zien hoe hij zijn nieuwe macht consumeert in de vorm van traditionele handkussen van zijn onderdanen.

Coppola tikte een monumentaal scenario, waarin de misdaden van de familie consequent ingebed worden in familieceremonies, huwelijk, doop, begrafenis. Italië in Amerika. Door de camera helemaal te verplaatsen naar binnen de familie, dwingt Coppola zijn kijkers een standpunt te zoeken in een kring van louter gangsters. Hij wordt daarbij geholpen door de reebruine ogen van de jonge Pacino, die je sympathie moeiteloos verovert (en vasthoudt, ook als je allang hebt gezien waartoe hij in staat is).

Het scenario wordt gesteund door de zeer overtuigende manier van filmen, van belichten vooral. Als Pacino nog de onschuldige uitzondering in de familie is, zien we hem steeds in helder licht. Naarmate hij dieper bij de core business van zijn familie betrokken raakt, omhult de duisternis steeds meer ook zijn gestalte. Pacino wordt helemaal zijn vader, een monumentale Marlon Brando, van wie we in de hele film zo ongeveer alleen de ogen kunnen onderscheiden als hij met zijn kleinzoontje speelt. Cameraman Gordon Willis verwierf met zijn onderbelichte opnames de bijnaam Prince of Darkness.

The Godfather (Francis Ford Coppola, 1972, VS), Yorin, 22.00-1.10u.