Het versplinterde pantheon

Nederlandse uitgevers geven graag klassieken uit. Mooie boeken zijn het, bijna zonder uitzondering. Maar in de boekenkast vormen alle verschillende uitgaven en klassiekenseries een zootje ongeregeld. Waarop berust het Nederlandse onvermogen om één fatsoenlijke reeks met alle klassieken te maken?

Er was eens het beroemde verhaal van Jorge Luis Borges: `De bibliotheek van Babel'. Beginnend met zeven intrigerende woorden – `Het heelal (dat anderen de Bibliotheek noemen)' – beschrijft de Argentijnse meester een ontzagwekkende bibliotheek waarin alle denkbare boeken in alle talen aanwezig zijn. En voordat hij ingaat op de verwarring en de ruzie die ontstaat wanneer de mensheid met die oneindigheid moet leren leven, noteert hij het volgende: `Toen bekend werd gemaakt dat de Bibliotheek alle boeken omvatte, was het eerste gevoelen er een van buitensporig geluk. Alle mensen voelden zich de baas van een ongeschonden, geheime schat.'

Borges' sprookje, afkomstig uit Fantastische verhalen (1944), is te vinden in de onlangs verschenen `Borges Bibliotheek' – vier elegante paperbacks die in een kartonnen cassette in iedere goede boekhandel pronken. Niet alle schrijvers van wereldformaat kunnen zich zo gelukkig prijzen als de in 1986 overleden Argentijn. Neem de negentiende-eeuwse Amerikaan Nathaniel Hawthorne: van hem is slechts één roman in het Nederlands leverbaar. Of de twintigste-eeuwse satiricus Evelyn Waugh, van wie je alleen de televisie-editie van Brideshead Revisited kunt kopen. Of Borges' grote voorganger J.M. Machado de Assis, die nog slechts in antiquariaten verkrijgbaar is. Of, om dichter bij huis te blijven, S. Vestdijk, wiens beste roman, De kellner en de levenden, al jaren niet meer op de schappen staat.

Al deze schrijvers zijn het slachtoffer van het Nederlandse onvermogen om een fatsoenlijke reeks met altijd leverbare (modern-)klassieke literatuur op te zetten en in stand te houden. Een waardig equivalent van de Franse Pléiade, waarin het werk van honderden schrijvers, nationaal en internationaal, gebonden in dundruk is bijgezet; of van de Britse Penguin Classics en Penguin Modern Classics, die de belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur – van Homerus tot Graham Greene en van Beowulf tot Max Havelaar – tegen een schappelijke prijs in elegant zwart of groengrijs aanbieden.

Niet dat de Nederlandse uitgevers niet in het literaire erfgoed geïnteresseerd zijn. Integendeel, zo bleek afgelopen maandag weer op de boekenbeurs Vers voor de Pers, waar de geplande uitgaven voor het najaar gepresenteerd werden. De klassiekenreeksen verdrongen elkaar op de tafels (zie kader); meer dan veertig literaire meesterwerken, vertaald of hertaald, zullen de komende maanden de boekhandels overspoelen, in een dure luxe-editie (zoals de Decamerone-vertaling van Frans Denissen voor 60 euro) of in een goedkope dubbelpocket (Dostojevski's Idioot voor 10 euro). Daarnaast zijn er nog tientallen `losse' literaire hoogtepunten – vooral opgehangen aan het thema Frankrijk van de aanstaande Boekenweek – die al dan niet in de vorm van een ongewijzigde heruitgave `in de markt worden gezet'.

Mooie boeken zijn het, bijna zonder uitzondering. Maar in de boekenkast vormen ze een zootje ongeregeld. Naast de vorig jaar aangeschafte Gouden Reeks-editie van Middlemarch van George Eliot staat daar de half zo kleine Folio-uitgave van De molen aan de Floss van dezelfde schrijfster. Tussen een gebonden Veen-vertaling van Dostojevski's Misdaad en straf en het Russische Bibliotheek-deel De gebroeders Karamazow prijkt de dikke gele rug van de Rainbowpocket van Boze geesten. En dan Euripides: sommige van zijn fans hebben twee delen van zijn verzamelde toneelstukken in de Baskerville Serie (vertaling Gerard Koolschijn) en één deel in Ambo Klassiek (vertaling Willy Courteaux en Bart Claes); bij anderen is het precies omgekeerd. Het is hoe dan ook pijnlijker dan in het geval van Eliot en Dostojevski, want de magna opera van de vertalers beconcurreren elkaar direct. Net als bij Baudelaire, Dante en Ovidius hadden de uitgevers niets met elkaar afgestemd.

De opmars van de vertaalde en luxe uitgegeven klassieken, die een jaar of tien geleden begon als gevolg van de economische voorspoed (koopkracht!) en hernieuwde hang naar decorum (kunst mag best een beetje elitair zijn), heeft geleid tot wildgroei. Kranten en tijdschriften hebben het afgelopen jaar het ene na het andere artikel gepubliceerd over de literaire canon, maar in de boekwinkel vind je geen kast waarin de meesterwerken uit de wereldliteratuur handzaam naast elkaar staan. Binnen een uitgeefconcern als Veen, Bosch & Keuning zijn er drie prestigieuze klassiekenreeksen, waarvan er twee – De Twintigste Eeuw van Atlas en de Amerikaanse Bibliotheek van Contact – direct in elkaars vaarwater zitten. Want boeken als The Great Gatsby en Manhattan Transfer, geschreven door Amerikanen en gepubliceerd in 1925, zouden in geen van beide series mogen ontbreken. Bij uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep lopen zelfs zes reeksen – en dan rekenen we de onlangs ter ziele gegane Kleine Belletrie Serie, met gebonden mini-cadeauboekjes van beroemde schrijvers niet mee.

,,Het grootste deel van onze vergaderingen gaat op aan de vraag welk boek we in welke serie stoppen'', luidt het laconieke commentaar van Mark Pieters. Als uitgever van Athenaeum-Polak & Van Gennep is hij de ongekroonde koning van de klassiekenreeksen – van Heel Duur (de Gouden Reeks) tot Veel Waar Voor Je Geld (Salamander Klassiek, ,,waar alle dingen die goed lopen in terechtkomen''). Pieters ziet wel iets in het idee van één overkoepelende klassiekenserie, maar hij voegt daar meteen aan toe dat hij dan zelf de regie in handen zou willen hebben. Als bestuurslid van de Deltareeks, de in 1998 begonnen Nederlandse-klassiekenserie onder auspiciën van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, weet hij wat er bij een dergelijk project komt kijken. ,,Je moet een onafhankelijk bestuur hebben en een machtige redactiecommissie die de titels zo eerlijk mogelijk over de verschillende uitgeverijen verdeelt. Het gaat om de mix tussen commercieel verantwoorde en alleen-maar-prestigieuze uitgaven. Hoewel succes niet altijd te voorspellen valt. Zo mocht onze uitgeverij voor de Deltareeks Van Alphens Kleine gedichten voor kinderen maken. Er werden onverwacht tweeduizend exemplaren van verkocht, en dus moeten we herdrukken, want de afspraak is dat Delta-boeken tien jaar leverbaar blijven.''

Kortom, iedereen wil Dante en Dostojevski uitgeven en niemand de notoir moeilijke en schier onverkoopbare William Faulkner. Niemand? Ja toch. Volgend jaar februari brengt Atlas-uitgever Emile Brugman Onverslagen (The Unvanquished) uit in zijn reeks De Twintigste Eeuw. Dat gebeurt onder hetzelfde motto dat hem enkele jaren geleden zijn mooi vormgegeven paperbackreeks deed opzetten: ,,Het is toch te gek als er nul boeken van Faulkner, Greene, Frisch of welke andere grootheid dan ook in het Nederlands te koop zijn.'' Brugman, die voor De Twintigste Eeuw zowel fictie als literaire non-fictie selecteert, zegt dat hij niet streeft naar canonvorming, maar naar `highlighting'. Hij heeft geen enkele behoefte aan literaire centralisatie. ,,Je moet die Penguin Classics niet idealiseren – die reeks is niet meer wat ze geweest is. Zo heeft V.S. Naipaul zijn pockets onlangs ondergebracht bij Picador. Het geeft ook niet in welk jasje die boeken gestoken zijn, als ze maar op de schappen staan. En wanneer anderen versplintering willen tegengaan, laat ze dan maar naar ons toe komen; ik ben ervan overtuigd dat De Twintigste Eeuw de mooiste reeks is.''

Brugman zegt quitte te spelen met zijn inmiddels 33-delige serie, waarvan de meeste titels een eerste druk van 1500 à 2000 exemplaren krijgen. Vooral Joseph Roths Radetzkymars (4 drukken) en Irfan Orga's Istanboelboek Het leven aan de Bosporus (,,25.000 exemplaren dankzij een quote van Geert Mak voor de Boekenclub'') maken de verliezen op bijvoorbeeld Calvino of Greene goed. De verschillen in verkoopaantallen laten in elk geval zien dat De Twintigste Eeuw geen last heeft van de `seriemoeheid' die volgens sommige uitgevers onder lezers en vooral onder boekhandelaars heerst. Seriekoning Mark Pieters wijt de teloorgang van zijn Kleine Belletrie Serie bijvoorbeeld aan het feit dat het publiek de aangeboden boeken niet meer als aparte titel zag, maar als zoveelste deel in een reeks – waarvan tot overmaat van ramp de eerste deeltjes slecht hadden verkocht. Geen wonder dat hij voorzichtig is bij het etiketteren van twee aanstaande vertalingen van romans die vooral nog in kinderbewerkingen bekend zijn, Gullivers reizen en Reis om de wereld in 80 dagen. ,,De werktitel `Gezonken Klassieken' leek ons niet zo'n goed idee.''

Robbert Ammerlaan, directeur van De Bezige Bij, is nog sceptischer over het animo voor klassiekenreeksen. ,,Iedere keer dat ik voor een mooie kast Pléiades of Penguins sta, denk ik: dat zouden we hier ook moeten hebben. Ik beschouw het zelfs als een erezaak, want uitgevers zijn de sleutelbewaarders van de literaire schatkamer. Maar uit de praktijk weet ik dat de boekhandel zeer terughoudend staat tegenover heruitgaven, of ze nu midprice of gebonden zijn; er zijn al zoveel nieuwe titels. Misschien dat een pocketreeks van samenwerkende uitgeverijen, zoals DTV in Duitsland, levensvatbaar zou zijn; met Penguin zullen we ons in elk geval nooit kunnen meten. Niet alleen hebben we een veel kleiner taalgebied, ook hebben we lang niet zo'n sterke pockettraditie. Zelfs Het Spectrum, in de jaren vijftig en zestig marktleider met de Prismapockets, is het niet gelukt om zijn reeks klassieken uit de wereldliteratuur in stand te houden.''

Over de Spectrum-klassieken gesproken: Mai Spijkers, interim-directeur van Prometheus/Bert Bakker, loopt rond met een plan om die oude reeks nieuw leven in te blazen. Hij kan op enige ervaring bogen: in 1994 begon hij de serie Nederlandse Klassieken, waarin gebonden en soms hertaalde edities van onder meer de Beatrijs, De reis van Sint Brandaan en de gedichten van Nijhoff verschenen. Destijds een boud initiatief, aangezien de zwaargesubsidieerde Deltareeks – in een bedaagder tempo – aan iets vergelijkbaars werkte. Spijkers kent zijn klassieken. ,,Aha, de Bibliotheek van Borges'', zegt hij, als hem naar de wenselijkheid van een Nederlandse Pléiade wordt gevraagd. Maar hij ziet er niets in. ,,Wees blij dat de diversiteit in Nederland zo groot is. Zo'n overkoepelende reeks is meer iets voor een land als Bulgarije; een volwassen cultuur heeft dat niet nodig. Er wordt al zo veel geklaagd over eenheidsworst in de uitgeverij.''

Spijkers' collega Lex Spaans, hoofd van Rights.nl, de rechtendivisie van PCM algemene boeken, is minder negatief. Althans over de wenselijkheid van een mooie klassiekenserie. Over de haalbaarheid heeft ook hij zo zijn twijfels, en die zijn gefundeerd op een oud trauma. In 1994, toen hij nog uitgever bij Arena was, ontwikkelde hij samen met wijlen Michel Vassallucci (de naamgever van de tegenwoordige uitgeverij) een plan voor een Nederlandse Pléiade. De opzet, de selectie en zelfs de naam moest worden overgenomen van het Franse voorbeeld; alleen zouden enkele Nederlandse schrijvers aan het literaire pantheon worden toegevoegd. De bedoeling was dat er samengewerkt zou worden met andere uitgeverijen en met de Franse en Nederlandse ministeries van cultuur; verder zou de reeks gesponsord worden door het bedrijfsleven. Spaans: ,,Het ministerie van WVC was bereid om ons plan te steunen; maar toen puntje bij paaltje kwam weigerde Gallimard, de uitgeverij van de Pléiadereeks, om het concept en de naam door te verkopen. Heel jammer, want Pléiade is een sterk merk. De gebonden edities blijven eeuwen goed, en Gallimard is ook niet te beroerd om de tekst van de Pléiade-deeltjes ter beschikking te stellen voor goedkope edities. Misschien moet ik ons oude plan toch weer eens uit de kast halen.''

`Entre rêve et fait...' Het mag duidelijk zijn: als het aan de Nederlandse uitgevers ligt, komt de gedroomde bergplaats van het literair erfgoed er nooit. En toch blijven we ervan dromen: een hele kast vol mooie, eenvormige, betaalbare uitgaven, uit alle tijden en werelddelen – goed vertaald en leverbaar tot in de eeuwen der eeuwigheid. Zodat ook wij ons, net als de mensen in Borges' heelal, de baas kunnen voelen van een ongeschonden, geheime schat.