`Gerlach-show' was incompleet

Bij alle publiciteit die Schiphol de afgelopen weken ook in deze krant ten deel viel, was Gerlach Cerfontaine de centrale figuur. In verslagen, analyses, commentaren en columns werd een beeld geschilderd van de Schiphol-directeur. Toch ontbrak in die verscheidenheid van genres nog iets: een kritisch vraaggesprek waarin Cerfontaine zelf aan het woord kwam. Toen Gerlach Cerfontaine op 25 augustus tekst en uitleg kwam geven in het door vliegtuiglawaai geteisterde Spaarndam, was de pers in groten getale opgekomen. Van NRC Handelsblad waren twee redacteuren aanwezig: Arjen Schreuder, die geregeld over Schiphol schrijft, en Frits Abrahams, chroniqueur van de Achterpagina. Overigens wisten ze dat niet van elkaar, want Abrahams overlegt doorgaans niet met de redactie over zijn plannen. Hij is vrij om zijn eigen onderwerpen te kiezen en hij ziet zichzelf niet als verslaggever, maar als kroniekschrijver die zijn persoonlijke impressie geeft.

De volgende dag bevatte de krant drie stukken over de bijeenkomst in Spaarndam. Op de voorpagina gaf `een onzer redacteuren' een feitelijk verslag onder de kop `Schiphol belooft Spaarndam rust'. Cerfontaine bekende niet geweten te hebben van een afspraak tussen oud-minister Jorritsma en Spaarndam, dat de westelijke uitvliegroute van de Polderbaan niet over Spaarndam zou lopen. Hij zou zijn best doen de routes te laten verleggen, zelfs als dat ten koste van de capaciteit zou gaan.

Op pagina 6 stond een reportage van dezelfde redacteur, nu onder naam. De kop legde de nadruk op de handigheid van de Schiphol-directeur: `Cerfontaine paait zaal vol dorpelingen'. Voor een groot deel waren het dezelfde feiten van de voorpagina. Maar nu werd ook de sfeer getekend. Bij het begin van de vergadering hing er een `vijandige' stemming. Maar `binnen enkele minuten [had] Gerlach Cerfontaine, zonder stropdas, de zaal naar zijn hand gezet'. Na zijn toezegging was er een `warm applaus' van de dorpelingen, 'een tikje verbaasd dat hun wens zo snel [was] vervuld'.

De volhardende lezer die niet stiekem op de Achterpagina was begonnen, las daarna het stukje van Frits Abrahams onder de titel `De Gerlach-show'. `Daar was-ie dan. Keurig in het donkere pak, de boord zomers open, het grijze haar sluik en koket op de wenkbrauwen. Politie en media omzwermden hem toen hij binnenkwam. Hij leek te genieten.' Het werd een `briljante show'. `Het boegeroep sloeg om in applaus en Cerfontaine neeg bescheiden het hoofd.' Misschien was hij geen held (dan had hij gezegd: `U kunt de pot op, Schiphol moet uitbreiden'), maar slim was hij zeker. Al vroeg Abrahams zich wel af wie straks de vliegtuigen van Spaarndam `boven zijn pet' kreeg.

Terwijl Abrahams zich tussen de mensen begeeft om indrukken op te doen, zijn er ook columnisten die vanachter hun schrijftafel meningen ten beste geven. Soms keurig beargumenteerd, zoals Maarten Schinkel in de rubriek `Lux' van 22 augustus, soms uit de losse pols, zoals Youp van 't Hek in zijn column `Quotezak' op de Achterpagina van 26 augustus.

Schinkel herinnerde Cerfontaine aan zijn plan van twee jaar geleden om Schiphol te privatiseren en naar de beurs te brengen. Dan was die `domme rekenfout' in de capaciteitsberekening beursgevoelige informatie geweest, die Schiphol een gevoelige klap had gegeven.

Youp van 't Hek bekommerde zich minder om argumentatie. Die constateerde eenvoudig dat `Den Haag zich weer schitterend had laten piepelen door de louche luchtvaartlobby'. En Cerfontaine? `Die is een echte kerel als hij van zijn opties een bungalow in Zwanenburg koopt.'

De lezer die door dit alles in verwarring dreigde te raken, kon houvast zoeken in het hoofdredactioneel commentaar. Daarin werd het `volstrekt ongeloofwaardig' genoemd dat `al die duurbetaalde consultants, technici en deskundigen' niet gezien hadden dat er zo'n domme rekenfout was gemaakt. Cerfontaine had nog steeds wat uit te leggen over de `kapitale rekenfout' die zijn bedrijf `al dan niet opzettelijk' had gemaakt. Kennelijk sloot de commentator kwade trouw niet uit.

Van verslag en reportage tot column en commentaar zijn alle genres benut, zeker als we ook de politieke analyse van Harm van den Berg op 21 augustus en de uitleg van het meetsysteem door Arjen Schreuder op 2 september erbij betrekken. Maar dan nog: kreeg de lezer genoeg informatie om de rol van Cerfontaine te beoordelen?

Eigenlijk ontbrak in het geheel één element: een kritisch vraaggesprek, waarin Cerfontaine zelf nog eens precies vertelde hoe het was gegaan en wat nu zijn plannen voor de toekomst waren. Hij sprak daarover wel in interviews met Nova en de Volkskrant. NRC Handelsblad vatte dat laatste interview in een eenkolommertje samen, maar gaf zelf Cerfontaine geen gelegenheid zijn eigen verhaal wat uitvoeriger te vertellen. Dat gemis aan weerwoord was ook zichtbaar in het bericht van 2 september, waarin staatssecretaris Schultz van Haegen ontkende dat haar voorganger Jorritsma Spaarndam toezeggingen had gedaan. Had Cerfontaine dat dan uit zijn duim gezogen? Pas de volgende ochtend kwam het antwoord van Cerfontaine tot ons via Radio 1. Volgens hem waren wel degelijk verwachtingen gewekt (de betrokken burgemeester bevestigde dat) en het was best mogelijk daaraan enigszins tegemoet te komen.

Of Cerfontaine gelijk had, is voor een leek moeilijk vast te stellen, maar waarom stond zijn repliek niet in de krant? Vragen die expliciet (door Abrahams, Schinkel en de commentator) of impliciet (in het bericht over Schultz van Haegen) worden gesteld, zijn er om beantwoord te worden.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf