Gergjev dirigeert Prokofjev met lucifer

Sergej Prokofjev zelf was gisteravond aanwezig op de openingsavond van het geheel aan hem gewijde Rotterdamse Gergjev Festival. Niet alleen klonk daar in de muziek de geest van Prokofjev, maar hij was er ook vrijwel fysiek aanwezig.

Prokofjevs biograaf Harlow Robinson schetste zijn leven en liet enkele door Prokofjev ingespeelde pianolarollen afdraaien. Daar stond de grote concertvleugel het Scherzo opus 12 nr 10 te spelen en klonk dat exact zoals Prokofjev dat ooit in New York had gedaan. Al was hij onzichtbaar, Prokofjev beheerst het achtste Gergjev Festival.

Al jaren zet Valery Gergjev zich in voor Prokofjev, volgens hem te weinig gespeeld en ondergewaardeerd. Na al zoveel Prokofjev in Rotterdam, was gisteren het openingsconcert voor de Rotterdamse muziekliefhebbers goeddeels een feest der herkenning. De Scytische suite klonk al tijdens de opening van het eerste Gergjev Festival in 1996. Het stuk was het onderwerp van een NPS-documentaire uit 1997, verschillende keren uitgezonden. En ook Prokofjevs gisteren gespeelde Tweede symfonie klonk al in 1998 in de Rotterdamse Doelen.

Maar dit elfdaagse festival `Prokofjev – de verloren zoon 1927-1947' slaat met zijn uitvoerige en zeer gevarieerde programmering alles wat totnutoe op dit gebied in Rotterdam en elders ter wereld is vertoond: alle symfonieën, pianoconcerten, de pianosonates, balletmuzieken, concertante opera (Semyon Kotko), films met Prokofjevmuziek, documentaires, interviews, theatermonologen en een symposium.

Het was gisteren de avond van de briljante Prokofjev, de componist van avantgardistische muziek van een ander soort dan de atonaliteit van de Tweede Weense School van Schönberg, Berg en Webern. Prokofjev ging verder op de weg die Richard Strauss al snel in de vorige eeuw verliet na zijn opera's Salome en Elektra met hun extreme expressie. Prokofjev schreef sterke, vitale muziek, die men zou willen illustreren met het afsteken van honderd vuurwerken tegelijk. Maar naast de zeer luide en verblindend stralende passages is daarin ook plaats voor lyrische momenten, elegisch, gedempt, mysterieus.

Dat gold gisteravond voor de Scytische suite, de suite uit Le pas d'acier en de Chant symphonique, maar vooral voor de Tweede symfonie, een topstuk. Het eerste deel kan men beluisteren als een hectische dag in de roaring twenties, straatlawaai met tetterend getoeter, de nieuwe extatisch rusteloze tijd met diep gegrom en gillend gekrijs. Het tweede deel is een nachtmuziek, wonderlijk en sprookjesachtig, maar ook met groteske, surrealistische boze dromen. Het klonk nog steeds zó extreem, dat sommigen de zaal verlieten.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelde op zijn best in de Doelen. Opmerkelijk is dat Valery Gergjev deze overweldigende muziek dirigeerde met een stokje ter grootte van een lucifer. Voor wie het zelf wil zien: neem geen verrekijker mee, maar een microscoop.

Gergjev Festival: Rotterdams Philh. Orkest o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 4/9 De Doelen Rotterdam. Festival t/m 14/9.