Elkaar kwellen met liefde

`Mijn broer Cham verdronk terwijl ik lag te slapen. Dat gebeurde kort voor de grote vakantie. Na weken van storm en regen was het de eerste mooie zomerdag.

Ik was twaalf, hij zeventien.

Pas 's avonds wierp de zee Cham zijn dode lichaam op het strand.'

Zo begint Die dag aan zee, de nieuwe jeugdroman, voor veertien jaar en ouder, van Peter van Gestel. Sybille vertelt in het boek het verhaal van haar leven met haar onaangepaste broer Cham, die op een dag de zee inloopt en niet meer levend terugkomt.

Cham drinkt al vanaf zijn tiende. 's Nachts spookt hij door het bos en over het strand. In de klas valt hij snurkend in slaap en raakt dan slaags met een leraar die hem wakker maakt. Zijn jas ruilt hij voor een kratje pils.

In een doorsnee gezin in een doorsnee jeugdroman zou Chams gedrag al snel goed zijn voor een batterij hulpverleners. Maar zijn ongeremde gedrag is bijna nergens in de roman expliciet onderwerp van het verhaal. Volgens Sybille is Cham `een rare', dat wel, maar ze zou zelf graag even raar willen zijn als haar broer. Zijn gedrag blijft ook grotendeels onverklaard; ongetwijfeld heeft de contactgestoorde vader ermee te maken, maar er zijn wel meer jongens met zonderlinge vaders die géén last van gekte hebben. Dat onbenoemde maakt het verhaal van Sybille beklemmend: je voelt dat het vroeg of laat mis moet gaan met Cham, maar omdat je niet weet wat er precies mis is met hem, weet je ook niet uit welke hoek de redding moet komen. De onvoorwaardelijke liefde tussen broer en zus raakt de lezer daardoor des te harder.

Op een keer op het strand praten ze zo:

`Ik wil naar huis', zei ik.

`Waarom zou het strand en de zee je huis niet zijn?', zei Cham.

`Je zanikt', zei ik, en dat had ik niet van mezelf, ma zei het wanneer Cham aan het zwetsen was.

Hij lette niet meer op me, liep kalm naar de zee. Niet ver van de golven bleef hij staan. Langzaam nam hij de hoge hoed af en maakte met de zee aan zijn voeten een diepe buiging.

Ik was apetrots op hem. Je hoge hoed afnemen en buigen voor de zee, je moest er maar opkomen. Ik lachte en schudde als een gek – wanneer je als een gek schudt lijkt lachen op huilen.'

De droge verteltrant van Peter van Gestel is al vaak geprezen. Mariken, zijn bewerking van het middeleeuwse mirakelspel, werd bekroond met de Gouden Uil, de Jonge Gouden Uil en een Zilveren Griffel. Zijn roman Winterijs (2001) won de Woutertje Pieterse Prijs en de Gouden Griffel. Winterijs gaat over de vriendschap tussen de tienjarige jongens Thomas en Zwaan in het Amsterdam van vlak na de Tweede Wereldoorlog. In Winterijs komt de lezer – net als de hoofdperson Thomas – stukje bij beetje meer te weten over het drama dat zich in de oorlog bij de familie van Zwaan heeft voltrokken.

Maar in Die dag aan zee krijgt de lezer naarmate het verhaal vordert steeds meer vragen. Hoe is het mogelijk dat Cham zo aan zijn lot wordt overgelaten? Waarom wordt zijn moeder niet wanhopig, of boos op hem? Omdat we Cham volgen via de 12-jarige Sybille, blijven antwoorden vaak uit. `Ik weet weinig van ma', haalt Sybille de woorden van haar broer aan. `Dat komt: ik weet niks van het hoe en waarom van pa en haar. Jij wel?'

Maar de observaties en dialogen die via Sybille tot de lezer komen schetsen een aangrijpend portret van een semi-artistiek gezin met een alcoholische jongen die de weg kwijtraakt, een eenzelvige, kunstschilderende vader die zijn kinderen nooit aankijkt en `piepkleine schilderijen' maakt en een liefdevolle moeder die machteloos staat, en een zus die haar broer adoreert.

De meeste twaalfjarigen zouden de dingen nooit zeggen zoals Sybille ze zegt. Gelukkig maar. Mooi is de manier waarop zij en haar broer elkaar kwellen met liefde. Bijvoorbeeld nadat Sybille door een vrachtwagen is geschept, terwijl ze haar broer achtervolgt omdat hij met een vriendinnetje is. Eenmaal weer bij bewustzijn, vertelt haar moeder haar dat Cham zichzelf de schuld geeft van het ongeluk. Onterecht, vindt Sybille, maar dit zegt ze tegen Cham: `Ma zei: het was Cham zijn schuld'. Cham fluistert dan in Sybille's oor: `Je was jaloers. Je bent een ettertje.' Sybille `rilde van genoegen'.

Over de stijl in Winterijs zei Peter van Gestel in een interview met deze krant: ,,Dit verhaal heeft tragische achtergronden, maar het moet daar niet in verzinken. Daarom koos ik voor de directheid van een tienjarige. Een verdichting dan natuurlijk, een echte tienjarige aan het woord, daar moet ik niet aan denken, dat verveelt na anderhalve pagina dodelijk.''

Peter van Gestel is niet een auteur die voor alles rekening houdt met zijn doelgroep. Een jeugdroman is voor hem een vorm om een verhaal te vertellen, geen doel op zichzelf. Maar de veertienjarige die zich kan verliezen in bijtende dialogen en niet bang is voor gekte, heeft aan Die dag aan zee een beklemmend maar prachtig boek.

Peter van Gestel: Die dag aan zee. Querido, 208 blz. €13,95