Beursnotering UPC ten einde

Het kabelbedrijf UPC is per vandaag verdwenen van de Amsterdamse effectenbeurs. Het bedrijf heet voortaan UGC Europe en heeft alleen nog een notering aan de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq. Obligaties en aandelen UPC zijn omgezet in aandelen in het nieuwe bedrijf.

UPC heeft daarmee een ingrijpende financieringsoperatie afgerond en verkeert niet langer in surseance. Met de conversie van ruim 5,2 miljard euro aan obligaties naar aandelen UGC Europe brengt UPC zijn schuldenlast terug tot 3,6 miljard dollar. De oude obligatiehouders van UPC zijn nu voor 98 procent eigenaar van UGC Europe.

Onder die obligatiehouders zit ook UGC, dat gecontroleerd wordt door Liberty Media van de Amerikaanse kabelmagnaat John Malone en dat al meerderheidsaandeelhouder van UPC was. Malone heeft zijn grip op UPC nu verder verstevigd, want zijn bedrijf UGC is na de conversie van obligaties naar aandelen voor 65,5 procent aandeelhouder van UGC Europe. De andere obligatiehouders kregen 32,5 procent.

De resterende 2 procent is in handen gekomen van de aandeelhouders van UPC. Die kregen voor elke 555 aandelen UPC 1 aandeel UGC Europe. Bij de beursgang in 1999 kostte een aandeel UPC nog 29 euro. In maart 2000 bereikte het aandeel een piek van bijna 80 euro. UPC was op de beurs toen 35 miljard euro waard. Gisteren sloot het aandeel – voor het laatst – 20 procent lager op 8 eurocent.

UPC is in de vierenhalf jaar dat het aan de beurs genoteerd was flink gegroeid. Met de opbrengst van de beursgang en de uitgifte van een groot aantal obligatieleningen kon het bedrijf in heel Europa kabelbedrijven overnemen. In Nederland is UPC onder meer eigenaar van de kabelnetten van Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Voor de overname van Rotterdam betaalde UPC in 2000 het recordbedrag van 4.000 gulden per aansluiting (in totaal 2,35 miljard gulden).