Wat ging er mis met de directeur van NV Werk?

De directeur van NV Werk, Paul Verheij, de mannetjesputter die Amsterdam werklozenvrij moest maken, is door het stadhuis op straat gezet. Waar ging het mis?

,,Doortastend'' en ,,een echte vechter'' is hij genoemd. Een ,,initiatiefrijk'' persoon, die uitstekend tegen de gevestigde orde kan ingaan. Paul Verheij krijgt zelfs van de mensen die hem bekritiseren veel lof toegezwaaid.

Ook in het rapport `Onderzoek NV Werk' van onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) van eind vorige maand, krijgt Verheij het nodige krediet. Het rapport leidt zijn val in, maar AEF stelt wel vast dat Verheij in korte tijd een ,,krachtige organisatie'' op de kaart heeft gezet. Hij heeft ,,ondernemende kwaliteiten'' waardoor een omvangrijke operatie als de MegabanenMarkt van de grond kon komen. Hij is ,,betrokken'' en zijn kennis ,,van het veld en de materie'' is groot. Dan stokt de lof. Verheij is volgens voormalige medewerkers ook: solistisch en dirigistisch. Hij kan, zo heet het, niet delegeren en hij houdt er dubbele agenda's op na.

Verheij, zoon van de communistische wethouder H.Verheij, kreeg in 1995 van de gemeente opdracht de NV Werk op te zetten. De opdracht kwam postuum uit de hoek van wethouder stadsvernieuwing Jan Schaefer (1940-1994). Deze daadkrachtige bestuurder wilde 10.000 banen extra realiseren in de collegeperiode 1994-1998. Van Schaefer stamt het bekende motto: ,,In gelul kan je niet wonen''.

De stad zocht iemand met de statuur van Schaefer, die in de strijd tegen de werkloosheid kon breken met de ambtelijke cultuur van de Gemeentelijke Sociale Dienst (GSD). In juli 1996 werd de NV Werk een zogeheten structuur-NV met de gemeente Amsterdam als enige aandeelhouder. De NV Werk moest werken in het krachtenveld tussen stadhuis en GSD, aldus AEF. De GSD verzorgt de uitvoering van de Algemene Bijstands Wet (ABW) en fungeert als zodanig als leverancier van werklozen voor de regelingen die NV Werk uitvoert. Door het kleinschalige concept van NV Werk, de ruime middelen die haar ter beschikking staan en het energieke management kan, volgens Andersson Elffers Felix, NV Werk lange tijd met succes de dominante partij in deze omgeving spelen. ,,De NV Werk heeft in haar bestaan met verschillende instrumenten veel resultaten geboekt'', zegt AEF. Eind 1998 zijn weliswaar geen 10.000 banen gecreëerd, maar wel 10.000 werklozen op een Melkertbaan gezet. In totaal worden bijna 15.000 werklozen geplaatst op een I/D baan (Instroom/doorstroom-banen) en komen 4.500 werklozen op een werkervaringsplaats terecht, de zogeheten Melkert-I en -II banen.

Tussen 1999 en 2002 verachtvoudigt NV Werk in personeelsomvang en vervijfvoudigt de begroting. NV Werk voert niet langer alleen meer regelingen uit, maar ontplooit nu ook zogeheten reïntegratieactiviteiten, activiteiten die beogen iemand weer terug te laten keren naar betaald werk. Dat moet ook, want in de periode 2002-2003 komt een eind aan de groei van de regelingen die behoren tot de kerntaak van NV Werk. In de loop van 2002 tekent zich daardoor, zo zegt een van Verheij's oud-medewerkers, een negatieve financiële trend af. We hadden, zegt deze medewerker, de Raad van Commissarissen moeten inlichten over de penibele gang van zaken en we hadden een overlevingsstrategie moeten uitstippelen. Geen van beide gebeurt.

Wanneer Verheij werk probeert te krijgen voor zijn uitgedijde dienst vangt hij keer op keer bot. ,,De hoge overhead van de NV Werk ondergraaft de acquisitiekracht'', schrijft AEF. Gaandeweg komt ook steeds meer kritiek op de gebrekkige doorstroom die NV Werk realiseert van gesubsidieerde arbeid naar regulier betaald werk.

Verheij blijft hopen op betere tijden. Het eigen vermogen van NV Werk was in 1999 nog ruim 16 miljoen, in 2002 is dit geslonken tot nog geen 7,5 miljoen euro. Verheij voert, volgens AEF, op de begroting voor de RvC veel te hoog ingeschatte subsidies op. Hij boekt inkomsten niet realistisch in en hij informeert de RvC niet over het wegvallen van aanbestedingen.

En hij begint, in de woorden van zijn medewerkers ,,wild om zich heen te schoppen''. Bijna iedere manager zou automatisch interim manager worden. Mensen worden tot huilens toe vernederd door Verheij.

Verheij zelf noemt deze aantijging ,,te zot voor woorden'' en zegt dat het AEF rapport ,,pure onzin'' is. ,,We leggen ons er niet bij neer'', aldus een strijdlustige Verheij. Of AEF een waarheidsgetrouw beeld heeft geschapen of niet, zeker is dat het college van burgemeester en wethouders formeel sturing geeft aan zowel de GSD als de NV Werk.

,,Alles overziend'', schrijft AEF dan ook, ,,past de crisis die is opgetreden bij NV Werk in de bestuurlijke en ambtelijke cultuur tussen NV Werk en het stadhuis''. AEF somt op wat zoal mis is met die cultuur. Er worden geen voorwaarden gesteld bij het beschikbaar stellen van ,,projectbudgetten''. Grootschalige verplichtingen worden aangegaan op grond van mondelinge afspraken en prijzen, kosten en opbrengsten worden niet transparant verantwoord.

,,De informele cultuur die in de periode tot 2002 overheerst in het Amsterdamse arbeidsmarktbeleid'', schrijft AEF, ,,staat haaks op een zakelijke weging van de inzet van publieke middelen voor publieke doeleinden''. Daarmee en passant het deficit van de armoedebestrijding door de lokale politiek verwoordend. Want de jarenlange onzakelijkheid werd gedoogd door het college van burgemeester en wethouders.