VN terug in de ring

Nooit was de militaire geloofwaardigheid van de Verenigde Staten groter dan nu, en nooit hun politieke geloofwaardigheid kleiner. Deze woorden van Zbigniew Brzezinski, veiligheidsadviseur onder president Jimmy Carter, zijn een rake typering van de gevolgen van de Amerikaanse Alleingang in Irak. De overwinning op het slagveld was klinkend, maar de manier waarop Washington in de voorfase van de strijd de wereld zijn wil oplegde, heeft samen met de chaotische naoorlogse fase het Amerikaanse politieke krediet danig doen afnemen. De VS hebben aangetoond dat ze met hun militaire overmacht Irak en Afghanistan kunnen binnentrekken en het bewind kunnen verjagen. Ze hebben ook aangetoond dat ze door verkeerd begrepen eigendunk – noem het arrogantie – hun enorme reservoir aan goodwill, verkregen na `11 september', kunnen verspelen.

Op papier zouden de Amerikaanse troepen het in Irak alleen nog kunnen redden. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Bovendien gaan de oorlogskosten knellen. Uiteindelijk daagt in Washington het besef dat de pacificatie van Irak een internationale zaak is. De VS hebben hun bondgenoten en de Verenigde Naties hard nodig om hun veldtocht met succes af te ronden. De openlijke erkenning hiervan viel samen met het bezoek van de Nederlandse premier Balkenende en zijn minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer gisteren aan het Witte Huis. Of deze samenloop nu gelukkig toeval was of niet, het moment was belangrijk. De Nederlandse equipe werd ontvangen door president Bush, vice-president Cheney, veiligheidsadviseur Rice en de minister van Buitenlandse zaken, Powell. De symboliek was moeilijk te missen. De zware Amerikaanse delegatie die het multilateralisme ineens heeft ontdekt; Cheney, de hardliner, die zich op de achtergrond hield in de wetenschap dat zijn neiging tot unilateralisme het voorlopig heeft afgelegd tegen de nieuwe aanpak, een koerswijziging die tot voor kort voor onmogelijk werd gehouden.

Washington is met zijn gang naar Canossa gaan werken aan de wederopbouw van zijn internationale politieke geloofwaardigheid. Het nieuws hierover was koren op de Nederlandse molen. Het kabinet-Balkenende is voorstander van een grotere VN-rol in Irak. En als Nederland in Europa zijn aandeel kan leveren in het uitdragen van het huidige Amerikaanse standpunt, is dat mooi meegenomen. Het signaal van Washington biedt nieuwe kansen om de verstoorde transatlantische verhouding te normaliseren. De Europese Unie kan weer eens een poging wagen zich politiek te profileren. Maar dan wel graag met één stem.

`Multilateralisme' staat in dit verband voor het leveren van troepen en geld. Dat ligt gevoelig. Een gelopen race is het dan ook niet. Toch is het noodzakelijk dat meer landen – en de NAVO – hun bijdrage in Irak gaan leveren. Het anti-oorlogskamp, Frankrijk en Duitsland voorop, zal echter niet zonder meer akkoord gaan met een resolutie die militaire, politieke en economische betrokkenheid van de VN in Irak mogelijk maakt. De voorlopige resolutietekst is opgesteld door de VS; van een royaal gebaar van Amerikaanse zijde is geen sprake. Los daarvan: het is niet in het belang van de Verenigde Naties zich al te duidelijk aan de Amerikanen te binden. De VN zijn geen militaire organisatie en alleen al de recente aanslag op hun hoofdkwartier in Bagdad toont aan hoe gevoelig hun aanwezigheid in Irak ligt en hoe kwetsbaar de volkerenorganisatie in oorlogsgebied is. Het wordt op eieren lopen, maar dat de VN op het hoofdtoneel kunnen terugkeren is het beste nieuws in maanden.