Vluchtelingen Liberia slaan weer op de vlucht

Tienduizenden bewoners van vluchtelingenkampen ruim honderd kilometer ten noorden van de Liberiaanse hoofdstad zijn gisteren op de vlucht geslagen voor gevechten in het binnenland. Met hun schaarse bezittingen op het hoofd druppelden ze gisteren de stad Salala binnen, op de weg naar Monrovia. Hulporganisaties probeerden noodopvang te regelen.

Autoriteiten en hulporganisaties konden vanmorgen niks zeggen over de schaal van de opgelaaide gevechten. Ze hadden zelfs geen idee wie er strijden. Ze wisten alleen wat de vluchtelingen vertelden: dat er strijders waren gesignaleerd bij de vluchtelingenkampen waar ruim 60.000 mensen hokten, dat er mortiervuur had geklonken, dat sommigen van hen waren mishandeld en beroofd.

De vluchtelingenstroom maakt duidelijk dat de vrede in Liberia nog lang niet is weergekeerd, ondanks het staakt-het-vuren dat regering en rebellen hebben gesloten en ondanks de aanwezigheid van een West-Afrikaanse vredesmacht. De West-Afrikaanse troepen kunnen voorlopig alleen de veiligheid in de hoofdstad garanderen. Daarin komt ook geen verandering in als ze volgende week op hun volle sterkte zijn van 3.250 man. Het wachten is op een VN-troepenmacht van tenminste 10.000 man, maar de eerste blauwhelmen worden pas op zijn vroegst in november verwacht.

Rebellengroepen en regeringsmilities proberen nog een laatste keer hun slag te slaan voordat de VN-troepen arriveren. Daarbij gaat het uitsluitend om buit en terreinwinst. Het meeste geweld is niet tegen elkaar maar tegen de bevolking gericht.

Intussen kampen bewoners van de `veilige' hoofstad met honger en ziektes. Het Wereldvoedselprogramma heeft de afgelopen weken weliswaar 1.300 ton voedsel verspreid maar daarbij gaat het om maïsmeel dat zonder olie nauwelijks te verteren is. De afgelopen week zijn in Monrovia 2.000 nieuwe gevallen van cholera gerapporteerd.

Hulpverleners zijn druk bezig de ruim 5.000 bronnen in de stad te ontsmetten om de epidemie te beteugelen. Door jaren van burgeroorlog is Monrovia opgezwollen tot een waterhoofd van een hoofdstad waar ruim eenderde van de Liberiaanse bevolking woont.