Steeds minder vertrouwen in de overheid

De leefsituatie van de Nederlandse bevolking is tussen 1999 en 2002 verder verbeterd. Toch nam het percentage burgers dat vindt dat de overheid goed functioneert in twee jaar tijd af van 65 naar 35.

Dit blijkt uit De sociale staat van Nederland 2003, de vandaag door het Sociaal en Cultureel Planbureau gepubliceerde balans van het leven in Nederland. Ten behoeve van deze tweejaarlijkse publicatie heeft het SCP een maat ontwikkeld voor de `leefsituatie' van burgers. Hierin zijn allerlei aspecten opgenomen, van gezondheid tot bezit van consumptiegoederen, van wonen tot deelname aan vrijwilligerswerk.

De gestage verbetering van de leefsituatie sinds 1990 heeft zich de afgelopen twee jaar voortgezet. Opmerkelijk is dat juist categorieën die tot dusverre wat achterbleven in deze ontwikkeling er nu extra op vooruit gingen: mensen met lage inkomens, bewoners van de vier grote steden en personen tussen de 65 en 75 jaar. Personen boven de 75 zijn het slechtst af. Dat was altijd al zo, maar de verschillen met andere categorieën zijn de laatste jaren groter geworden.

De waardering voor regering en overheid is de afgelopen twee jaar dramatisch afgenomen. Nooit eerder nam het SCP zo'n grote verandering in zo'n korte tijd waar. De verandering betreft de tevredenheid over de regering en het functioneren van de overheid, beide tamelijk algemene noties.

Uit antwoorden op vragen over waaraan de overheid meer moet doen valt echter geen toenemende vraag naar actie af te leiden. Zo nam het percentage burgers dat vindt dat de overheid meer moet doen aan de zorg tussen 2000 en 2002 zelfs af van 88 naar 79 procent. Het SCP suggereert dat de hoge score van de zorg in 2000 vooral werd veroorzaakt door de media-aandacht.

De daling van de waardering voor regering en overheid blijkt nauwelijks samen te hangen met achtergrondkenmerken als leeftijd, geslacht, opleiding of inkomen.