Skopje: beleg dorpen verzacht

De Macedonische politie zal een eind maken aan de belegering van twee dorpen in het noorden van het land om de etnische spanningen te verminderen. De jacht op de Albanese daders van de recente ontvoering van twee Macedoniërs zal echter doorgaan.

Dat is gisteren in de hoofdstad Skopje meegedeeld naar aanleiding van de paniek onder de Albanese bewoners van het gebied. Veel inwoners zijn de afgelopen dagen gevlucht uit vrees voor een gewapende confrontatie tussen de Macedonische politie en guerrillastrijders van het Albanese Nationale Leger (AKSh) en een oplaaien van het etnische geweld in de regio.

De politie omsingelde de afgelopen dagen de dorpen Vakšince en Lojane. Ze sloot de uitvalswegen met vrachtwagens af en zocht te voet en met helikopters vanuit de lucht naar Avdil Jakupi, een commandant van het AKSh, en zijn medestrijders. Die ontvoerden vorige week twee Macedoniërs, die al snel door de politie werden bevrijd. De daders van de ontvoering ontvluchtten echter. Ze houden zich in of bij de twee dorpen schuil. Ooggetuigen uit Vakšince meldden inderdaad dat zich af en toe in zwarte uniformen gestoken leden van het AKSh – dat zegt te vechten voor een Groot-Albanië – in het dorp vertoonden.

De belegering van de dorpen door de politie wordt vandaag verzacht. Een politie-woordvoerder meldde dat de meeste wegversperringen worden opgeruimd en dat de burgers weer volledige bewegingsvrijheid krijgen. Avdil Jakupi van zijn kant gaf in een telefoongesprek met een journalist toe dat zijn strijd voor een Groot-Albanië weinig weerklank vindt bij de Albanezen in de regio, maar hij voegde daaraan toe zijn strijd voort te zetten en niet te denken aan overgave. Een woordvoerder van de Amerikaanse ambassade omschreef het AKSh gisteren – zoals waarnemers al eerder deden – als ,,een criminele groep die niet door de lokale bevolking wordt gesteund''.

In het naburige Zuid-Servië is de afgelopen weken de spanning opgelopen door een reeks aanslagen die ook op het conto van het AKSh worden geschreven. Net als Macedonië is het woongebied van de 70.000 in Zuid-Servië wonende Albanezen in 2001 langdurig het toneel geweest van geweld. Die strijd werd dankzij internationale bemiddeling beëindigd, en het lokale Albanese guerrillaleger werd ontbonden. Sindsdien hebben de Albanezen in de steden Bujanovac, Preševo en Medvedja zelfbestuur.

Van veel verbetering in de levensstandaard is echter sinds 2001 geen sprake. De werkloosheid is extreem hoog. In een stad als Preˇ­sevo hebben maar 2300 van de 48.000 inwoners werk. Het AKSh profiteert volgens waarnemers van die situatie. Veel Albanezen voelen de in 2001 bevochten vrijheden als `halve vrijheden' en zijn gedesillusioneerd. Van de AKSh-strijders die in Noord-Macedonië actief zijn, zijn velen afkomstig uit het aangrenzende zuiden van Servië.