Eerdere bezoeken duurden wat langer

Eerdere bezoeken van de Nederlandse premier aan de Amerikaanse president duurden meestal langer en waren persoonlijker. De égards verschilden niet.

De afgelopen tien jaar brachten Nederlandse premiers driemaal een werkbezoek aan Amerikaanse presidenten.

Premier Lubbers bracht op 4 januari 1994 een bezoek aan president Clinton in het Witte Huis. Het was het eerste werkbezoek van een Nederlandse premier aan de Amerikaanse president in jaren. De twee leiders spraken onder meer over mogelijke toetreding van Midden-Europese landen tot de NAVO, over de oorlog in Bosnië en over de wederzijdse handelsbetrekkingen. Voor het gesprek was oorspronkelijk drie kwartier uitgetrokken, maar de ontmoeting begon te laat en liep ook uit. Clinton prees Lubbers, die destijds genoemd werd als de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, ,,a leading European statesman'', Lubbers op zijn beurt noemde Clinton ,,een typische combinatie tussen de pragmatisch en de ideëel gedreven man, in die volgorde''. Na afloop sprak Lubbers een kwartier lang met Hillary Clinton, over de gezondheidszorg. De dag erop hadden Lubbers en minister van Buitenlandse Zaken Kooijmans en staatssecretaris Van Rooij (Buitenlandse Handel), die meereisde, een gesprek met vice-president Gore en met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Christopher. ,,Al met al een nuttige trip'', zei Lubbers na het werkbezoek.

Premier Kok en minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) brachten eind februari 1995 een meerdaags werkbezoek aan Washington. De Nederlandse delegatie bezocht eerst het Congres, waar ze een stroef gesprek voerden met de leider van de Republikeinse meerderheid, Dole, die hier maar tien minuten voor had uitgetrokken, en die pleitte voor een drastische verlaging van de Amerikaanse steun aan de VN. De stemming verbeterde op de tweede dag, tijdens het traditionele bezoek aan de president in het Witte Huis. De Nederlanders spraken met Clinton onder meer over de rol van de VS bij vredesoperaties van de VN, waarbij Kok waarschuwde voor neigingen tot isolationisme, over de oorlog in Bosnië. Voor het bezoek, waarbij ook Van Mierlo's Amerikaanse collega Christopher en vice-president Gore aanwezig waren, was veel tijd uitgetrokken: in totaal drie uur. Het werkbezoek werd getypeerd als `ontspannen', omdat de meeste onderwerpen niet op bilateraal, maar op multilateriaal terrein lagen. Kok zei na afloop dat hij het werkbezoek alleen kon omschrijven met ,,oprechte gemeenplaatsen, zoals ontspannen, vruchtbaar, openhartig, rechtstreeks en vertrouwelijk''.

Op 28 september 2000 bracht premier Kok opnieuw een bezoek aan president Clinton in het Witte Huis. Het bezoek werd destijds beschouwd als een afscheidsvisite van Kok. In het draaiboek was tijd uitgetrokken voor een `tête-à-tête' zonder ministers of adviseurs. Kok vertelde na afloop dat hij de kandidatuur van minister Pronk voor het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen ter sprake had gebracht. Minister van Aartsen (Buitenlandse Zaken), die Kok op het werkbezoek vergezelde, kreeg gelegenheid om met zijn Amerikaanse collega Albright van gedachten te wisselen. Bij de ontmoeting prees Clinton Kok als de eerste `Derde Weg'-leider en hij sprak ook zijn bewondering uit voor de Nederlandse aanpak van de werkloosheid. Kok zei na afloop dat er tussen hem en Clinton een persoonlijke verstandhouding was gegroeid.