Blair weer onder vuur in zaak-Kelly

De Britse premier Blair moet het hoofd bieden aan nieuwe beschuldigingen de dreiging van Iraakse massavernietigingswapens te hebben overdreven.

Een hoge inlichtingenfunctionaris, die nauw was betrokken bij het opstellen van het omstreden Irak-dossier, heeft gisteren gezegd dat daarin cruciale beweringen over het vermeende gevaar van chemische en biologische wapens te stellig waren verwoord. Kritiek op kladversies van het dossier, dat in september vorig jaar werd gepubliceerd, werd door politieke besluitvormers genegeerd.

Brian Jones, de intussen gepensioneerde chef van een groep analisten die voor de inlichtingendiensten het gevaar van de massavernietingswapens (mvw's) moest wegen, heeft dat gisteren gezegd tijdens zijn getuigenverklaring voor Lord Hutton, de rechter die onderzoek doet naar de dood van David Kelly.

Kelly, de voormalige VN-inspecteur en biowapenspecialist, die in juli zelfmoord pleegde, maakte deel uit van Jones' groep. Kelly geldt als bron voor het omstreden BBC-bericht dat de regering de Iraakse dreiging doelbewust heeft aangedikt, onder meer met de bewering dat dat land binnen 45 minuten mvw's zou kunnen inzetten.

Premier Blair en zijn medewerkers hebben die beschuldiging steeds ontkend, ook tegenover Hutton. Jones' verklaring rijmt evenmin met die van John Scarlett, voorzitter van het Joint Intelligence Committee (JIC), dat de gezamenlijke inlichtingendiensten bij de regering vertegenwoordigt. Scarlett zei tijdens het onderzoek dat niemand binnen de diensten bezwaar had gemaakt tegen het dossier en dat Downing Street geen poging had gedaan de beschuldigingen aan te zetten.

Jones zei daarentegen dat hijzelf en anderen bezwaar hadden tegen de ,,mistige'' `45 minuten-claim' die in een kladversie van het dossier was opgenomen. Die bewering was afkomstig van één bron in Irak, die geen informatie uit de eerste hand bezat. De bron zou volgens Jones bovendien mogelijk als doel hebben gehad de inlichtingendiensten ,,te beïnvloeden in plaats van te informeren''. Jones zei ook dat een lid van zijn team, de top-expert op het gebied van chemische wapens, bezwaar had tegen beweringen in het dossier over de Iraakse productiecapaciteit van chemische wapens, waarvoor ,,geen enkel hard bewijs'' bestond.

Ook Kelly had volgens Jones specifieke bezwaren tegen de tekst van het ontwerp-dossier, maar zou het als geheel niettemin hebben goedgekeurd. De politieke leiding van de diensten was doof voor de bezwaren van Jones' groep. Bij het JIC ,,gingen de luiken dicht'' , aldus Jones. Hij zei de indruk te hebben dat het JIC daarbij ,,van buiten de diensten'' onder druk werd gezet, met een verwijzing naar Downing Street. Een andere inlichtingenman die gisteren anoniem werd gehoord, zei dat de ,,handelaars in spin'' de regie van het dossier hadden overgenomen. Premier Blair heeft tegen Hutton gezegd dat ,,we met de hand op ons hart konden zeggen: dit is het oordeel van het JIC''. Vanmorgen weigerde hij in te gaan op de getuigeverklaringen van gisteren.