`Armoede op het platteland kennen we hier niet'

De Europese landbouwpolitiek ondergaat deze maanden de ingrijpendste wijzigingen uit zijn geschiedenis. PvdA-landbouwspecialist Eisso Woltjer kijkt terug op het ontstaan en de gevolgen ervan. `Het Europese beleid werkte juist heel goed, zeker de eerste tien, vijftien jaar.'

Zou het toeval zijn? Sociaal-democratische landbouwpolitici komen opvallend vaak uit Groningen. Sicco Mansholt kwam uit Ulrum, een dorpje in het Noord-Groningse Oldambt. De huidige landbouwwoordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer, Harm Evert Waalkens, groeide op in het naburige Finsterwolde. En Eisso Woltjers wieg stond in de iets zuidelijker gelegen Veenkolonie.

,,Misschien komt het doordat het Oldambt en de Veenkolonie allebei nogal scherpe politieke tegenstellingen kende', zegt Woltjer (61). ,,Herenboeren en arbeiders. Liberalen, socialisten en ook communisten. Het zijn daardoor sterk politiek bewuste gebieden. Maar in het Oldambt stonden de grootste boerderijen en waren de tegenstellingen daardoor veel scherper.'

Mansholt en Woltjer zijn allebei op vrij jonge leeftijd uit Groningen vertrokken. De eerste werd eerst minister van Landbouw in Den Haag en zou later de architect van het Europese landbouwbeleid worden. Woltjer ging in Wageningen studeren en zou zich zijn hele verdere leven met alle facetten van de landbouw blijven bezighouden. Van katoenplantages op Lombok tot de felle discussies over melkquota en landbouwsubsidies in het Europees Parlement.

Dat landbouwbeleid is voor de Nederlandse boeren goed geweest, zegt Woltjer. Kom niet bij hem aan met verhalen over de `arme boer'. ,,Armoede op het platteland kennen we hier niet. Goed, hier en daar zit wel een klein boertje dat het niet zo mooi heeft, maar als je door Nederland rijdt, kun je niet zeggen dat we een verpauperde boerenstand hebben. Al is het de laatste jaren met name in de melkveehouderij wel iets minder geworden.'

Hij zit niet meer in de actieve politiek, wel is hij nog op ad hoc-basis adviseur van het ministerie van Landbouw. En als voorzitter van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Wereldvoedselvoorziening van de Vrije Universiteit houdt hij zich bezig met het voedselvraagstuk in de Derde Wereld, het meest bekritiseerde onderdeel van het Europese landbouwbeleid. Dumping van overschotten heeft de economie van veel ontwikkelingslanden ernstig beschadigd en verarmd, vindt Woltjer, en als politicus heeft hij zich er zijn hele leven tegen verzet. ,,Maar het landbouwbeleid heeft ook veel goeds gebracht', benadrukt hij. ,,Niet alleen voor boeren, ook voor consumenten.'

Het Europese landbouwbeleid ondergaat deze maanden ingrijpende veranderingen.In juni werd het systeem van productgebonden steun grotendeels afgeschaft. Vanaf volgend jaar krijgen boeren een vast bedrag van Brussel; in ruil hiervoor moeten ze voldoen aan eisen op het gebied van milieu en dierenwelzijn. Het akkoord wordt gezien als een fundamentele verandering: van een aanbodgericht systeem dat overproductie stimuleert, naar een systeem dat de boer aanspoort om te produceren waar de markt om vraagt. ,,Het akkoord is een grote stap vooruit', vindt Woltjer. ,,De landbouw zal minder eenvormig worden, de producten diverser.'

Deze maand zal het landbouwbeleid voor de tweede keer binnen enkele maanden een belangrijke transformatie ondergaan. Op de top van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Cancún volgende week staan de beruchte exportsubsidies en importheffingen ter discussie. De VS, samen met een groep belangrijke agrarische landen als Australië, Brazilië en Indonesië, eisen dat Europa de protectie van zijn eigen boeren aanzienlijk verlaagt en handelsverstorende subsidies opheft. De VS en de EU hebben al gezegd optimistisch te zijn over een akkoord.

Over de kansen op een akkoord in Cancún met verlaging van exportrestituties en importheffingen is ook Woltjer hoopvol – maar afwachtend. ,,Wat ik vooral hoop, is dat Europa de ondersteuning van suiker loslaat. Van onze suikeroverschotten hebben ontwikkelingslanden al tientallen jaren last. Het wordt tijd dat onze suikerboeren voor een concurrerende prijs produceren.'

Eisso Woltjer werd in 1942 geboren in Nieuwe Pekela, als oudste zoon in een boerengezin van vijf jongens. De sociale samenstelling van het dorp was overzichtelijk: arbeiders, boeren, herenboeren en de `notabelen'. De ARP was er de grootste partij, maar er woonden ook behoorlijk wat socialisten. Vader Woltjer was een akkerbouwer met zo'n dertig hectare land, in die tijd een behoorlijk stuk grond. Daarop verbouwde hij de klassieke gewassen van de veenkolonie: aardappelen, bieten en graan.

De landbouw in de veenkolonie is een goede illustratie van de veranderingen die de afgelopen 55 jaar hebben voltrokken. ,,Je kunt het je nu bijna niet meer voorstellen', zegt Woltjer, ,,maar alles gebeurde nog met paard en ploeg. Mijn vader had tijdens de oogstperiode tien man uit het dorp in dienst. Van een tractor hadden de meeste mensen nog nooit gehoord.'

De eerste jaren na de oorlog waren in Nieuwe Pekela zoals in de rest van Nederland: sober, om niet te zeggen arm. ,,De boerenstand in Nederland was vlak na de oorlog verpauperd. We waren afhankelijk van graan uit Rusland en vooral uit de VS. De landbouw lag volkomen op zijn gat, er was gebrek aan alles.'

In 1946 trad de 34-jarige Sicco Mansholt aan als minister van landbouw. Hij beschouwde de versnippering van de landbouwgrond als het grootste obstakel voor een productieve landbouwsector. Met een nationaal herverdelingsprogramma, de zogeheten `ruilverkaveling', werden de kleine snippers grond opnieuw verdeeld in grote stukken. Woltjer beschouwt dit als de grote verdienste van Mansholt. ,,Het maakte de weg vrij voor de mechanisering van de landbouw. Op kleine stukjes grond kun je niet efficiënt produceren. Maar op een groot stuk wel, dan wordt het lonend om machines aan te schaffen.' Spoedig deden de eerste tractoren hun intrede, veelal geschenken in het kader van de Marshall-hulp.

Niet iedereen in Nieuwe Pekela was meteen enthousiast, herinnert Woltjer zich. ,,Veel mensen zeiden: dat kan nooit wat wezen. In werkelijkheid waren ze natuurlijk bang. Ze dachten: door dat ding verlies ik mijn baan. Daar hadden ze gelijk in. Het was ook Mansholts bedoeling. Er werkten te veel mensen in de landbouw, die samen te weinig produceerden.' Veel werkloos geworden landarbeiders verhuisden naar Twente om in de textielindustrie te gaan werken. Ook op de boerderij van de Mansholts veranderde het werk tijdens de oogstperiode. Er waren geen tien arbeiders meer nodig, maar slechts twee.

Toen de ruilverkaveling afgerond was en de mechanisatie begin jaren vijftig goed op stoom kwam, stegen de productiecijfers al snel, met zo'n zes procent per jaar. Europa werd snel minder afhankelijk van het buitenland voor de voedselvoorziening. De geboorte van het Europese landbouwbeleid in 1958, ter hand genomen door Mansholt die de eerste Europese landbouwcommissaris werd, versterkte dit proces alleen maar.

Het landbouwbeleid bestond uit twee componenten: het markt- en prijsbeleid, dat door interventieaankopen zorgde voor stabiele prijzen. En het structuurbeleid, dat met opleidingen en zachte leningen de agrarische productie moest stimuleren. Woltjer: ,,Het markt- en prijsbeleid zat slim in elkaar. De Europese Commissie berekende hoeveel een boer voor zijn producten moest krijgen om rond te komen. Daar gingen ze vervolgens net iets onder zitten, om hem te dwingen efficiënter te produceren.' Het beleid was een succes. Het boereninkomen steeg aanzienlijk, evenals de productie, en na vijftien jaar was Europa zelfvoorzienend geworden.

De efficiëntere productie had allerlei onbedoelde neveneffecten. ,,Het landbouwareaal groeide enorm. Door de gestegen prijzen werd massaal land ontgonnen om graan te kunnen verbouwen, op plekken waar men er vroeger niet over gepiekerd zou hebben. Het landschap is door al die landbouwgrond niet overal mooier geworden. Bovendien werd de grond veel duurder. In mijn jeugd kostte een hectare in de veenkolonie 2.000 gulden, jaren later werd dat 50.000 gulden. Door de stijgende grondprijzen ging de boer zijn grond intensiever benutten. In plaats van één koe op een hectare, zette hij er drie op, met als gevolg dat de bodem sterker met fosfaat en stikstof vervuild werd.'

De hoge grondprijzen dwongen de boer veel meer te investeren. ,,Een bekend gezegde is: een boer leeft arm, en sterft rijk. Al zijn geld zit in de grond. Hij werd hierdoor afhankelijker van kapitaal, en daarmee van de Europese garantieprijzen. Als die omlaag gingen, kwam hij veel sneller in de problemen met de aflossingen bij de bank.' Het landbouwbeleid had een ontwikkeling in gang gezet die nauwelijks nog was terug te draaien.

Na zijn studie aan de Wageningse landbouwuniversiteit vertrok Woltjer in 1973 naar het Indonesische eiland Lombok om er te werken als landbouwconsulent op een katoenplantage. Het was daar dat hij kennismaakte met het verschijnsel `dumping'. ,,De Amerikanen exporteerden de overschotten van hun katoenplantages voor belachelijk lage prijzen naar de hele wereld. Ik heb zelf gezien hoe de plaatselijke boertjes kapot werden geconcurreerd door Amerikaans dumpkatoen.'

Europa deed hetzelfde, want vanaf begin jaren zeventig had het een structureel productieoverschot. Die was ontstaan door de onbeperkte productiesteun. Quota bestonden nog niet; boeren produceerden voor de Brusselse subsidiepot. De reusachtige overschotten aan melkpoeder, graan en vlees werden opgeslagen in opslaghuizen, of voor vrijwel niets naar ontwikkelingslanden geëxporteerd. Dat gebeurde met exportrestituties: de EG paste het verschil bij, soms wel 100 procent, tussen de hoge Europese prijzen en die op de wereldmarkt. Rond 1980 ging daar jaarlijks zo'n 12 miljard euro mee heen. Woltjer: ,,Dat was natuurlijk al belachelijk. Maar het werd pas echt waanzin toen men opperde om de melkboeren geld te geven voor niet-geproduceerde melk. De redenering was dat zo in ieder geval de hoge transport- en opslagkosten werden bespaard. Toen begonnen meer mensen in te zien dat het zo niet langer kon. Maar het heeft nog jaren geduurd voordat er iets veranderde. Veel landen wilden alles bij het oude laten, ook in het Europees Parlement.'

Sinds hij 1979 in het Europees Parlement kwam, heeft Woltjer oppositie gevoerd tegen de exportsubsidies en dumping. Maar hij hecht er wel aan om het verschijnsel in zijn tijd te plaatsen. ,,Het was toen een gangbare praktijk, het gebeurde ook in de industrie.' Ontwikkelingslanden hebben ook niet uitsluitend eronder geleden, vindt hij. ,,Een voedselimporterend land als Egypte heeft veel plezier gehad van goedkoop graan. Er ontstaat pas een probleem wanneer je producten in landen dumpt waar de lokale bevolking diezelfde producten produceert.'

Met een guitig lachje: ,,Het lijkt nu alsof ik de exportrestituties verdedig. Dat is niet zo, het systeem deugt niet. Maar ik wil wel graag een evenwichtig beeld van de werkelijkheid geven.' Hij denkt even na. Dan: ,,Het probleem van het Europese landbouwbeleid is niet dat het een slecht beleid was. Het werkte juist heel goed, zeker de eerste tien, vijftien jaar. De politiek is alleen niet in staat geweest om in te grijpen toen de omstandigheden drastisch veranderd waren. Dat erkende Mansholt ook aan het einde van zijn leven. Vooral met de gevolgen voor de Derde Wereld had hij het heel erg moeilijk. Hij trok zich de armoede in de ontwikkelingslanden echt aan. Maar hij wilde de Europese boeren ook niet laten vallen. Het was een dilemma waar waar hij niet uit is gekomen.'

Enkele weken geleden publiceerden twee jonge onderzoekers van de Universiteit Wageningen een onderzoek waarin zij voorspellen dat de landbouw in 2020 uit Nederland verdwenen zou zijn. ,,Een onzinverhaal', meent hij. Van het argument dat er ieder jaar minder mensen in de landbouw werken, is hij niet onder de indruk. ,,Die ontwikkeling is al decennialang aan de gang. Er zijn minder boeren, zeker. Maar de bedrijven worden groter, want andere boeren kopen de grond en de rechten op om uit te breiden.' Woltjer voorziet akkerbouwers met niet vijfhonderd, maar duizend hectare, en melkveehouders met vijfhonderd tot duizend koeien.

,,Bovendien zal de landbouw de komende jaren steeds diverser worden. Ik verwacht dat de ontkoppeling van inkomenssteun en productie dit sterk zal stimuleren. We zullen meer kleine boeren krijgen, die zich richten op regionale producten, of op recreatie. En boeren die natuurgebieden gaan beheren en daar subsidie voor krijgen.' Pessimistisch over de kansen van de Europese boer in een vrije wereldmarkt, is hij niet. ,,Veel boeren zeggen: we kunnen tegen die lage prijzen niet concurreren. Maar waarom zijn die prijzen zo laag? Omdat Europa en Amerika zo veel dumpen. Als we daar mee ophouden, stijgen de prijzen vanzelf.'

Dit is de vijfde aflevering van een serie over de wereldhandel n.a.v. de WTO-ministersconferentie in Cancún, 10-14 sept. Eerdere afleveringen verschenen op 23 en 29 augustus en 2 en 3 september.

Gerectificeerd

Ulrum

In het artikel `Armoede op het platteland kennen we hier niet' (4 sept. pag.14) staat dat Ulrum in 't Oldambt ligt. Ulrum ligt in het Hoge Land, bij het Lauwersmeer.