Antillen

Sedert het begin van de autonomie van de Nederlandse Antillen in 1954, gelden er twee wetten die in onderlinge samenhang waarborgen dat de autonomie kan functioneren, te weten: het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en het Reglement voor de Gouverneur van de Nederlandse Antillen.

Volgens art. 17 van het Reglement, waakt de gouverneur over het algemeen belang; ook is wettelijk bepaald in art. 23, dat de gouverneur geen regeringsbesluit welk in strijd is met het algemeen belang of in strijd met deugdelijk bestuur mag vaststellen. Art. 43 van het Statuut waarborgt immers deugdelijkheid van bestuur binnen de Antillen. De gouverneur die vertegenwoordiger is van de regering van het koninkrijk moet toezicht houden dat geen onbezonnen besluiten door de Antilliaanse regering worden genomen.

Echter, de gouverneur stemt steeds in met besluiten van Antilliaanse politici; achteraf wordt door Nederland beweerd dat in de Antillen ondeugdelijk bestuur en corruptie plaatsvinden; ondertussen ondertekent de rijksvertegenwoordiger zelf de besluiten, terwijl art. 23 van bovenstaande wet zulks verbiedt. De situatie in de Antillen blijft dan ook steeds verergeren. In plaats van thans de Antillen af te stoten, dient Nederland te zorgen dat de vertegenwoordiger van het koninkrijk, de gouverneur van de Nederlandse Antillen, de geldende wetten betreffende zijn toezichthoudende verplichting naleeft.