12 miljoen `Vertriebene'

Tussen 1944 en 1948 zijn in totaal ruim 12 miljoen Duitsers vanuit Midden- en Oost-Europa naar Duitsland gevlucht of verdreven. Nog eens 1,6 miljoen gingen de andere kant op: zij werden naar Siberië en Kazachstan gedeporteerd. Van de gedeporteerden en de vluchtelingen kwamen er bij hun tocht in westelijke richting naar schatting 2,2 miljoen om het leven.

Vanuit het aan Polen en de Sovjet-Unie toegewezen Oost-Pruisen vertrokken in totaal 1.985.000 Duitsers naar West- of Oost-Duitsland (en in mindere mate Oostenrijk), vanuit de aan Polen toegewezen gebieden Pommeren en Silezië nog eens ruim 4,7 miljoen. Uit de rest van Polen – het oosten van Brandenburg en het voormalige Generalgouvernement – namen 1,1 miljoen Duitsers gedwongen de wijk, uit Dantzig (Danzig, Gdansk) en omstreken 290.000.

Op grond van de Beneš-decreten verdreven de Tsjechoslowaken vanuit Bohemen en Moravië, en in mindere mate vanuit Slowakije in totaal drie miljoen Sudeten-Duitsers.

Uit de Vojvodina, de Banat en Kroatië in het toenmalige Joegoslavië gingen 298.000 Duitsers onder dwang naar Duitsland, uit Hongarije 213.000 en uit Roemenië – vooral uit de oude Duitse centra in Transsylvanië – nog eens 253.000. Uit Litouwen namen 170.000 Duitsers gedwongen de wijk.

De resterende aantallen kwamen voornamelijk uit andere delen van de Sovjet-Unie, zoals Oekraïne, Wit-Rusland, en Rusland, en de Baltische landen Estland en Letland.

Vanuit het oosten van Duitsland, de Sovjet-bezettingszone, de latere DDR, vluchtten tot 1948 1.850.000 Duitsers naar de nieuwe Bondsrepubliek.