Ward 21

Van de levendige Jamaicaanse muziekscene is Ward 21 een van de meest kleurrijke vertegenwoordigers. Alleen al omdat het hier geen solist betreft maar een legertje van vier, zijn hun platen een stuk afwisselender dan die van het gros van de `singjays' die de markt daar beheersen. Ook Suku, Kunley, Rumblood en Mean Dog beoefenen dat ambacht, dat het midden houdt tussen zingen en rappen op een forse dosis amfetamine. Maar tussen schurend laag en manisch hoog zitten tal van gradaties in de stemmenovervloed.

Uiterst interessant zijn ook de begeleidende beats, die een al even woeste variatie vertonen. Ward 21 kijkt terug op de geschiedenis van de reggae met enkele oude `riddims' uit de jaren zestig en zeventig en stoft ook Bedroom Bully af, een van de nummers waarmee Shabba Ranks begin jaren negentig het westerse poppubliek probeerde te veroveren. Andere nummers verwijzen in navolging van het populaire Diwali-riddim druk trommelend naar oosterse invloeden of hameren de progressieve hiphop-invalshoek erin: Coochie Zone had bijvoorbeeld niet misstaan op de laatste Missy Elliott. Deels geproduceerd door reggaeveteraan Lloyd `King Jammy' James, deels door zijn zonen Jammy en Christopher en deels door Ward 21 zelf is dit een dancehall-plaat vol amusant avontuur.

Ward 21: U Know How We Roll (Greensleeves GRELCD272) distr. Munich