VS moeten zelf meer troepen naar Iran sturen

VN-troepen in Irak zit er voorlopig niet in. Daarom ontkomt de Amerikaanse regering er niet aan om het ondenkbare (meer troepen naar Irak) te denken. Straks kan het te laat zijn, betoogt Robert Kagan.

Het was toeval dat een autobom een vooraanstaande shi'itische geestelijke en nog ten minste 95 andere mensen doodde op dezelfde ochtend dat de New York Times kopte: ,,Generaal in Irak: meer Amerikaanse soldaten niet nodig''. Nog een paar van dit soort stomme toevallen en de regering-Bush zal vroeg of laat worden gedwongen te doen wat zij tot dusverre wanhopig probeert te vermijden: meer Amerikaanse troepen naar Irak sturen.

Eén ding is zeker: op dit moment zijn er niet genoeg troepen in Irak om de veilige omstandigheden te creëren waarin de noodzakelijke politieke en economische ontwikkeling voortgang kan vinden. De regering-Bush weet dit beter dan wie ook. Daarom is zij ineens een grote campagne begonnen voor een nieuwe VN-resolutie, en overweegt zij overleg en compromissen met de Fransen die een maand geleden nog ondenkbaar zouden zijn geweest.

Vanwaar deze ongekende vlaag van multilateralisme? Alleen om meer buitenlandse troepen in Irak gelegerd te krijgen, opdat de Amerikaanse troepen die nu statische posities bezetten vrijkomen voor de dringend nodige jacht op de groeiende aantallen Iraakse en niet-Iraakse terroristen en saboteurs. Met andere woorden: om te compenseren dat wij te weinig troepen hebben.

Dezelfde nijpende noodzaak om meer manschappen paraat te krijgen zit achter de jongste, jachtige inspanningen van de regering om meer Irakezen in te zetten bij veiligheidsoperaties. Trouwe aanhangers van Ahmed Chalabi zullen misschien jubelen dat de mensen van Bush eindelijk het licht hebben gezien, maar het `irakisatieprogramma' komt niet voort uit nieuw vertrouwen in de bekwaamheid van Chalabi of andere Irakezen om te regeren, maar alleen uit de noodzaak om het tekort aan troepen voor de bewaking van pijpleidingen, overheidsgebouwen en grenzen op te heffen.

In theorie valt op geen van deze twee plannen iets aan te merken. Het zou goed zijn wanneer meer internationale strijdkrachten actief werden in Irak. En dat de Irakezen zelf de leiding over hun land weer in handen nemen, daar is het uiteindelijk allemaal om begonnen. Maar is er een kans dat deze twee projecten snel genoeg vruchten zullen afwerpen om te voorkomen dat de veiligheidssituatie in Irak in een crisis belandt?

De VN-manoeuvre zal minstens een maand vergen en kan best mislukken. De Franse regering heeft er op z'n zachtst gezegd niet veel belang bij om de Verenigde Staten uit de puree te halen. Minister van Buitenlandse Zaken Dominique de Villepin heeft gedichten zitten schrijven in afwachting van de dag dat de Amerikanen om hulp zouden komen smeken, en de prijs die hij en president Jacques Chirac ervoor zullen vragen zal astronomisch zijn.

Waarschijnlijk zullen de Franse eisen opzettelijk zó worden opgeschroefd dat een overeenkomst uitgesloten is. Frankrijk is er in Europa niet op uit om Amerika's hachje te redden, maar om het Europese publiek ervan te doordringen dat iedere leider die de Verenigde Staten naar Irak is gevolgd – met Tony Blair voorop – de bons moet krijgen.

En dan is er nog een geheimpje: Frankrijk noch enig ander vooraanstaand NAVO-lid kan meer dan een handjevol troepen missen voor Irak. Frankrijk en Duitsland zitten tot hun nek in operaties in Afrika, Afghanistan en de Balkan. De Britten en de Spanjaarden zitten al in Irak. De Poolse publieke opinie begint al genoeg te krijgen van de inzet in Irak, en de groeiende veiligheidsproblemen ter plaatse schrikken andere landen af. Het Amerikaanse streven naar een VN-resolutie mikt niet eens op Europese strijdkrachten, maar op de grotere contingenten die beschikbaar zijn in Turkije, India en Pakistan. Of Turkse en Indiase troepen in Irak echt het antwoord zouden zijn op al onze problemen aldaar, of dat zij de problemen misschien alleen maar zouden vergroten, is niet eens de vraag; het is namelijk onzeker of wij ze ooit zullen krijgen.

De Turkse bevolking blijft afkerig van het leveren van troepen. De Indiase regering voelt er weinig voor om mee te doen zonder VN-resolutie. En de Fransen hebben er nauwelijks belang bij om een VN-resolutie te steunen, alleen om de Amerikanen te helpen Turkse en Indiase militairen te werven om de Amerikaanse last in Irak te verlichten.

Ook Washingtons hoop om op redelijke termijn een bekwame Iraakse troepenmacht op de been te brengen, zou weleens ijdel kunnen blijken. Op dit moment zijn in het hele land ongeveer 37.000 Iraakse politiemensen actief. De regering-Bush is van plan om daar nog eens 28.000 aan toe te voegen – maar pas in de loop van de komende anderhalf jaar. Zélfs als alles volgens plan verloopt, zal deze geleidelijke uitbreiding van de Iraakse capaciteit vóór volgend voorjaar nauwelijks voelbaar zijn.

De komende paar maanden kunnen beslissend zijn voor het lot van Irak en de Amerikaanse missie in dat land. Onveiligheid en instabiliteit zullen het moeilijk, zo niet onmogelijk maken om de levensstandaard van de doorsnee-Irakees merkbaar te verhogen. En Washington weet heel goed dat de Irakezen nu vooruitgang willen zien, anders is de kans groot dat steeds meer van hen in de oppositie zullen gaan, hetzij passief, hetzij op een meer actieve, gewelddadige manier.

Er zijn uiteraard goede redenen waarom de regering niet méér troepen naar Irak stuurt. Maar dat zijn níet de redenen die de Amerikaanse bevelhebbers noemen. Die generaals zeggen dat wij genoeg militairen hebben in Irak, omdat zij het niet in hun hoofd moeten halen om er meer te vragen. De prijs voor minimaal een extra divisie Amerikaanse troepen in Irak zal hoog zijn.

Daarvoor zullen meer reservisten moeten worden opgeroepen en meer mensen van de Nationale Garde moeten worden ingezet. Daartoe zou ofwel het uiterste van het leger moeten worden gevergd, ofwel het noodzakelijke maar zeer dure besluit moeten worden genomen om de Amerikaanse strijdkrachten als geheel uit te breiden, en wel snel. Op dit moment willen regeringsfunctionarissen het ondenkbare niet denken. Helaas zouden zij daar binnen een maand of twee weleens toe gedwongen kunnen worden. En helaas zal het dan misschien te laat zijn.

Robert Kagan is medewerker van de Carnegie Endowment.

© LAT/WP Newsservice.