Thailand klaagt `JI-leden' aan

Vier Thaise mannen en een man uit Singapore zijn gisteren in de Thaise hoofdstad Bangkok aangeklaagd wegens samenzwering. De vijf zouden lid zijn van Jema'ah Islamiyah (JI), een moslimterreurgroep die een eigen islamitische staat in Zuidoost-Azië heet te willen stichten.

Drie van de Thaise mannen zijn in juni gearresteerd, de vierde gaf zichzelf in juli aan. De verdachte uit Singapore, Arifin bin Ali, is op 16 mei gearresteerd en naar zijn eigen land overgebracht. De Thaise autoriteiten hebben Singapore verzocht Arifin naar Thailand te brengen zodat hij samen met de vier anderen terecht kan staan.

De formele aanklacht tegen het vijftal luidt: samenzwering, het vormen van een illegale organisatie en deelname aan een complot om schade, onrust en chaos te veroorzaken in het Thaise koninkrijk. Daar staat maximaal tien jaar gevangenisstraf op. De mannen staan niet terecht op basis van de nieuwe, harde Thaise antiterreurwet op grond waarvan ze de doodstraf kunnen krijgen. De wet werd pas van kracht nadat de mannen hun vermoede misdaden pleegden.

De Thaise politie verdenkt de vijf mannen van het beramen van aanslagen op de Amerikaanse, Australische, Britse, Israëlische en Singaporese ambassades in Bangkok en op Thaise toeristentrekpleisters. De politie hecht veel waarde aan een plattegrond van Bangkok die de verdachten bij zich hadden toen ze werden gearresteerd. Op de kaart staan verschillende buitenlandse ambassades omcirkeld. De aanklagers menen echter dat er onvoldoende bewijs is om de mannen terecht te laten staan voor het voorbereiden van aanslagen op buitenlandse doelen.

De mannen zouden werken met of voor Hambali, die er door Zuidoost-Aziatische landen van verdacht wordt de operationele leider te zijn van JI en de contactman van die organisatie met het terreurnetwerk Al-Qaeda. Hambali, alias Ridwan Isamudin, werd vorige maand in Thailand gearresteerd. Hij verbleef in de jaren negentig jarenlang in Maleisië met Abu Bakar Ba'asyir die gisteren tot vier jaar cel werd veroordeeld.