`Stad ontzien bij stroomtekort'

Bij een stroomstoring moeten grote steden en regio's met een grote dienstensector ontzien worden. Bij een storing in deze gebieden is de economische schade het grootst.

Dat is een van de conclusies van de Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam, die in opdracht van landelijk netbeheerder Tennet onderzoek deed naar de maatschappelijke schade van stroomstoringen.

Een stroomstoring overdag op een doordeweekse dag in de gehele Randstad kost de maatschappij ongeveer 72 miljoen euro per uur. In dit bedrag is het productieverlies bij bedrijven en de ,,verloren tijd'' bij huishoudens opgenomen. De waarde van de niet-geleverde stroom bedraagt slechts 1,6 miljoen euro, aldus het rapport.

De omvang van de schade per gebied wordt bepaald door verschillende factoren, zoals de omvang van de dienstensector, de aanwezigheid van industrie en de bevolkingsdichtheid. Een uur verloren productie in de dienstensector kost 69 miljoen euro, voor de industrie is dat slechts 10 miljoen euro.

Dit maakt dat de schade door stroomuitval in het gebied rond de vier grote steden in de Randstad – Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag – het grootst is. Alle overige 36 door de onderzoekers onderscheiden gebieden in Nederland zijn samen goed voor een schade van bijna 84 miljoen euro per uur.

De mogelijkheid van stroomstoringen is actueel door de bijna-stroomuitval van afgelopen zomer. Door de hitte was het rivierwater opgewarmd en konden elektriciteitscentrales, die dit water voor de koeling gebruiken, minder stroom produceren, terwijl de vraag door het gebruik van veel airconditioners juist hoog was.

De onderzoekers schrijven dat het van groot belang is om de schaarse stroom efficiënt te verdelen, omdat anders het risico bestaat dat de kosten hoger uitvallen dan nodig is. Momenteel zijn het de energiebedrijven die bepalen welke gebieden zonder stroom komen te zitten in tijden van schaarste.

Brancheorganisatie EnergieNed vindt dat er niet alleen naar de beperking van economische schade moet worden gekeken, maar ook naar het voorkomen van maatschappelijke onrust of onveiligheid. VNO-NCW is ertegen om bepaalde regio's desnoods uit te schakelen, want ook in de kleinere worden bedrijven de dupe. Er moet voldoende capaciteit zijn, meent de ondernemersorganisatie. MKB is het daarmee eens en wijst erop dat alleen al de ,,gewone'' stroomuitval het bedrijfsleven op jaarbasis 250 miljoen euro kost.