Seth Green

In bijna 50 films speelde de 29-jarige Seth Green al. Als computernerd mag digibeet Green in `The Italian Job' de verkeerslichten van Los Angeles ontregelen.

De whizzkid die hij nu in de remake van The Italian Job speelt is, zelfs al is hij zoals de film grapt de eigenlijke uitvinder van Napster, maar een tamelijk onopvallende rol in de filmografie van Seth Green. Dat is ook niet echt verwonderlijk als je in de voetsporen van Benny Hill moet treden. Bovendien speelde hij eerder al onder meer het piepjonge alter ego van Woody Allen in Radio Days, de weerwolf Daniel `Oz' Osbourne in de Buffy the Vampire Slayer-serie en de verdorven zoon van Dr. Evil in drie Austin Powers-films.

En zelfs die kleurrijke karakters vallen in het niet bij dat van James St. James in de extravagante cultfilm Party Monster (2003), een mede door de Nederlander Wouter Barendrecht van Fortissimo Film Sales geproduceerde orgie van textiel en schminck over het New Yorkse clubleven in de jaren negentig, die dit jaar draaide op de filmfestivals van Sundance en Berlijn. Een bloedrode tulband met een biefstuk erop, een zijdezacht bloesemende kimono, een gesprek met een levensgrote rat, de setting is zo bizar dat deze rol eigenlijk zijn beste is.

De op 8 februari 1974 in Philadelphia geboren oranjeharige, groenogige acteur heeft een geheimzinnige talent om zo onopvallend mogelijk op te vallen. Elke keer als je een film met hem ziet, denk je: waar heb ik die kop toch eerder gezien. En geen enkele keer kun je het je herinneren. Niet voor niets is zijn bijnaam The Cameo King, naar de vele bijrollen die hij speelde, een troetelnaam die doorgaans gereserveerd is voor beroemdheden, echte sterren, die een gastoptreden verzorgen.

Seth Gesshel Green maakte er zijn handelsmerk van, in televisieseries en -programma's, in reclamefilmpjes en in al bijna vijftig films, te beginnen als het kleine broertje van Jodie Foster en Rob Lowe in Hotel New Hampshire. En hoewel hij het vermogen heeft om al zijn optredens geestig en aandoenlijk te maken, de woeste punks, de homofobe buurmannen, de moordlustige psychopaten, speelde hij nog nooit een volbloed komische rol. Hij zegt zich zelfs niet van zijn humoristische talenten bewust te zijn.

In interviews laat hij zich kennen als een van die acteurs die het meeste van improviseren houdt en dan wel ziet waar het schip strandt. Het moet aan die vijftig films liggen dat zowel de acteurs als de regisseurs met wie hij werkt voldoende vertrouwen in hem hebben om hem ook maar zijn gang te laten gaan.

Eigenlijk is dat eigenaardig. Want hoewel zijn gezicht beklijft als dat van een markante passant en zijn mimiek soms doet vermoeden dat zijn personages complexer zijn dan wat de schrijvers voor hem bedachten, is hij geen groot acteur. Letterlijk niet, zijn hoofd lijkt groter dan de rest van zijn lichaam. Maar ook niet in overdrachtelijk zin. Hij kan je, met die anti-sterrenpose, dat licht diabolische gelaat, vooral perfect laten denken dat het zo is. En weer vergeten. En vaag weer doen herinneren.