Schoon

De Stichting Nederland Schoon organiseert deze week in vijf Nederlandse steden ludieke bijeenkomsten, waarop burgemeesters, politici en bekende Nederlanders zelf de bezem hanteren om het zwerfafval op te ruimen.

Gisteren was Amsterdam aan de beurt. Op het plein voor de Beurs van Berlage had men de hoeveelheid rommel neergegooid die dagelijks op het Leidseplein achterblijft. Als modern kunstwerk zou dit project zeer geslaagd zijn geweest. Je zet het plein op zijn kant, timmert het tegen de gevel van de belendende Bijenkorf en plakt alle rotzooi eraan vast. De titel: Leidseplein 2 september 2003. Als aanklacht tegen de consumptiemaatschappij zou het misschien iets te nadrukkelijk zijn, maar daar staat tegenover dat je je geen genadelozer tijdsbeeld kunt voorstellen.

Bekende Nederlanders waren er weinig bij de Beurs van Berlage, wat ruimschoots gecompenseerd werd door de aanwezigheid van gemeenteraadsleden en ambtenaren. Onder aanvoering van de ouderwetse huisvrouw Mien Dobbelsteen (Carry Tefsen) stortten zij zich met een bezem op het straatvuil. Alleen loco-burgemeester Geert Dales, die als eerste een bezem kreeg aangereikt, maakte zich schielijk uit de voeten zodra de fotografen weg waren.

Op de argeloos passerende Amsterdammers moet de vertoning een bizarre indruk hebben gemaakt. Zij werden niet ingelicht en zagen alleen een stel netjes geklede dames en vooral oudere heren op nogal onhandige wijze tegen een bezem duwen, daarbij gadegeslagen door een groepje échte in oranje gestoken vuilnismannen die er het hunne van dachten. Werd het gekkenhuis een dagje in Amsterdam uitgelaten? Het had gekund.

Ja, ik geef het toe, er was scepsis in mijn hart terwijl ik al die aandoenlijke overheidsdienaren stond te bekijken. Zou het veel helpen, peinsde ik somber. Maar ik moet eraan toevoegen dat ik toevallig op de route naar de Beurs van Berlage in tien minuten tijds ook wel enkele zeer ontnuchterende incidenten had meegemaakt.

Voor een café op een hoek van de Prinsengracht stond een keurig en fleurig geklede donkere vrouw. Ze bevond zich langs de straat, met haar rug naar het enkele meters achter haar gelegen terras waarop vier, vijf mensen zaten. Ze rochelde kort, maar zeer krachtig en spuugde een royale fluim op het plaveisel. Daarna bette ze haar lippen met een papieren zakdoekje. De terraszitters verstijfden achter hun drankje, alsof ze een collectieve aanval van misselijkheid kregen.

Wat aan de houding van de vrouw opviel, was de vanzelfsprekendheid. Er was een kleine blokkade in haar keel geweest. Lastig. Zoiets moet niet te lang duren. Je kunt je afwenden en er je zakdoekje voor gebruiken, maar waarom zou je? De straat is toch van ons allemaal?

Ik zette mijn wandeling voort en belandde in de Herenstraat, een kek winkelstraatje. Ik passeerde een herenmodezaak toen ergens daarboven een raam openging en een emmertje met water werd omgekeerd. Het water spatte op mijn jasje en op dat van een klant die net de zaak wilde binnengaan. ,,Fuck you, shithead'', riep de klant naar boven, waar al niemand meer te zien was.

Op de meest onverwachte momenten kun je je in Amsterdam behoorlijk vies voelen.