Rolling Stones

Ratten hebben niks met de muziek van de Rolling Stones. Maar van liederen als `Ik wens te zijn als Jezus' krijgen ze niet gauw genoeg.

,,Ga je op 22 september mee naar de Rolling Stones'', schreef een bioloog mij die indertijd nog als student onderzoek bij mij heeft gedaan. ,,Ik mag aannemen dat je sinds we elkaar voor 't laatst spraken wijzer bent geworden en open staat voor nieuwe indrukken'', vervolgde hij zijn brief. Indertijd streek mijn bondige omschrijving van de verrichtingen der Stones met het woord `tinnef' hem vreselijk tegen de haren in. Om te bewijzen dat ik ongelijk had, stelde hij voor dat wij een klein onderzoekje zouden doen naar de muzikale voorkeuren van de bruine rat. Hij was er vast van overtuigd dat ratten als een blok voor de Stones zouden vallen en dat ik, in het verlengde daarvan, mijn ongunstig oordeel zou herzien.

Wij kopieerden een proefopstelling van een Franse onderzoeker die onderzoek had gedaan op dit terrein. Zijn ratten bleken en masse de hele dag door niets liever te willen horen dan Parlez moi de l'amour van Lucienne Boyer. Hij had vier geluiddichte kooien gebouwd, met lange gangen ertussen. De ratten konden vrijelijk tussen de kooien heen en weer lopen. In elk van de kooien klonk muziek en aldus kon je dan meten in welk van de vier kooien de ratten 't liefst hun tijd doorbrachten.

Mij leek dat je die ratten ook de mogelijkheid moest bieden om de muziek af te zetten, dus wij bouwden in elk van de vier kooien een pedaaltje in. Drukte de rat daarop, dan werd het stil. Drukte hij nogmaals, dan klonk de muziek weer op.

Tot grote teleurstelling van mijn student bleek vrij spoedig dat ratten niets van de Stones moesten hebben. Onverbiddelijk werd hun abjecte gekrijs meteen afgezet. The Beatles verging het net zo, en ook de keizer der knoeiers, Elvis Presley, kreeg geen kans. Maar ook ik keek op m'n neus, want ook van Bach en Mozart wilden onze ratten niets weten. (Het waren overigens niet de Wistars of Koeiratten waar Koos van Zomeren onlangs over schreef, maar handtam gemaakte nakomelingen van wilde bruine ratten.)

Klopte dan toch dat ze een exclusieve voorkeur hadden voor Franse chansons? Dat klopte. Dat type liedjes, daar wilden de ratten dolgraag naar luisteren. Ook debiele kinderliedjes van het type Klokje klinkt, vogel zingt werden gewaardeerd. Toen, in dat stadium van het onderzoek, herinnerde ik mij opeens dat ik in 't tijdschrift Rat en Muis had gelezen dat kerken zo vaak last hadden van ratten. Mij leek die voorkeur aanvankelijk te verklaren uit het feit dat ratten afkwamen op de broodresten van het Heilig Avondmaal. Zou het echter, dacht ik na een bericht in bovengenoemde periodiek over ratten die een Enkhuizens bedehuis nagenoeg onbruikbaar maakten, ook mogelijk zijn dat ze afkomen op psalmgezang?

Dus boden wij onze proefdieren de keus tussen chansons en en het Urker Mannenkoor. Haast al onze ratten bleken dadelijk een opvallende voorkeur te hebben voor Ruis o Godsstroom van Genade en vergelijkbare liederen. Echte psalmen bleken alleen gewaardeerd te worden als ze niet ritmisch gezongen werden, liever hadden de ratten zondagsschoolliedjes. We legden de hand op een grammofoonplaat met liederen van Johannes de Heer, uitgevoerd door een klein koortje waarin ook Jo Vincent meezong. Dat vonden onze ratten het einde. Vooral het lied Kom tot uw Heiland, toef langer niet wilden ze de hele dag door horen.

Het eigenaardige was: zodra er ook maar een beetje ritmiek in de muziek opdook, dan haakten de ratten af. Vandaar dus kennelijk hun afkeer van de Stones, The Beatles en al wat verder naar popmuziek zweemt. Lijzig gezongen liederen van Johannes de Heer, daar vielen ze voor. Veruit het meest populaire lied, zo bleek uiteindelijk, was gezang nummer 52 uit de bundel van Johannes de Heer: Ik wens te zijn als Jezus.

Mijn student en ik hebben nog geprobeerd om onze opzienbarende resultaten gepubliceerd te krijgen. Helaas, geen enkel gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift wou eraan.