Rechts en links slaags in Italië

Vertegenwoordigers van de centrum-rechtse regering in Italië beschuldigen vrijwel alle politieke leiders van links tot en met president Carlo Azeglio Ciampi en voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie van het aannemen van steekpenningen in 1997, en vinden dat ze moeten opstappen. Links ontkent, spreekt van laster en beschuldigt premier Silvio Berlusconi ervan dat hij achter de verdachtmakingen zit die een kroongetuige de afgelopen maanden heeft geuit tegen de linkse kopstukken.

Het gaat om de zaak Telekom Serbia. Op 9 juni 1997 kocht Telecom Italia 29 procent van de Servische staatstelefoonmaatschappij Telekom Serbia en betaalde daarvoor 893 miljoen Duitse marken (450 miljoen euro). Na geruchten over onjuistheden bij de deal werd in 2002 op verzoek van de centrum-rechtse meerderheid een parlementaire onderzoekscommissie ingesteld die de zaak onderzoekt. Daarbij speelt een dubieuze kroongetuige een cruciale rol.

Deze Igor Marini, een financier die vast zit op beschuldiging van bedrog en financiële malversaties, beweert dat hij indertijd steekpenningen heeft witgewassen die linkse bewindslieden voor de deal zouden hebben ontvangen. Hij betrok deze weken het gehele linkse politieke establishment in de affaire.

Volgens centrum-rechts is de affaire niet alleen vanwege de steekpenningen ernstig, maar ook omdat de linkse Italiaanse regering indertijd met de aankoop van Telekom Serbia het regime van de Joegoslavische president Miloševic steunde. Bovendien is het aandeel in Telekom Serbia vijf jaar later met een verlies van 200 miljoen euro verkocht.

Dit weekend probeerde Piero Fassino, leider van de grootste oppositiepartij, de beschuldigingen te bagatelliseren door te stellen dat Silvio Berlusconi persoonlijk de poppenspeler is die aan de touwtjes trekt van zijn marionet kroongetuige Marini. De Italiaanse premier greep deze aanval aan om zijn advocaten op te dragen een aanklacht wegens laster voor te bereiden tegen zijn rivaal Fassino.

Pogingen van de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden om de kemphanen tot de orde te roepen, omdat de politiek en de instituties hun geloofwaardigheid dreigen te verliezen, hebben vooralsnog weinig effect gehad.