Nieuwe brieven van `het geval' Gerrit Achterberg

Vandaag verschijnen in `Maandblad Geestelijke Volksgezondheid' tot nu toe onbekende brieven die de dichter Gerrit Achterberg schreef aan zijn psychiater H. Keilson. Ze gaan vooral over poëzie.

Een van de grootste Nederlandse dichters, Gerrit Achterberg (1905-1962), stond wegens doodslag op zijn hospita in 1937 zeventien jaar ter beschikking van de regering. Bovendien verbleef hij in verschillende psychiatrische inrichtingen, zoals van Avereest en Rekken. Hij schreef brieven aan dr. H. Keilson, toen nog geen zenuwarts maar wel geïnteresseerd in poëzie. Bovendien schreef Keilson zelf romans.

Maandblad Geestelijke Volksgezondheid, uitgegeven door het Trimbos Instituut in Utrecht, publiceert vandaag voor het eerst Achterbergs brieven aan zijn latere psychiater. Keilson heeft zijn brieven van Achterberg, plus een van hemzelf als nawoord, ter beschikking gesteld aan het Maandblad. Voor het eerst worden deze brieven integraal gepubliceerd. Binnenkort worden ze overgedragen aan het Letterkundig Museum in Den Haag.

De nu 94-jarige arts en publicist Keilson kreeg in het begin van de jaren veertig inzage in het medisch dossier van Achterberg. Dat was bijzonder. Achterberg is door justitie enkele pogingen tot moord op zijn vriendinnen ten laste gelegd. In het Gerrit Achterberg-nummer komt dit alles uitvoerig ter sprake.

In de toelichting schrijft Keilson over persoonlijke ervaringen met de dichter in het Paviljoen Oldenkotte in Rekken: ,,Achterberg zat eenzaam op zijn kamer. Hij hoefde niet zoals andere TBS'ers altijd op het veld te werken. Hij zei dat hij zich over mijn bezoek verheugde. Maar hij was schuw, onrustig. Het gesprek bleef vluchtig.'

De moord op de hospita is het ontluisterende slot van een reeks door Achterberg beraamde pogingen. Eerder overmeesterde hij, gewapend met revolver, vriendinnen met seksueel geweld. Hun vader moest er vaak aan te pas komen om de relatie te beëindigen. Behalve de brieven van Achterberg aan Keilson zijn in het Maandblad ook artikelen opgenomen van psychiaters Jan Vink en Flip Treffers. Zij plaatsen het `ziektegeval Achterberg' in een ruimer perspectief. Achterberg zou lijden aan `psychose' en een `persoonlijkheidsstoornis'. Onlangs verscheen in het dagblad Trouw een uitgebreide discussie over Achterberg en zijn verleden. Is een dichter die een vrouw vermoordde, en daarbij haar zestienjarige dochter als wees achterliet, wel te aanvaarden? Een andere vraag is: Hoe immoreel is deze dichter en is zijn doodslag vergeeflijk of helemaal niet?

Wim Hazeu die in 1988 een biografie over Gerrit Achterberg publiceerde, was op de hoogte van de brieven. Hij heeft vele gesprekken met Keilson gevoerd. Desgevraagd zegt hij dat ,,Keilson meer dan welke andere psychiater geïnteresseerd was in de kunstenaar Gerrit Achterberg'. Wat hij niet vermeld heeft in zijn biografie is de twist tussen Keilson en psychiater L. van der Harst, die Achterberg als een `psychopaat' zag. Deze professor aan de Universiteit van Amsterdam toonde Achterberg tijdens het college aan zijn studenten met de woorden: ,,Deze man is een geval.' Achterberg weigerde elke medewerking nadat hij aan Van der Harst vroeg: ,,Heeft u de gedichten van Marsman gelezen?' De geleerde bleek Achterbergs favoriete dichter niet te kennen.

De brieven van Achterberg aan Keilson zijn vooral gewijd aan de poëzie. De psychologische analyses in het Maandblad komen geheel op naam van Vink, die weer teruggrijpt op psychiater J.H. Plokker die Achterberg diagnosticeerde in ,,psychodynamische termen'. Hij stelde dat ,,de gestorven geliefde in Achterbergs gedichten niet op te vatten is als de geliefde die de dichter in 1937 had gedood. Volgens hem lag het voor de hand om de daarin aangesproken vrouw op te vatten als moederfiguur. Voor zover Achterberg in zijn gedichten van ná 1937 teruggrijpt op het drama van dat jaar, moet dit volgens Plokker de verdrongen herinneringen toedekken aan het veel eerdere verlies van de moeder als ambivalent-oedipaal liefdesobject. Dit proces zou het sensitieve kind dat Achterberg was zo traumatisch hebben verwerkt, dat verlies en dood, en de verbinding van liefde en dood, als thema's in zijn leven zijn gekomen.'

Ondanks de justitiële vervolging van Achterberg heeft de literaire wereld hem van begin af aan als een groot dichter erkend. Hij ontving zowel de Constantijn Huygensprijs als de P.C. Hooftprijs. In het Maandblad worden vooral Achterbergs psychiatrische rapporten aangehaald. De medische scribenten zijn ervan overtuigd dat de poëzie van Achterberg onlosmakelijk verbonden is met zijn psychiatrische verleden. Ondanks de vloed aan publicaties over Achterberg is deze optiek onthullend. Achterberg zelf gaf niemand werkelijk toegang tot zijn ziel. Hij was dichter en schreef op 12 oktober 1941 aan Keilson: ,,Ik dank God (als dat mag) dat Marsman zijn verzen geschreven heeft.'

Maandblad Geestelijke Volksgezondheid. Prijs: €9,35

Gerectificeerd

Gerrit Achterberg

In het artikel Nieuwe brieven van `het geval' Gerrit Achterberg (3 september, pagina 11) is de psychiater die Achterberg als `psychopaat' zag L. van der Harst genoemd. Hij heet Van der Horst.