Nieuw Iraaks kabinet product van verdeeldheid

Irak heeft sinds vandaag weer een kabinet. Maar de 25 nieuwe ministers zijn met scepsis begroet, en de VS blijven gewoon de baas.

De 25 leden van het eerste naoorlogse Iraakse kabinet zijn vandaag in Bagdad beëdigd, en officieel is uitgesproken dat dit een heel belangrijke stap voorwaarts is in het proces van normalisering in Irak. ,,De dagelijkse regeringszaken zijn in hun hand'', zei gisteren de hoogste Amerikaanse civiele bestuurder in Irak, Paul Bremer. ,,Naarmate zij zich in hun functie inwerken [..] zullen wij hun macht toeschuiven'', zei hij in Bagdad.

Maar voorlopig heeft iedere nieuwe minister een Amerikaanse of andere buitenlandse adviseur en blijven de Amerikanen gewoon de baas: zij hebben het geld, de troepen (er is geen minister van Defensie) en de algemene eindverantwoordelijkheid. En dat is niet de enige reden waarom het nieuwe kabinet met scepsis is begroet.

Het heeft de door Bremer benoemde voorlopige regeringsraad zeven weken onderhandelen gekost om het onderling eens te worden wie de ministers moesten worden. De strijd om de posten volgde uit de haast spreekwoordelijke rivaliteit tussen veel van de ex-oppositiegroepen die nu van de regeringsraad deel uitmaken. Eerste product daarvan was hun onvermogen een voorzitter te kiezen – want dat wilden ze allemaal wel worden. In plaats daarvan is er uiteindelijk een presidium van negen leden gekomen die om de beurt het voorzitterschap waarnemen.

Evenzo heeft het kabinet geen premier. Die functie wordt door de fungerend voorzitter van de regeringsraad vervuld ,,om de relatie tussen de raad en de ministers te versterken'', heet het. Voor de verdeling van de overige kabinetsposten is dezelfde religieus/etnische verdeelsleutel uit de bus gekomen die ook al voor de regeringsraad en voor het voorzitterschap daarvan was toegepast. Het kabinet telt dus 13 shi'ieten – die staan voor de shi'itische meerderheid van de bevolking –, vijf sunnieten, vijf Koerden, een Turkmeen en een Assyrische christen. Erbuiten gebleven groepen zijn boos.

Het is de Libanese formule, en daar heeft dit systeem vooral zwak bestuur, vriendjespolitiek en corruptie meegebracht. ,,Je kan geen stabiele democratische staat op sektarisme bouwen'', aldus een Irak-expert van het Britse Royal United Services Institute in Londen. ,,Het is een werkelijk verkeerd begin voor een sterke, welvarende, democratische staat.'' Volgens bronnen binnen de regeringsraad was er geen alternatief zolang er geen verkiezingen zijn gehouden. Maar het risico is levensgroot dat het systeem beklijft. Voor er verkiezingen kunnen worden gehouden moet bijvoorbeeld de veiligheid worden hersteld, en de vraag is hoe lang dat gaat duren.

Over de huidige onveiligheid, gesymboliseerd door de aanslagen op de Jordaanse ambassade, het hoofdkwartier van de VN, ayatollah Mohammed Baqer al-Hakim en gisteren nog een politiebureau in Bagdad, groeien intussen tegenstellingen tussen de Iraakse bestuurders en de Amerikaanse machthebbers. Het betreft klachten over de eigen veiligheid (de Amerikanen beloven wel bescherming maar komen hun beloften niet na) en, structureler, de beveiliging van het land. Ayatollah Hakims broer Abdel-Aziz haalde gisteren op diens begrafenis in Najaf hard uit naar de Amerikanen als ,,primair verantwoordelijk voor al dit bloed en het bloed dat elke dag over heel Irak wordt vergoten''. Abdel-Aziz maakt deel uit van de regeringsraad.

De Amerikanen hebben gezegd versneld een Iraakse paramilitaire eenheid te willen vormen die veel beveiligingstaken moet overnemen, en de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken is belast met de samenstelling daarvan. Deze wordt nu geconfronteerd met de werkelijkheid dat de laatste dagen de eigen milities van diverse partijen, waaronder die van de Hakims, weer gewapend op straat zijn verschenen waarvan ze eerder door de Amerikanen waren verbannen.

En dan is er het probleem van de geloofwaardigheid. Zowel de regeringsraad als het kabinet worden gedomineerd door Irakezen die uit het buitenland zijn teruggekeerd, soms na tientallen jaren afwezigheid. Veel Irakezen bezien hen met grote afstandelijkheid: ze begrijpen ons niet, ze komen hun zakken vullen, ze zijn alleen maar een front voor de Amerikanen.

Het nieuwe kabinet heeft heel wat werk te verzetten.