Meer OV geeft niet per se minder vervuiling

Het stimuleren van het openbaar vervoer, zonder terugdringen van het autogebruik, kan leiden tot meer uitstoot van schadelijke stoffen.

Dit stellen prof.dr. G.P. van Wee van de Technische Universiteit Delft en prof.dr. P. Rietveld van de Vrije Universiteit te Amsterdam in het milieutijdschrift ArenA, het opinieblad van de Vereniging van Milieukundigen.

Uit de studie, die een terugblik biedt over de afgelopen vijftien jaar, blijkt dat autogebruik en openbaar vervoer geen communicerende vaten zijn – meer openbaar vervoer betekent niet automatisch minder autogebruik. Sommige mensen reizen nu eenmaal alleen per auto, zelfs al zou het openbaar vervoer gratis zijn. Bijvoorbeeld omdat ze daaraan een hekel hebben of omdat ze veel moeten meenemen. Anderen reizen uitsluitend per openbaar vervoer, bijvoorbeeld omdat ze geen rijbewijs hebben.

Beter of goedkoper openbaar vervoer leidt wel tot meer gebruik daarvan, maar niet altijd tot een even grote afname van het autogebruik. Mensen die toch al per trein reizen, gaan bijvoorbeeld verder van hun werk wonen of accepteren een baan verder van hun woning. Zo bleek ook dat de invoering van de OV-jaarkaart voor studenten en het gratis openbaar vervoer in het Belgische Hasselt slechts leidde tot een geringe afname van het autogebruik.

Ook openbaar vervoer kost energie en veroorzaakt luchtverontreiniging. Dit betekent dat meer openbaar vervoer leidt tot meer energiegebruik en emissies. Veel beter is het daarom om het fietsgebruik te stimuleren. Zeventig procent van de dagelijkse verplaatsingen blijft beneden afstanden onder de 5 kilometer. Verder blijkt dat het vervoer van extra treinreizigers in de spits naar verhouding veel energie kost. Terugdringen van het autogebruik kan alleen door vermindering van wegen en parkeerplaatsen en invoering van spitsheffing.