Lid krijgt meer macht bij CDA

Na VVD en PvdA krijgt nu ook binnen het CDA het eenvoudige partijlid het voor het zeggen. ,,We moeten leren van wat de PvdA overkwam.''

,,De tijd is voorbij dat een elite in Den Haag bepaalt wat de leden moeten vinden'', meent CDA-voorzitter Marja van Bijsterveldt.

Na de presentatie van de notitie `Investeren in de toekomst' gisteren kunnen de CDA-leden – ongeveer 80.000 in getal – meteen aan het werk. Op acht zogeheten `Fontein-bijeenkomsten' mogen zij nog vóór 1 november stemmen waarheen het moet met de organisatie van de grootste Nederlandse partij. Ook mogen zij zeggen welke onderwerpen van de politieke agenda de komende jaren bij het CDA de nadruk moeten krijgen.

Lang niet altijd lopen de suggesties van het CDA-partijbestuur daarbij synchroon met de inzichten van CDA-premier Balkenende of de andere Haagse prominenten van de partij. Zo oppert Van Bijsterveldt als eerste onderwerp voor de halfjaarlijkse ledenraadpleging ,,de uitkomst van de Europese Conventie'', terwijl Balkenende c.s. gruwen van het plan van PvdA en GroenLinks om daarover een referendum te organiseren.

Na de VVD, waar de leden inmiddels op basis van `one man one vote' mogen beslissen over de benoeming van lijsttrekkers, en de PvdA, waar partijleider Bos streeft naar een programmatische en organisatorische omwenteling in de partij, komt nu dus ook de grootste Nederlandse politieke partij in de greep van de interne vernieuwing. Voorzitter Van Bijsterveldt, zelf vorig jaar als eerste CDA-voorzitter direct door de partijleden verkozen, is hierover vastbesloten. Waar partijleider Balkenende eerder dit jaar nog wat relativerend sprak over de `nieuwe politiek' die na 15 mei 2002 de overhand had moeten hebben, dreunt de crisis in het politieke bestel zoals die zich toen manifesteerde, bij de CDA-voorzitter nog na.

,,Het was schokkend'', zei ze gisteren tijdens de presentatie van haar voorstellen op het CDA-partijbureau in Den Haag. ,,Zo'n tweespalt als zich toen openbaarde tussen politieke elite en kiezers, mag zich niet meer voordoen''. Met name regeringspartijen lopen het risico zich van het electoraat te vervreemden en hun programma te laten bepalen door de `ambtelijke agenda', betoogde ze. ,,We moeten leren van wat de PvdA in mei 2002 overkwam''.

De keuze waarvoor de CDA-leden zich op de Fontein-avonden gesteld zien, is tweeledig. Enerzijds moeten de leden aangeven welke drie thema's zij bij voorrang op de politieke agenda geplaatst willen zien. De keus kan worden gemaakt uit een lijst van tien mogelijkheden, waarbij de in de notitie gekozen formuleringen maar weinig recht doen aan dat deel van de CDA-achterban dat van zijn partij een grote behoudende groepering zou willen maken. Het is steeds `solidariteit' die de klok slaat, en meer algemene zin is het streven om het `Paarse relativisme' te overwinnen, licht van Bijsterveldt toe.

Anderzijds gaat het op de Fontein-bijeenkomsten over procedurele zaken. Waar de inhoudelijke voorstellen op de Fontein-avonden aansluiten bij wat er in het CDA de afgelopen jaren aan rapporten is geproduceerd, dragen de organisatorische voorstellen een meer revolutionair karakter, vanwege de door de partijvoorzitter beoogde formele beslissingsbevoegdheid van de leden.

Zo is Van Bijsterveldt er voorstander van dat de CDA-leden in een kiesdisctrict straks zelf hun kandidaten mogen aanwijzen, als het door het CDA bepleite gemengde districtenstelsel bij verkiezingen bij de Tweede Kamer er komt.

De leden zullen, is het voorstel, straks alle lijsttrekkers mogen kiezen. En de Tweede Kamerfractie zal zich moeten verantwoorden, wanneer zij zich niet houdt aan de uitkomsten van het halfjaarlijkse ledenreferendum over actuele politieke vraagstukken.

De eerste krachtproef voor de ledeninvloed in het CDA komt op 1 november, als de CDA-partijraad – van oudsher een besluitvormend orgaan van afgevaardigden van afdelingen waarin partijprominenten aan de touwtjes trekken – moet beslissen over zijn eigen opheffing. Het hoogst partijgezag zou voortaan moeten toekomen aan het partijcongres, waartoe alle leden toegang hebben en het `one person one vote' zou gelden.

Dit voorstel tot statutenwijziging ligt thans bij de afdelingen en oogst daar – naar verluidt – nogal wat kritiek. Voor alle zekerheid is er de mogelijkheid ingebouwd om, als het er op aankomt, niet de alleen de leden maar toch ook de afgevaardigden van de afdelingen op het congres te laten meestemmen.