Irak en Vietnam

,,De Amerikanen zijn een tweede Vietnam binnengezogen, vanwaar ze, hangend aan helikopters weer zullen vertrekken,'' zei de Israëlische strateeg prof. Martin van Creveld, maandag in een lezing in Den Haag. (Ik citeer hem uit een verslag in Het Parool). ,,Als je in het Midden-Oosten een regime breekt, dan blijft de bevolking over, en die is veel gevaarlijker dan het regime zelf.'' Al eerder had Van Creveld zich hier kritisch over de onderneming uitgelaten, eind maart in het televisieprogramma Buitenhof, toen de oorlog in volle gang was. Hoewel het niet nauwkeurig verlopen was zoals hij had voorzien, heeft hij tot dusver in grote trekken gelijk gekregen. Maar nu: een Vietnam? Daar bestreden de Amerikanen toen een tegenstander die gesteund werd door twee supermachten, China en de Sovjet-Unie, zei een opponent. Het verzet in Irak ontbreekt het aan zulke bondgenoten.

Misschien wordt dat tekort gecompenseerd door wat Van Creveld `de bevolking' noemt, niet alleen die van Irak maar ook van Syrië, Iran, de rest van de onbecijferbare Arabische wereld. De Israëlische deskundige had verwacht dat het eerder zou zijn gekomen. Nu is het er, dag in dag uit, in een andere vorm, maar voorlopig even effectief. En één woord houdt zijn geldigheid: binnengezogen. Om te beginnen door een overmaat aan vertrouwen op eigen militair-technische superioriteit, gecombineerd met een grenzeloze onderschatting van de problemen die zich na het shock and awe aandienen. Dat is, in grote trekken, een van de overeenkomsten met Vietnam. Een andere is, dat aan de Amerikaanse inmenging ook een theorie ten grondslag lag: de dominotheorie die vertelde dat, als Zuid-Vietnam aan het communisme werd prijsgegeven, andere landen in Zuidoost-Azië als dominostenen zouden omvallen. (De neoconservatieve theorie zegt dat herbouwd Irak het voorbeeld moet worden voor het Midden-Oosten; een omgekeerde dominotheorie). En de derde overeenkomst: dat bij alle militaire inspanning ook de hearts and minds van de bevolking moesten worden gewonnen. Een opeenstapeling van vergissingen en niet uitgevoerde goede voornemens. Hierin doet Irak denken aan Vietnam.

Er zijn ook verschillen. Vietnam is van begin tot eind hoofdzakelijk een Amerikaanse zaak, tenslotte een Amerikaans drama geweest. Geen Europees land heeft zich, pro of contra, daadwerkelijk in de strijd gemengd. De oorzaken daarvan zijn, dat de dominotheorie hier nergens met de noodzakelijke overtuiging werd gedeeld en dat de oorlog, ver in Azië, door de Europese bondgenoten als een geïsoleerde kwestie kon worden beschouwd. Temeer was dat mogelijk omdat de Franse, Britse, Nederlandse bondgenoten hun koloniale problemen in Azië achter de rug hadden. Tenslotte was de manier waarop de Amerikanen de oorlog voerden o.a. met napalm, het ontbladeringsmiddel Agent Orange en ouderwetse bombardementen op Noord-Vietnamese steden de oorzaak van een golf van anti-Amerikanisme, vergeleken waarbij het Europees verzet tegen deze president nog zeer gematigd is (Johnson Molenaar).

Door dit alles bleef Vietnam voor de Europeanen een betrekkelijk marginale kwestie, terwijl het voor de Amerikanen, die zich steeds verder lieten `binnenzuigen', hoe langer hoe penibeler werd. Dat er in die tijd geen Atlantisch schisma dreigde, hebben we te danken aan de Koude Oorlog. Onder de dreiging van de vijandige supermachten konden de Amerikanen noch de West-Europeanen het zich veroorloven het bondgenootschap feitelijk op te breken.

Hoe anders is dat nu! Deze Amerikaanse regering is erin geslaagd, de rechtvaardiging voor de aanval op Irak in te bedden in de golf van patriottisme, ontstaan door de elfde september, met de verwijzing naar de bedreiging van de wereldvrede door de massavernietigingswapens en een humanitair doel, de bevrijding van het Iraakse volk. Saddam zou gemene zaak hebben gemaakt met Al-Qaeda, de mvw's waren er sowieso en dat de Irakezen onderdrukt werden stond als een paal boven water. Al deze redenen werden in Europa niet voldoende gedeeld of overtuigend genoeg bevonden om ook ten strijde te trekken. Daarmee was de grondslag voor de uitbouw van het toch al aanwezige schisma gegeven. De Amerikanen waren van Mars, de Europeanen de verwijfde, door hun verzorgingsstaten reddeloos verknoeide volgelingen van Venus, en de Fransen bovendien liefhebbers van vieze kaas. Enzovoorts. Deze periode van opwinding is bijna weer voorbij.

Nu komt de herontdekking. Voor Amerika en Europa is het Midden-Oosten van enorm belang. Om de olie, vanzelfsprekend, maar voor de Europese landen bovendien omdat die toenemend bedreigd zullen worden als de regio verandert in een toneel van woeste, ontembare burgeroorlogen. Irak is geen nieuw Vietnam. Het is niet een betrekkelijk overzichtelijk strijdtoneel waar twee partijen slag leveren zonder dat de rest van de wereld erbij betrokken raakt. Het is nu tot een chaos geworden, kweekplaats van terrorisme waar, bij verder wanbeheer een veel groter gevaar dreigt: dat het zal worden tot het nieuwe centrum (na Palestina) van confrontatie tussen de Arabische wereld en het Westen.

Daarom kan Europa het zich niet veroorloven dat in Irak een uitzichtloze situatie ontstaat die misschien wel aan Vietnam doet denken, maar die oneindig veel ernstiger zal blijken te zijn. En daarom is Europa verplicht, uit eigen belang, zich met de Amerikaanse politiek te bemoeien, veel grondiger dan tot nu toe. Via de Verenigde Naties, de NAVO, hoe dan ook. Het eerste doel daarvan is dan, dat het oeverloze neoconservatieve concept tot hervorming van de hele regio, niet goedschiks dan kwaadschiks, van tafel moet. Dat is namelijk het probate recept voor een nieuw Vietnam, met zoals Van Creveld zegt, tot besluit de aftocht van de bevrijders, hangend aan hun helikopters. Europa moet weigeren, het slachtoffer te worden van wat een uitstekende Amerikaan, William Fulbright, indertijd heeft genoemd the arrogance of power. Door strijdlustiger landgenoten werd hij toen senator Halfbright genoemd. Maar hij had gelijk.