Integriteit moet bij politici en ambtenaren vooropstaan

Zonder mentaliteitsverandering onder ambtenaren en politici is een verantwoord en voldragen integriteitsbeleid onhaalbaar, meent Arie Slob.

Kortgeleden konden we uit de media vernemen dat op het ministerie van Economische Zaken geregeld spullen uit het gebouw verdwenen. Het zou gaan om beamers, laptops en computeraccessoires, maar ook om bestek uit het bedrijfsrestaurant. Niemand is betrapt, maar de ambtelijke top vermoedt dat eigen ambtenaren de diefstallen hebben gepleegd, zo werd in het bericht aangegeven. Het bericht komt in een tijd waarin juist op allerlei manieren wordt geprobeerd de integriteit van het openbaar bestuur te versterken.

Vandaag spreekt de Tweede Kamer met minister Remkes over een nota die hij over dit onderwerp naar de Kamer heeft gestuurd. De nota staat vol met in gang gezet beleid en goede voornemens om de integriteit van het openbaar bestuur te versterken. De nota doorlezend kan de conclusie echter niet anders zijn dan dat nog veel moet gebeuren voordat écht sprake is van een verantwoord en voldragen systeem van integriteitsmanagement bij de overheid. En dat is hard nodig nu aan alle kanten de betrouwbaarheid en integriteit van de overheid ter discussie staan.

Het is met name wijlen minister Dales van Binnenlandse Zaken geweest, die het onderwerp integriteit op de overheidsagenda heeft gezet. Ze deed dat in 1992 tijdens een toespraak voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in een tijd waarin met name de frauduleuze bouwpraktijken in Limburg de aandacht trokken. Legendarisch is haar uitspraak geworden dat een beetje integer niet bestaat, net zoals haar oproep aan politici, bestuurders en ambtenaren om een hoge moraal en zuiverheid aan de dag te leggen.

We zijn inmiddels ruim tien jaar verder en nog steeds is de overheid bezig met de vorming van beleid om de integriteit van de overheid en het overheidspersoneel verder te waarborgen. In een diepgaand onderzoek van het NIVRA `Integriteit in het openbaar bestuur' dat dit voorjaar verscheen, werd de conclusie getrokken dat, als het om integriteitsbeleid gaat, bij de rijksoverheid slechts de fase van bewustwording is voltooid. Verdere operationalisering van het integriteitsbeleid is echter nodig in normstelling, en vervolgens in risicoreductie, gedragsbeïnvloeding en handhaving. Een sluitend systeem van integriteitsbeleid ontbreekt. Het NIVRA-onderzoek maakte duidelijk dat het beeld bij de medeoverheden niet veel beter is.

In de integriteitsnota die minister Remkes in april naar de Tweede Kamer heeft gestuurd staan aanzetten om tot een verdere uitbouw van het integriteitsbeleid te komen: gedragscodes, veiligheids- en antecedentenonderzoeken en verklaringen omtrent gedrag bij aan te trekken ambtenaren, het afleggen van de eed en de belofte door ambtenaren, melding en registratie van nevenwerkzaamheden en relatiegeschenken, vertrouwenspersonenintegriteit, functieroulatie bij kwetsbare functies enzovoort. Stuk voor stuk gaat het hier om waardevolle initiatieven, die voor een deel al in gang zijn gezet. Deze initiatieven tonen aan dat het de overheid ernst is als het gaat om integriteit.

Waar het nu echter om gaat is dat integriteit een stevige verankering in de cultuur en structuur van de organisatie krijgt. De conclusies van het NIVRA-onderzoek tonen aan dat terzake nog veel moet gebeuren. Dan is meer nodig dan alleen het op papier vastleggen van allerlei afspraken. Zo is een gedragscode een zeer belangrijk instrument om de integriteit van de overheid te waarborgen en te versterken. Helaas is het tegenwoordig nodig om nauwkeurig op papier te zetten wat wel en niet acceptabel is binnen een overheidsorganisatie. Hoe fraai en degelijk de inhoud van de gedragscodes ook kunnen zijn, het wordt een dode letter als in de gehele organisatie niet over de gedragscode wordt gesproken. Het is een absolute must dat het integriteitsbeleid breed gedragen wordt in alle overheidsgeledingen. En er moet nadrukkelijk worden toegezien op de handhaving van gestelde regels. Belangrijk daarbij is ook dat duidelijk is welke sancties gesteld worden bij integriteitsovertredingen.

Bij de behandeling van het rapport van de enquêtecommissie Bouwnijverheid heeft de Tweede Kamer unaniem een motie van de ChristenUnie aangenomen waarin het kabinet werd opgedragen om een eenduidiger omschrijving te geven van de voorwaarden waaronder integriteitsschendingen mogen leiden tot disciplinaire maatregelen. Dat is momenteel onvoldoende geregeld.

Het verleden heeft aangetoond dat het integriteitsbeleid pas echt aandacht krijgt op het moment dat sprake is van aandachtvragende integriteitsschendingen. Misschien is dat wel de reden dat in de afgelopen tien jaar het integriteitsbeleid van de overheid zo schoksgewijs van de grond is gekomen. Daar moeten we voor eens en voor altijd vanaf. Dat kan alleen als integriteit structureel wordt ingebed in het overheidsmanagement en als door onafhankelijke ogen frequent wordt toegezien op de uitvoering van alle fraaie initiatieven en voornemens.

In de plannen van minister Remkes wordt voor de controle op de uitvoering van het integriteitsbeleid een belangrijke rol weggelegd voor de departementale accountantsdiensten. Dan moet er bij die accountantsdiensten nog wel heel wat veranderen. Recent concludeerde de Algemene Rekenkamer in haar rechtmatigheidsonderzoek 2002 dat ,,in de meeste rapporten van de departementale accountantsdiensten het onderwerp integriteit geen rol van betekenis speelt''. Het is het overwegen waard om te bezien of de Algemene Rekenkamer zélf bij het toezicht op het integriteitsbeleid van de rijksoverheid geen structurele rol gegeven kan worden. In het verleden heeft de Algemene Rekenkamer incidenteel daarin al waardevolle onderzoeken verricht, onder meer bij het gevangeniswezen.

Als het gaat om integriteit is het voor het opzetten van een voldragen integriteitsbeleid zeer bepalend hoe de houding van politieke ambtsdragers zelf is. Integriteit vraagt om een open bestuurscultuur. In dat opzicht valt nog een wereld te winnen. Twee voorbeelden. Ambtenaren mogen geen relatiegeschenken aannemen van meer dan 50 euro. Voor ambtenaren worden verder allerlei registratie- en meldingsverplichtingen vastgelegd. In dat licht is het wel schrijnend dat een initiatief in de Tweede Kamer om te komen tot een verplicht register van geschenken stuk liep op de houding van met name de fracties van CDA en VVD. Typerend was ook de gretigheid waarmee het kabinet de conclusie van de enquêtecommissie Bouwnijverheid omarmde dat uit hun onderzoek niet vast was komen te staan dat er geen aanwijzingen zijn voor structurele integriteitsschendingen onder ambtenaren in Nederland. De gretigheid van het kabinet was misplaatst omdat de enquêtecommissie daar ook geen uitgebreid onderzoek naar had gedaan.

Het moge duidelijk zijn dat als het om integriteitsbeleid gaat er behalve goede voornemens en initiatieven vooral een mentaliteitsverandering onder ambtenaren en politici nodig is. Als dat besef onvoldoende doorbreekt, blijft het roeien tegen de stroom in.

Drs. A. Slob is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de fractie van de ChristenUnie.