Gevraagd: jonge doctoren voor het onderwijs

Jaarlijks verlaten drieduizend jonge wetenschappers de universiteit omdat hun arbeidscontract afloopt. Intussen kampt het voortgezet onderwijs met duizenden vacatures. De organisatie Spotlite kijkt of ex-onderzoekers geschikt zijn om een paar jaar voor de klas te staan.

Het liefst zou natuurkundige Joost de Wolf (29) een baan vinden bij een bedrijf dat medische apparatuur ontwikkelt. Dat zou namelijk naadloos aansluiten bij het onderzoek waar hij als assistent in opleiding (aio) aan de Erasmus Universiteit al vier jaar mee bezig is en waarop hij over enkele maanden hoopt te promoveren. Maar een toekomst in de medische sector zit er, gezien de slechte economische situatie, voorlopig niet in. ,,Het is niet breed qua banenaanbod.'' Aan de universiteit kan De Wolf ook niet blijven; per 1 september loopt zijn contract af. ,,Ik weet al heel lang dat ik na mijn onderzoek weg moet. Dat wil ik zelf ook graag, ik wil weer eens wat anders dan het fundamentele onderzoek. Ik zoek meer toegepast werk.''

Nu een baan in het bedrijfsleven weinig kans van slagen heeft, richt De Wolf zijn aandacht op het onderwijs. Als leraar natuur- of wiskunde zou hij best een paar jaar aan een middelbare school of in het hoger beroepsonderwijs willen werken. ,,Dat is wel een overstap, maar anderzijds moet ik nu ook vaak in eenvoudige bewoordingen over mijn onderzoek vertellen. Dat doe je in het onderwijs ook.'' Een baan in het onderwijs is geen noodsprong, zegt De Wolf. ,,Maar wel tweede keus.'' Is hij niet bang dat het niveau van het middelbaar onderwijs hem zal tegenvallen, na vier jaar diepgravend onderzoek? ,,Wat betreft materie misschien wel, maar het onderwijs heeft andere dingen die ik leuk vind, zoals praten over mijn vak, dingen uitleggen en mensen motiveren.'' De eerste contacten met middelbare scholen zijn inmiddels gelegd. ,,Ik geef mezelf drie tot vier jaar om te kijken of het iets voor mij is.''

De Wolf zal met open armen ontvangen worden in het voortgezet onderwijs, waar het aantal vacatures snel groeit: zijn er nu 2.800 fulltime banen onbezet, in 2006 zullen dat er circa 6.000 zijn, volgens prognoses van het ministerie van Onderwijs. In 2011 zullen er 10.000 vacatures zijn, ofwel een op de vijf banen. Oorzaken van de onderbezetting op de scholen zijn de vergrijzing van het personeel, arbeidstijdverkorting, de volstrekt ontoereikende toelevering van de lerarenopleidingen en het feit dat leerlingen steeds langer onderwijs volgen. In het basisonderwijs, waar eveneens een groot tekort aan leerkrachten is, speelt bovendien verkleining van de klassen een rol.

De situatie is zo nijpend dat het ministerie van Onderwijs naarstig zoekt naar alternatieven om docenten te vinden. Er zijn inmiddels zo'n vijftig projecten in gang gezet om leraren aan te trekken. Een daarvan is Spotlite, een organisatie die namens de Vereniging van Universiteiten, het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt en KPMG Ebbinge jonge wetenschappers hoopt te winnen voor het onderwijs en de overheid. De vijver waarin Spotlite vist, is behoorlijk groot: in totaal tellen de Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstellingen zo'n 12.000 assistenten en onderzoekers in opleiding (aio's en oio's). Elk jaar moet een kwart van hen op zoek naar ander werk omdat hun contract afloopt.

Spotlite, dat in mei van dit jaar werd opgericht, geeft loopbaanadvies aan jonge wetenschappers die op zoek zijn naar ander werk: wat zijn zijn of haar sterke en zwakke kanten, in wat voor soort werkcultuur past hij, wat zijn de drijfveren en, last but not least, zou het onderwijs iets zijn? Ook kandidaten die belangstelling hebben voor een functie bij de overheid kunnen rekenen op begeleiding van Spotlite, al ligt de prioriteit bij het onderwijs.

Om kandidaten te werven, promoot Spotlite zichzelf aan de universiteiten. ,,Het is ook in het belang van universiteiten dat gepromoveerde wetenschappers een andere baan vinden als er voor hen geen plaats meer is in het onderzoek'', aldus Peter van Graas, directeur van Spotlite. ,,Dat scheelt wachtgeld. Bovendien staat in de universitaire CAO dat werknemers recht hebben op loopbaanbegeleiding bij het zoeken naar een nieuwe baan als hun arbeidscontract afloopt.'' Ex-wetenschappers zijn vooral inzetbaar op het VWO, denkt Van Graas. ,,Op het VWO is de afstand tot het academisch denken het kleinst en de motivatie van de leerlingen het grootst.'' Grootste knelpunten zijn economie, wiskunde en informatica, ,,vakken waar de afgelopen jaren veel vraag naar was in het bedrijfsleven''. Van Graas zou het ,,een goede gedachte vinden'' als tevens het niveau in het voortgezet onderwijs omhoogging door de inzet van jonge doctoren.

Spotlite kampt wel met een dilemma, erkent Van Graas: enerzijds luidt de opdracht om zoveel mogelijk mensen warm te maken voor het onderwijs, ,,anderzijds willen we niemand pushen''. Want uit ervaring blijkt dat het onderwijs in het geval van zogeheten zij-instromers (mensen die vanuit een ander beroep naar het onderwijs overstappen) nogal eens tegenvalt. Van Graas: ,,Het is tamelijk eenzaam voor de klas. Bovendien ontstaat er wel eens frictie met collega's die al twintig jaar voor de klas staan en minder verdienen dan de beter betaalde zij-instromer. Verder laat de begeleiding op de school soms te wensen over door het personeelstekort. We willen voorkomen dat mensen een onverantwoorde carrièrestap zetten. Dat kost veel geld en leidt bij alle partijen tot veel frustratie. Als uit de tests blijkt dat ze geschikt zijn voor het onderwijs en de overheid, dan houdt het voor Spotlite op. Dan krijgen ze hun profielonderzoek mee, waarmee ze zich verder zelf kunnen oriënteren op de arbeidsmarkt.''

Kürsat Bal (28) weet nog niet precies welke richting zijn nieuwe loopbaan uit zal gaan, maar dat hoopt hij via Spotlite te ontdekken. Het contract van de natuurkundig onderzoeker, die medio 2004 hoopt te promoveren aan de universiteit van Nijmegen, loopt per 1 december af. ,,Het is een bewuste keuze om niet te blijven. Ik heb gemerkt dat ik toch meer plezier beleef aan werken met en voor mensen dan aan technologisch onderzoek'', volgens Bal. ,,Ik heb nu één assessment achter de rug en daar kwam uit dat zowel de non-profitsector, zoals het onderwijs, wel iets voor mij zijn. Ik houd van analyseren en rapporteren, dus misschien is een beleidsfunctie ook wel iets voor mij.'' Ook een baan als natuurkundeleraar sluit hij niet uit. ,,Of voor de klas staan echt iets voor mij is, weet ik niet. Ik heb aan de universiteit wel les gegeven, maar dat is toch anders dan een middelbare school. Maar misschien ga ik het eens een paar jaar proberen.''

Toch zou Bal ook graag zijn onderzoekservaring willen gebruiken. ,,Ik zou wel eens willen uitzoeken waarom zo weinig scholieren kiezen voor een exacte studie.'' Een andere mogelijkheid ziet Bal, van Turkse afkomst, in een functie op het gebied van allochtone scholieren. ,,Daar spelen zo veel problemen: mensen die hun opleiding niet afmaken, criminaliteit, daar zou ik mijn onderzoekscapaciteiten heel graag inzetten: jonge mensen stimuleren om een goede opleiding te volgen.''

Spotlite hoopt dat er in de komende tweeënhalf jaar zo'n 750 mensen in het onderwijs geplaatst kunnen worden, ofwel 10 procent van de wetenschappers die op zoek zijn naar werk.

Sjef Stijnen, hoogleraar `afstandsonderwijs ten behoeve van de opleiding tot leraar' aan de Open Universiteit, beaamt dat het aantal vacatures in het voortgezet onderwijs ,,alarmerend'' is. Hij spreekt over 17.000 fulltime banen die de komende jaren onvervuld blijven in lager, voortgezet, beroeps- en volwassenenonderwijs. De lerarenopleidingen zullen maar voor 20 procent in de behoefte voorzien. ,,Nu zijn er vooral vacatures op scholen in de Randstad en Flevoland, maar binnen tien jaar kampt het hele land met een gebrek aan onderwijzend personeel.'' Stijnen vindt het doel dat Spotlite zich heeft gesteld – 10 procent van de jonge wetenschappers richting het onderwijs loodsen – ,,helemaal niet zo gek. Het is sprokkelen natuurlijk, maar alles is meegenomen.''

Stijnen is eveneens voorstander van meer gepromoveerde leerkrachten in het voortgezet onderwijs. ,,Dat kan een manier zijn om het imago van het onderwijs op te krikken. Vroeger was het heel normaal, een doctor voor de klas. Die werden overigens ook beter betaald dan niet-gepromoveerde leraren.'' Het beroep van leraar moet niet alleen meer status, maar ook meer carrièreperspectief krijgen, vindt Stijnen. ,,Het moet niet alleen maar een negatieve keuze zijn.''

De hoogleraar wijst ook naar de docenten zelf. ,,Het is een beroepsgroep met een negatief zelfbeeld. Slechts de helft van de mensen die een lerarenopleiding voltooien, komt voor de klas terecht. Het zijn dus niet de beste ambassadeurs van hun eigen vak.''