`Afschakelen secondenkwestie'

In tijden van stroomtekort zijn het de stroombedrijven die beslissen wie er wel en wie er geen elektriciteit krijgt. Maar veel tijd daarvoor is er niet.

Het zwarte scherm met dunne rode, gele en paarse lijnen is vele meters hoog en breed. Af en toe klinkt er een piep, een gong en een geluid dat klinkt als iemand die onder water praat, het teken dat er ergens een compressor is uitgevallen of een vermogensschakelaar uitstaat. Elk geluid is voor de drie mannen achter het dozijn computerschermen een reden om in actie te komen en te kijken of er een probleem is met het elektriciteitsnetwerk.

In het hart van het bedrijfsvoeringcentrum van Continuon, de netbeheerder in de leveringsgebieden van Nuon, wordt zeven dagen per week, 24 uur per dag het netwerk van het bedrijf in de gaten gehouden. De piepen en gongen klinken met enige regelmaat, maar vooralsnog valt nergens de stroom uit. Als dat wel gebeurt, worden de technici vanuit het centrum aangestuurd. Als de stroom moét worden verbroken, omdat er bijvoorbeeld plotseling energiecentrales uitvallen, zijn het ook deze mannen die beslissen waar het licht uitgaat: uit de ruimte met gepantserd glas wordt de stroom afgesneden.

Dat de energiebedrijven deze beslissingsbevoegdheid hebben, kwam aan het licht toen er deze zomer een stroomtekort dreigde. Landelijk netcoördinator Tennet wijst wel aan welke landelijke netbeheerder minder stroom krijgt, maar het zijn ten slotte deze distributiebedrijven die beslissen welke afnemers van het net gaan.

Maar hoelang deze bedrijven daarover nog beslissen, is de vraag. Minister Brinkhorst van Economische Zaken maakte vandaag de nieuwe maatregelen bekend in een brief aan de Tweede Kamer, onder meer over wie in een crisis bepaalt wie er wordt afgesloten. Gisteren zei Tennet, de beheerder van het landelijke elektriciteitsnetwerk, dat bij het afschakelen moet worden gekeken naar de maatschappelijke consequenties.

De energiebedrijven vinden het best, maar zeggen dat er nu al wordt gekeken naar de maatschappelijke impact. ,,Als er moet worden afgeschakeld staan de steden bij ons laag op de lijst om de onrust te beperken'', zegt Dirk Visser, manager instandhouding-net van Continuon. Op de afschakellijst van Nuon Noord-Holland staat het dorp Anna-Palowna op nummer één, gevolgd door plaatsen als Westwoud en Vijfhuizen. In Friesland staat Lemmer hoog op de lijst. De lijst van Noord-Holland kent slechts een plaatsnaam of acht, maar de kans dat deze alle acht worden afgesloten is miniem, aldus Visser. ,,Als dat gebeurt, is er wel wat meer aan de hand, dan ligt heel Nederland plat.''

De lijst met plaatsnamen is een lijst die in tijden van nood wordt gevolgd en waarvan niet wordt afgeweken. Het is ook een lijst die nodig is, want wanneer er plotseling een stroomtekort is, hebben de mannen in het besturingscentrum geen tijd om eens rustig te kijken welk gebied van het netwerk wordt afgesloten. ,,Als we moeten afschakelen, dan komt de opdracht van Tennet. We hebben dan enkele seconden of wellicht een paar minuten om een aantal megawatt aan vraag los te koppelen'', aldus Visser.

Visser wijst erop dat het meestal een technische beslissing is: er moet een bepaalde hoeveelheid aan vraag uit en de verdeelstations die dat verspreiden gaan eruit. Zulke situaties kunnen zich voordoen als er bijvoorbeeld enkele centrales tegelijk uitvallen. Dat gebeurde in 1997 in de regio Utrecht, maar de kans dat het zich voordoet is miniem, aldus Bram Alkema, tot voor kort manager hoogspanning bij Essent. ,,De kans dat het afschakelplan wordt toegepast, valt in het niet bij de kans dat de klant een gewone storing krijgt.'' Met een `gewone storing' wordt bedoeld een defect in het netwerk, niet een tekort aan capaciteit.

Bij Essent staan Beilen en een buitengebied van Enschede hoog op de afschakellijst als er een tekort is. Het is overigens ondoenlijk volgens beide mannen om gedetailleerd per straat of wijk te kijken welke instellingen wel en niet van het net gaan. ,,Dat kunnen wij van hier uit ook niet bepalen, dan moeten er mensen de wijk in.'' Wat de bedrijven wel proberen, is gebieden slechts een uur zonder stroom te laten zitten, waarna er een ander gebied aan de beurt is: een rollende black-out.

Afgelopen zomer was er geen sprake van een plotseling wegvallen van capaciteit, maar van een langzaam krapper wordende situatie: door de hitte konden centrales minder stroom produceren omdat het rivier- en zeewater dat zij gebruiken voor de koeling anders te warm zou worden. Ondanks de Code Rood hoefden er geen huishoudens in het donker te zitten, mede dankzij bedrijven zoals Schiphol en Corus, die hun stroomverbruik verminderden. Volgens Alkema zijn situaties als Code Rood niet te voorkomen. ,,Het zijn Acts of God die niet af te dekken zijn. Het is hetzelfde met ijzelstormen en hoogspanningsmasten. Die masten zijn ontworpen om enorme stormen te weerstaan, maar bij een ijzelstorm breken ze af als luciferhoutjes.''

Zowel Alkema als Visser hebben geen enkel probleem met nieuwe richtlijnen over het afschakelen. ,,Wij als sector hebben niet gevraagd om deze verantwoordelijkheid'', aldus Alkema, ,,die hebben we gekregen van Economische Zaken.''