Woestijntoerisme

Het artikel naar aanleiding van de vrijlating van Arjen Hilbers `Reizen in Sahara voor eigen risico' (NRC Handelsblad, 20 augustus), schetst een verkeerde voorstelling van zaken.

Iedereen die naar de woestijn gaat, weet dat het voor kan komen dat mensen door bandieten van hun voertuig worden beroofd. Vroeger al werden de zoutkaravanen door bendes overvallen. Dat is een bekend risico. Maar dergelijke bandieten laten je gewoonlijk in de buurt van een dorp achter met een grote jerrycan water. Ook is bekend dat reizen in het zuiden van Algerije sinds begin jaren '90 voor een periode vrijwel niet mogelijk is geweest wegens de onafhankelijkheidsstrijd van de Toearegs die in dit gebied werd uitgevochten. Sinds een aantal jaren hebben zij hun wapens neergelegd en is het woestijntoerisme weer opgebloeid.

Charters vliegen in de wintermaanden weer naar de zuidelijke steden Tamanrasset en Djanet en toeristen kunnen met een gids tochten maken in de woestijn. Dit toerisme is sindsdien de belangrijkste bron van inkomsten voor Zuid-Algerije.

Daarnaast is bekend dat door het conflict tussen de Algerijnse regering en islamitische groeperingen jaarlijks veel slachtoffers vallen. Door de Algerijnse overheid worden de problemen in het noorden gescheiden van het zuiden van het land, onder meer om deze belangrijke bron van inkomsten te beschermen. Dit heeft ervoor gezorgd dat toerisme in het zuiden de laatste tijd goed mogelijk was.

Wij hebben vaak nagedacht over de bekende risico's van de woestijn, maar een gijzeling van Europese toeristen door een islamitische groepering in de woestijn is een ongekende en totaal onverwachte gebeurtenis.

Een gijzeling kan overal plaatsvinden en heeft niets te maken met het avontuurlijke karakter van de woestijn.