Vruchtbaar taaltekort

`Vrijtaal' is het zelf ontworpen fenomeen waaraan Adriaan van Dis, schrijver van onder andere de roman Indische duinen, het jongste nummer van Optima heeft gewijd. Hij is na A.F.Th. Van der Heijden en Hafid Bouazza de derde auteur die op verzoek van de redactie een eigen aflevering samenstelde en het blijkt een formule die niet teleurstelt. Het Vrijtaal-nummer van Van Dis lijkt op een geschreven editie van het tv-programma Zomergasten dat hij zo vaak heeft gepresenteerd. Aan de hand van een paar intrigerende autobiografische thema's etaleert hij gedichten, verhalen en essays van dode en levende schrijvers.

Zijn belangrijkste thema is taal. Wie van Dis' boeken kent, weet hoe hij van jongs af aan met taal heeft geworsteld. In de inleiding legt hij nog eens uit hoe dat kwam. Hij leerde schrijven van zijn met een accent sprekende Indische vader die hem sloeg als hij fouten maakte, werd later een zwakke leerling op school en ging uiteindelijk Nederlands studeren om wraak te nemen op zijn juffen en leraren. Tegen de klippen op is zijn liefde voor taal gevoed door talloze bronnen: het Indische Nederlands thuis, het dialect dat gesproken werd in Bergen, de gedichten die in datzelfde dorp waren geschreven en het Afrikaans waar hij tijdens zijn studie Nederlands kennis mee maakte.

Over het Afrikaans schrijft de onmiskenbaar dyslectische jongen van weleer: ,,Wat een bevrijding! Eindelijk een taal die je schreef zoals je hem sprak. [...] Het Afrikaans gaf mij het lef met mijn in het geheim geschreven proza naar buiten te treden. Het stookte me op de dingen persoonlijker en toch helder te zeggen. (Ja , heel mijn stijl is uit een tekort ontstaan.)''

Met de proclamatie van het begrip `vrijtaal' – dat zowel een bevrijde taal is zonder keurslijf en regels, als een taal die zich openstelt voor het vreemde en zich laat opvrijen door andere talen en nieuwe woorden werpt – probeert Van Dis zijn vermeende tekort te compenseren en dat lukt hem prachtig. In het eerste deel van de door hem samengestelde Optima, De stemmen van mijn kust laat hij Bergense dichters klinken over de zee : Gorter, A. Roland Holst, Lucebert en Kouwenaar natuurlijk, maar ook Maurits Mok, H.C. ten Berge, Neeltje Maria Min, Elly de Waard, Joost Zwagerman en Pieter Boskma. Veruit het omvangrijkste deel, Koloniale waren getiteld, heeft hij opengesteld voor schrijvers uit alle delen van de wereld die zijn Nederlands hebben verrijkt: Indische Nederlanders, Surinamers , Antillianen en, uiteraard, Zuid-Afrikanen als dichteres Antjie Krog die beeldend verslag doet van de treffende overeenkomsten tussen het Afrikaans en het Surinaamse Nederlands.

In Nederland vrijt voort ten slotte komen schrijvers van zowel Nederlandse als buitenlandse herkomst aan het woord. Zij laten zien hoe onze taal voortdurend verandert, tot grote vreugde van Van Dis, die in Bergen tegenwoordig pikzwarte Somalische kinderen helder Nederlands hoort spreken en zeker weet dat één van hen binnen dertig jaar een roman zal schrijven onder de titel Afrikaanse duinen.

Optima, jaargang 21, nummer 4, Uitg. Prometheus, 227 pagina's, €15,95