Voor loyaliteit krijg je niks terug

Morgen gaat premier Balkenende ontbijten op het Witte Huis. Ivo Daalder en James Lindsay voorspellen dat hij weinig meer naar huis neemt dan een mooie foto.

Steven Everts vindt dat Balkenende de vertrouwde Atlantische reflexen moet overwinnen en het buitenlandse beleid zou moeten herijken.

In de wereld van president Bush bent u ofwel vóór de Verenigde Staten of u bent ertegen. Dat is de context waarin premier Balkenende morgen zijn bezoek brengt aan het Oval Office.

Normaal is een ontmoeting tussen wereldleiders een kwestie van geven en nemen, maar dit bezoek vindt veeleer plaats om Bush de kans te geven de Nederlandse premier te bedanken voor de trouwe steun van zijn land aan de Verenigde Staten in de oorlog tegen de terreur, en vooral voor de bijdrage om de vrede in Irak veilig te stellen.

Voor Bush gaat het buitenlands beleid niet alleen om de bevordering van de belangen en de macht van Amerika. Het is ook uiterst persoonlijk. De strijd van George Bush gaat (of ging aanvankelijk in elk geval) tegen Osama bin Laden – `Dood of levend'. Hij gaat tegen Saddam Hussein, de boze dictator die probeerde zijn vader te vermoorden. Hij gaat tegen Kim Jong-Il, de `pygmee' die Bush `verafschuwt'. En hij gaat tegen een keur van andere booswichten. Deze strijd is zeer persoonlijk – en hij dient eerder met de kracht van wapens dan met de kracht van argumenten te worden gevoerd.

Evenals de strijd van Bush zijn ook zijn betrekkingen met de loyalere wereldleiders persoonlijk. Tony Blair is een vriend – net als de kroonprins van Saoedi-Arabië, president Musharraf van Pakistan en Vladimir Poetin van Rusland. De beste vrienden van Bush worden uitgenodigd op de boerderij in Crawford. Goede vrienden mogen in Camp David bij hem op bezoek komen. En nuttige vrienden, zoals Balkenende, worden uitgenodigd voor een ontmoeting in het Oval Office.

Kortom: Bush laat zijn verhouding tot andere leiders in de wereld bepalen door zijn loyaliteitsmeter. Hij heeft een heel duidelijk idee van wie hem persoonlijk, en meer in het algemeen wie de Verenigde Staten trouw is. En niets heeft deze loyaliteitsmeter zo consequent in werking gesteld als Irak.

Neem het geval van Vicente Fox, de president van Mexico. Voor Irak – voor de terreuraanslagen op New York en Washington – was Fox één van Bush' duidelijke favorieten. Bush bracht zijn eerste buitenlandse bezoek als president aan Mexico en hij beloonde Fox door de Mexicaanse leider als eerste op staatsbezoek te ontvangen. Bij die gelegenheid zei Bush tijdens het diner in de East Room van het Witte Huis tegen Fox dat de belangrijkste bilaterale betrekking van Washington die tussen de Verenigde Staten en Mexico was.

Dat was toen. Na 11 september 2001, en vooral nadat Mexico weigerde de VS te steunen in hun poging de goedkeuring van de VN voor de oorlog tegen Irak te krijgen, holden de betrekkingen met Mexico achteruit. En Fox daalde op de loyaliteitsmeter van Bush van de top tot vrijwel onderaan.

De betrekkingen van Bush met Europese leiders kunnen het beste verklaard worden aan de hand van zijn loyaliteitsmeter. Helemaal bovenaan staat Tony Blair. Dat is niet zomaar `een' vriend van de Verenigde Staten; dat is, om met Bush te spreken, `mijn' vriend.

Blair is kind aan huis in Crawford en Camp David omdat hij sinds 11 september 2001 schouder aan schouder met Bush staat. Hij was Bush' naaste bondgenoot in Irak en is dat tegen een aanzienlijke politieke prijs voor zichzelf ook gebleven. Dat is het soort trouw dat de huidige Amerikaanse president bewondert en waardeert.

Pal onder Blair staat de Spaanse premier José María Aznar. Bush heeft zich van meet af aan nauw met Aznar verbonden gevoeld, zoals duidelijk werd toen hij zijn eerste Europese reis in juni 2001 in Madrid begon. Ook Aznar heeft Bush inzake Irak gesteund tegen een hoge politieke prijs, en Bush spreekt hem bijna even vaak als Tony Blair.

Hierna komt de Poolse president Aleksander Kwasniewski, die in de ogen van Bush de leider van het `nieuwe Europa' is. En met recht. ,,Als dat de mening is van president Bush, is het ook de mijne'', zei Kwasniewski eerder dit jaar. Daarna stuurde hij 200 man Poolse speciale troepen naar Irak (één van de drie landen die dit deden) en nu krijgen Poolse militairen daar de leiding over een divisie om de vrede te bewaren. Bush heeft Warschau voor zijn trouw beloond door tweemaal Polen te bezoeken en het tweede van de drie staatsbezoeken die hij tot dusver heeft ontvangen voor Kwasniewski te reserveren.

Dan komt Vladimir Poetin, een man die Bush destijds vrijwel meteen in de ogen heeft gekeken. Poetin is gevierd in het Witte Huis van Bush omdat hij na de terreuraanslagen inzag dat de Koude Oorlog voorgoed voorbij was (hij was de eerste die Bush op 11 september belde) en zijn steun in Afghanistan essentieel was. De politieke meningsverschillen over Irak en Iran zijn nauwelijks van invloed geweest op de hoge plaats die Poetin inneemt op de loyaliteitsmeter van Bush.

Ten slotte haalt nog een reeks andere Europese leiders een hoge notering, van wie Balkenende er één is. Net als zijn Deense en Italiaanse tegenhangers wordt Balkenende in Washington gezien als een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten, die achter Bush stond in de kwestie die het zwaarste telde – Irak.

Opvallende afwezigen op de lijst zijn de leiders van Duitsland en Frankrijk, die ondanks hun gewicht in Europese aangelegenheden zijn gezakt voor het loyaliteitsexamen van Bush inzake Irak. Zij dienen genegeerd, zo niet daadwerkelijk gestraft te worden.

Hoewel het Bush misschien voldoening geeft om diplomatie te bedrijven op basis van persoonlijke loyaliteit, is het niet duidelijk wat anderen daarmee opschieten.

Het is allemaal leuk en aardig om een nachtje te logeren in de hitte van Texas of de koelte van Camp David, of om een uur met de leider van het machtigste land ter wereld in het Oval Office door te brengen, maar de leiders die dit hebben gedaan, gaan meestal naar huis met weinig meer dan dierbare herinneringen. Want voor Bush zijn deze bezoeken als zodanig al een beloning.

Voor Bush spreekt het vanzelf dat de juiste keuze is om achter de Verenigde Staten te staan. Hij zal geen andere koers inslaan om de steun van anderen te verkrijgen of hun iets voor hun steun teruggeven.

Elke leider die denkt dat Bush hem vanwege zijn steun inzake Irak misschien meer zal willen steunen in kwesties waar hij zich om bekommert – van het Internationale Strafhof tot de beperking van het broeikaseffect, om er maar eens twee te noemen die Balkenende en de meeste Europese leiders na aan het hart liggen – kan rekenen op een pijnlijke teleurstelling.

Ivo Daalder en James Lindsay zijn verbonden aan het Brookings-Instituut in Washington.