Signalen

De Duitse schrijver Ernst Jünger stelde zich eens voor dat buitenaardse waarnemers naar ons keken. De laatste eeuwen zagen ze de aarde steeds meer ingesponnen worden in een netwerk van signalen, met een abrupte toename aan het begin van de twintigste eeuw, alsof er een kritische grens was overschreden, zoals bij water dat het kookpunt heeft bereikt. Toen werd de wereld die ze van verre zagen ook griezeliger, met steeds meer explosies.

Vergeleken met wat die waarnemers de vorige eeuw hebben gezien lijkt de toestand in Nederland nu weinig dramatisch. Af en toe een paar kleine gasexplosies. Wat dijkjes die doorbreken, nauwelijks waarneembaar van zo ver. Maar wij denken te weten wat er nog komt.

Onder de grond ligt een oerwoud van kwetsbare kabels en de deskundigen zeggen dat de vraag niet is of dat tot een grote ramp zal leiden, maar alleen wanneer dat zal gebeuren. Ongeveer hetzelfde zeggen de spoorwegdeskundigen over de toestand van de sporen, de treinen en vooral hun bovenleidingen. In het algemeen is de elektriciteitsvoorziening niet meer gewaarborgd en een gepensioneerde hoge ambtenaar schreef laatst in Het Parool de omineuze woorden: ,,Water en elektriciteit zullen nooit meer zo vanzelfsprekend zijn als ze 150 jaar lang zijn geweest.''

Tenzij de privatiseringen en liberaliseringen zouden worden teruggedraaid, schreef hij erbij. Die hoge ambtenaar heeft in het recente verleden vast vaak moeten denken aan het verhaal van Belcampo waarin de Nederlanders vrijwillig hun dijken doorstaken en het land lieten ovColumnerstromen. In dat verhaal kwam het door godsdienstwaanzin, nog niet door het geloof in de markt.

Bestuurders zijn de kluts kwijt. Moeten ze nou zout of zoet water het land binnenleiden? Een brand met olie of met water blussen? Zo verwarrend, al die tegenstrijdige rapporten van de deskundigen. En is het toeval of een signaal dat in de Amsterdamse binnenstad het vuilnis een dag op straat ligt te rotten sinds we daar in het democratische genot van een deelraad zijn gesteld?

Maar alles went en ooit zal de toestand van nu als een gouden tijd worden beschouwd. ,,Wist je dat de mensen in het begin van de 21ste eeuw nog boven de grond leefden, in plaats van in onze onderaardse steden?'' ,,Maar was dat niet erg gevaarlijk?'' ,,Natuurlijk, maar dat risico namen ze toen.''

Ach, het is goedkoop om alles zo inktzwart af te schilderen. Als een kind dat zich in een warm bed verkneukelt in een spannend griezelverhaal vermaak ik me met het bedenken van doemscenario's. Zo erg als ik het voorstel kan het toch niet zijn? Behaaglijk steekt de alledaagse werkelijkheid af bij de rampen die je kan verzinnen.

Maar toch, wie het land in oostelijke richting verlaat krijgt al snel het idee dat hij van een uitgewoonde sloppenwijk in de beschaving terecht is gekomen. Het is misschien toeval dat ik de laatste tijd mensen tegenkwam die schoorvoetend de wonderen van Duitsland hadden ontdekt, maar dat toeval deed zich wel erg vaak voor.

Ze vertelden dat de treinen snel, op tijd en comfortabel waren. De Duitsers waren zo vriendelijk als Nederlanders soms nog zijn in nostalgische televisieseries over een tijd waarin geluk heel gewoon was. Het eten was heerlijk, niet meer de zware stenen van de goedburgerlijke keuken, maar fijnzinnig Italiaans, waarbij de echte Italianen hun vingers zouden aflikken. En alles was zo goedkoop.

Lang geleden bepleitte ik dat Nederland een deelstaat van Duitsland zou worden. Dat het voorstel op emotionele bezwaren zou stuiten besefte ik wel, maar de tijd dringt en zo langzamerhand wordt het een zaak van lijfsbehoud.