Shampoo en de tijdgeest

Karel van het Reve omschreef de inwoners van de Sovjet-Unie eens als mensen die nog nooit een fatsoenlijke shampoo in hun haar gesmeerd hadden. In de Sovjet-Unie was helemaal geen shampoo of alleen shampoo van abominabele kwaliteit, lodalineflessen van het merk `Pionier' of `Dynamo'.

Het omgekeerde probleem doet zich nu voor bij ons. Alle shampoo is goed tot zeer goed en bij een supermarkt kun je kiezen uit een stuk of tien soorten, bij drogisten zelfs uit dertig soorten. Welke shampoo zul je kopen? De shampoo die je vorige keer zo goed bevallen was? Maar die kun je niet meer terugvinden, kennelijk alweer opgevolgd door een nieuwe formule. Nou ja, dan maar weer een andere shampoo gekocht.

En zo komt het dat de uitpuilende schappen leiden tot overbevolkte badkamerplanken, allemaal volgestouwd met verschillende shampoos. De ene voor elke dag, de andere voor vet haar, weer een voor ieder haar, kruidenshampoo, eiershampoo, glansshampoo, shampoo-met-conditioner-in-één, shampoo voor droog haar, pH-neutrale shampoo, crèmeshampoo, enzovoorts. Van ieder merk al gauw zeven of acht soorten. Ben je als consument een beetje gewend aan een bepaald soort shampoo, dan blijkt die soort na een half jaar uit de handel genomen.

Misschien is de beste strategie niet het zoeken naar favoriete, precies bij jou passende shampoo, maar andersom: koop een standaard shampoo van een bekend merk en pas jezelf aan die shampoo aan. Hoe hard moet je knijpen in de flacon, hoeveel moet je op je hand nemen, moet je één of twee keer wassen, heb je een haarconditioner nodig, na hoeveel dagen moet je je haar weer wassen? Wie steeds dezelfde shampoo koopt, weet na een tijdje waar hij aan toe is.

Shampoo gebruik je om de hoofdhuid en het haar van vet en van aanklevend vuil te ontdoen. Dat vet wordt aangemaakt door talgkliertjes bij de haarwortels voor het `onderhoud' van het haar. Door te borstelen verdeel je het over het haar. Maar na een tijdje kleeft er ook vuil aan.

Haar wassen met zeep is geen goed idee, omdat zeep vaak kalkresten achterlaat. Ook maakt zeep het haar slap en futloos, doordat een basisch wasmiddel als zeep de huidcellen doet opzwellen. (Met je haar lang onder een warme douche gaan staan is om dezelfde reden geen goed idee.) De meeste shampoos zijn daarom niet basisch, een glansshampoo is zelfs eerder zuur.

Wat moet je doen om jezelf aan te passen aan een standaardshampoo? Was je haar niet iedere dag – iedere-dag-shampoo is iets voor consupaten. Een douchemuts is helemaal geen gek idee. Gebruik zo min mogelijk shampoo en verdeel dat beetje gelijkmatig over beide handen. Als het net aarzelend gaat schuimen, heb je genoeg gebruikt. Was dan grondig, de hoofdhuid met de vingertoppen, en spoel het haar daarna goed uit. Bij langer haar kan daarna gebruik van een haarconditioner geen kwaad, al was het maar voor gemakkelijker kammen. Laat het haar en de hoofdhuid ten slotte goed opdrogen voor je het gaat borstelen of kammen – de huid is na een wasbeurt nog zacht, eroverheen raggen met een harde borstel doet meer kwaad dan goed.

Wie altijd dezelfde standaard-shampoo gebruikt, merkt dat de hoeveelheid per wasbeurt, de watertemperatuur, het aantal wasbeurten per maand en de gebruikte conditioner er vooral toe doen. Soms kan het nodig zijn naar een speciale shampoo te grijpen, een antiroosshampoo bijvoorbeeld die de groei van de huidcellen vertraagt. Maar voor de meeste mensen is al die verscheidenheid niet nodig.

Unilever heeft afgelopen jaar het aantal merken drastisch verminderd. In Duitsland geven veel voormalige Oost-Duitsers zich over aan Ostalgie, aan heimwee naar de oude, vertrouwde DDR met zijn overzichtelijke eenvoud. In Nederland kopen steeds meer mensen, ook hoogopgeleide, bij de Aldi en de Lidl met hun simpele assortiment. Die hebben maar twee of drie shampoos, heel fatsoenlijke. Het zit in de tijdgeest.

Eerste aflevering van een wekelijkse column over producten van Rob Biersma en Warna Oosterbaan.