Raad Irak benoemt nieuwe olieminister

Een tamelijk onbekende ingenieur, Ibrahim Mohammed Bahr al-Uloum, is gisteren door de Iraakse regeringsraad tot de nieuwe olieminister van Irak benoemd.

In Iraakse oliekringen was de benoeming verwacht van Thamer al-Ghadhban, de naar verluidt gerespecteerde technocraat, die tot nu toe het door de Amerikaanse benoemde interim-hoofd van het ministerie was. Ghadhban zou goede contacten onderhouden met Amerikaanse adviseurs en het Amerikaanse bedrijf Halliburton, dat voor het Pentagon hoofdaannemer is bij het herstel van de Iraakse olievelden.

Het is volgens The Wall Street Journal van vandaag onduidelijk hoeveel macht de nieuwe olieminister krijgt en evenmin of hij – zoon van een shiitisch leider die lid is van de regeringsraad en die onlangs nog de Amerikaanse bezetting veroordeelde en zijn lidmaatschap heeft opgeschort – bereid is met de Amerikanen samen te werken.

De nieuwe minister zou Irak moeten vertegenwoordigen in de OPEC, zodra het oliekartel Irak weer uitnodigt aan zijn beraad deel te nemen. Verder zou hij in elk geval in naam de leiding krijgen bij het herstel van de Iraakse olieproductie, maar de vraag is of hij veel invloed zal hebben.

Intussen verslechtert de Iraakse oliesituatie almaar wegens voortdurende plundering en sabotage. De feitelijke olie-export zou nog maar 0,6 à 0,8 miljoen vaten per dag zijn. Voor de oorlog bedroeg die nog 2 miljoen vaten per dag. De olieprijzen in de wereld blijven daardoor hoog en schommelen hardnekkig rond de dertig dollar per vat.