PKK zegt bestand met Turkije op

De Turkse Koerdische Arbeiderspartij (PKK) heeft gisteren het staakt-het-vuren opgezegd dat zij vier jaar geleden eenzijdig had afgekondigd en haar oorlog tegen de Turkse staat. ,,Het is de Turkse regering die nu moet beslissen of zij oorlog of vrede wil.''

Dat heeft de PKK meegedeeld in een communiqué dat is verspreid door het in Duitsland gevestigde pro-Koerdische persbureau MHA. De Turkse premier Erdogan bezoekt momenteel Duitsland.

Het aantal gewapende incidenten tussen de PKK en het Turkse leger en politie was de afgelopen tijd al toegenomen. Zondag nog werd een Turkse politieofficier gedood toen gewapende mannen het vuur openden op een politiebureau in de stad Silvan, in het overwegend Koerdische zuidoosten van Turkije.

De stap van de PKK kwam niet onverwachts. PKK-leider Abdullah Öcalan, die zelf in 1999 na zijn gevangenzetting door Turkije het einde van de gewapende strijd decreteerde, waarschuwde begin deze maand in een bijdrage in de pro-Koerdische krant Ozgur Politika Turkije al voor hernieuwde strijd als de regering bleef weigeren te onderhandelen met zijn rebellen. ,,Als [Turkije] zijn houding niet wijzigt, zullen zij [de PKK] voor zichzelf zorgen. Wegen zullen worden geblokkeerd, gevechten zullen uitbreken, de toerisme-industrie zal in elkaar storten'', kondigde hij aan. Öcalan noemde 1 september als uiterste limiet.

Turkije heeft na het PKK-bestand wel concessies gedaan aan de Koerden, met name op cultureel gebied. Eerder deze maand kondigde Ankara een voorwaardelijke amnestie voor PKK-aanhangers af, die overigens meteen door de PKK als tegen haar gericht complot werd verworpen. Maar Ankara heeft nooit willen onderhandelen met de organisatie die in Ankara als terroristisch wordt gebrandmerkt en die door de Turkse strijdkrachten bovendien als verslagen wordt beschouwd. Gisteren eisten in de `Koerdische hoofdstad' Diyarbakir 15.000 betogers dat de Turkse regering met de PKK over vrede gaat onderhandelen.

De PKK, in 1999 door Öcalan omgedoopt in KADEK om de overgang van de gewapende naar politieke strijd voor Koerdische rechten te markeren, heeft naar schatting nog zo'n 5.000 strijders, van wie het grootste deel in Noord-Irak zijn toevlucht heeft gezocht. De Amerikaanse ambassadeur in Ankara heeft vorige maand gezegd dat zij daar weg moeten. Maar de Amerikaanse troepen in Irak hebben nog geen actie tegen hen ondernomen.